Voor ik mijn verhaal begin te typen, wil ik mij nu al verontschuldigen voor stereotyp gedrag en vooroordelen. Voila, bij deze mijn excuses.
Mijn verhaal begint 3 dagen geleden wanneer ik ons appartementgebouw verliet om van mijn dagelijks zwemmetje in het meer te genieten. Ik kom aan de buitendeur van het gebouw en wanneer ik die van binnenuit opendoe, staat voor het gebouw een meneer. Maar niet zomaar een meneer en hier ga ik dus met mijn vooroordelen. De meneer was kaal, van het grote en bredere (tot zeer brede) type, had tattoo’s en een ronde gouden oorring in zijn oor. Zie je het voor je? Zo’n type dat je liever ’s nachts niet tegenkomt in een donker steegje. En ik weet het… het gevaar kan evengoed schuilen in een kleine, minder brede man maar toch… het was sterker dan mezelf. In die paar milliseconden sluit ik snel de deur achter mij terwijl de ‘in mijn ogen gedetineerde’ man gromt en tussen zijn tanden iets zegt. Ik dus snel door richting meer en ik ben er nog sneller dan anders ingesprongen. We hebben binnen het gebouw ook zo wat de policy naar elkaar toe om geen ‘vreemden’ binnen te laten dus ik vond dat ik goed had gehandeld.

Terwijl ik geniet van een verfrissende duik zie ik van in het meer ‘de gedetineerde man’ op het terras van onze onderburen aan de zonneluifels werken. Ok, dus geen gedetineerde maar gewoon de hersteller van zonneluifels. Ok, goed, alle problemen dus opgelost hoor ik je denken.
Wel, was het niet dat ik exact 3 dagen later, vanmorgen dus, opsta en op onze livingtafel een klein plastieken rondje zie liggen. Onmiddellijk schiet door mijn gedachten ‘noooooo, niet het rondje van onze zonneluifel waar de stok in gaat om de luifel dicht te draaien, no no no!’. Ik ga naar buiten en zie buiten op het terras de nog steeds uitgedraaide zonneluifel…zonder plastieken rondje.
Op dat moment bedenk ik dat ik vanuit mijn slaapkamer Pieter gisterenavond nog wat hoorde rommelen op terras maar geen idee had wat hij aan het uitspoken was. Vanmorgen had ik, ondanks het vroege uur, niet veel uitleg nodig om te begrijpen wat er gebeurd was. Dat ding is dus afgebroken terwijl hij aan het draaien was en hup…kapot.

Ik wist al wat ging volgen natuurlijk. De firma opbellen en het probleem uitleggen. ‘Klar, wir schauen heute vorbei.’ Meteen schoot door mijn hoofd: ‘Wat als de gedetineerde man straks uit de lift verschijnt en hij mij vermoordt omdat ik 3 dagen terug de buitendeur voor zijn neus heb dichtgedaan?’ De uren gingen voorbij en ondertussen besloot ik een belletje te doen met een bestie in België die vast en zeker mijn angsten wel zou begrijpen (en om ondertussen ook plat van het lachen te liggen met mijn flater).
Nadat we even aan het bellen zijn, het zal wel weer langer zijn dan we denken in ons hoofd, gaat plots de deurbel hier boven. Mijn adem stokt in mijn keel. En nu? Ja en nu, zegt de vriendin aan de andere kant van de lijn. Ik zeg haar nog snel dat ik haar graag zie en zij verzekert mij van hetzelfde en nog snel spreken we een codewoord af zodat ik haar kan laten weten of het de gedetineerde is of niet.
Ik zeg haar dus snel, terwijl de man vermoedelijk al in de lift zit, als hij het is, zeg ik iets met bloemen. ‘Ok perfect, hoor ik nog net aan de andere kant van de lijn.’ En dan gaan de liftdeuren open. Het enige wat ik kan stamelen is ‘Gruezi’ (hallo in het Zwitsers) en al snel zeg ik door de telefoon ‘Ik zorg dan voor de bloemen he’. De Vlaamse vriendin proest het uit en we verbreken contact. Ik ben nog steeds niet zeker of dit onze beste zet was want wat als hij mij werkelijk had vermoord? Maar bon, hier moeten we voor een volgende keer zeker nog eens over nadenken.
Het was dus weldegelijk dezelfde man als 3 dagen terug die nu binnen in onze woning stond met een grote stok in zijn ene hand (bleek zo’n draaistok voor zonneluifels achteraf) en een (werk)koffer in zijn andere hand.
Ik leidde hem snel naar het terras waar hij heel professioneel naar het probleem keek en ook binnen de 10 min zonder gemopper het probleem had opgelost.
Ik heb hem hakkelend bedankt en toch vrij snel terug richting lift gewezen en nadat de deuren zeker dicht waren toch eens goed gelachen met mezelf.
