Tips and tricks 96: Gotthardpass + Teufelsbrücke + Schöllenenschlucht

Een roadtripje door een Zwitserse bergpas blijft toch 1 van mijn favorieten. Het mooie Zwitserland ten volle ervaren op een lazy manier. Ok, een zware tocht door de bergen geeft zeker ook voldoening hoor maar zo’n bergpas zie ik me nu ook weer niet te voet doen.

We reden al door de Klausenpas, Albulapas, Brünigpas, Flüelapas, Furkapas, Grimselpas, Ibergereggpas en de Sustenpas. Een mooi overzicht van de Zwitserse bergpassen vind je hier.

Velen onder jullie reden zeker al door de alom bekende Gotthardtunnel om het zuiden van Zwitserland, Ticino, of natuurlijk het bella Italia te ontdekken. Dat deden wij ook al een aantal keer maar over de Gotthardpas (die je vermijdt door de tunnel te nemen) waren we nog niet gereden. Hoog tijd dus!

We reden van Zürich langs de Zugersee, Brunnen, Urnersee, Altdorf richting Gotthardtunnel. De tunnel zelf hebben we genomen tot in Airolo. Dit zou ik wel vermijden tijdens het weekend in de zomermaanden of tijdens een verlengd Zwitsers weekend want dan rijden alle Zwitsers richting Ticino.

Vanuit Airolo zijn we aan de beklimming van de Gotthardpas begonnen terug richting Zürich. Er wordt uiteraard hier en daar ‘halt’ geroepen voor een stopje waarbij we genieten van het prachtige uitzicht: kronkelende wegen, besneeuwde bergtoppen, groene heuvels,… en waar de nodige foto’s worden genomen.

Op het hoogste punt van de pas zijn we even gestopt en daar werden we zelfs nog verrast door veel sneeuw en een overwegend wit landschap.

Vanaf dat hoogste punt begint de afdaling opnieuw waarbij we nog een stopje maakten bij een kudde grazende koeien. Toch ook altijd toppunt van Zwitserland voor mij.

De volledige pas is maar 24 km lang en brengt je van Airolo naar Hospental (niet te verwarren met de Vlaamse bewoording voor ziekenhuis 😉 ).

Ik vind de pas mooi maar voor mij persoonlijk niet de mooiste moest ik maar eentje mogen uitkiezen. Ik denk dat de Grimselpas, de Albulapas, de Flüelapas en de Klausenpas bovenaan het lijstje staan voor mij.

Ik was natuurlijk niet teleurgesteld, hoe zou een Zwitserse pas zelfs maar kunnen teleurstellen, maar het hoogtepunt kwam eigenlijk onverwacht na de pas. Nadat je het einde van de pas hebt bereikt, rijd je van Hospental richting Andermatt. We waren er ooit doorgereden na de Grimselpas en toen had ik wegwijzers naar de Teufelsbrücke gezien. Ik vroeg me altijd al af wat die Duivelse brug precies zou zijn. Deze keer was het dus de ideale gelegenheid om daar halt te houden. En daar hebben we absoluut geen spijt van gehad.

We parkeerden de wagen op de voorziene parkeerplaatsen en dachten dat het plots begon te regenen. De voorruit van de auto werd besprenkeld maar bij het uitstappen bleek het geen regen te zijn maar het opspattende water dat door de Schöllenenkloof stroomt. Ongelooflijk mooi daar! Het stromende water van de Reuss rivier, de kloof, de Duivelsbrug met zijn legende en het korte maar prachtige toertje dat je daar kan maken. Wie liever een iets grotere wandeling doet kan deze wandeling doen. Voordeel van de wandeling is dat er veel parkeermogelijkheid is aan het station van Andermatt. De hierboven vermeldde wandeling is eenrichting maar vanuit het eindpunt kan je de trein terugnemen naar Andermatt. Voor wie de Gotthardpas liever vermijdt in de zomermaanden zal deze uitstap zeker al meer dan de moeite waard zijn. En op terugweg van Andermatt rijd je ook nog door het vervolg van de Gotthardpas wat op zich ook prachtig is (Andermatt – Altdorf volgen).

Wie liever de wandeling hierboven overslaat en enkel de Teufelsbrücke wil bezoeken, moet zeker het korte rondtoertje maken. Dit duurt ongeveer 20 minuutjes maar brengt je via een ondergronds tunneltje door de berg. Wanneer je uit de tunnel komt, heb je aan de overkant van de kloof nog een veel mooier uitzicht. Dus dit mag je bij een stopje aan de Teufelsbrücke zeker niet overslaan. Je volgt hiervoor de bordjes ‘Rundweg Schöllenen’

Kort samengevat zijn er dus 3 mogelijkheden voor een uitstap naar de Teufelsbrücke:

  1. Combineren met de Gotthardpas: van Airolo naar Andermatt rijden en stoppen aan de Teufelsbrücke
  2. Naar het station van Andermatt rijden en deze wandeling van een kleine 5 km maken en toch nog een bergpas gevoel bij de terugkeer van Andermatt richting Altdorf.
  3. Parkeren aan de Teufelsbrücke zelf en de kleine rondwandeling daar maken en zoals hierboven terugkeren richting Altendorf voor nog wat bergpasgevoel.

Optie 2 heb ik zelf nog niet uitgeprobeerd maar staat bij deze ook weer op het lijstje van to do’s.

Tips and tricks 95: Baumwipfelpfad Laax – Senda Dil Dragun

De skibroeken zijn gewassen en de laatste sneeuw begint stilaan echt te verdwijnen. Het sneeuwde dit jaar enorm lang en ook best veel. Heel fijn tijdens het winterseizoen maar nu is het hoogtijd voor lente en de daarbij horende lentewandelingen. Deze zijn trouwens altijd zo fijn omdat Zwitserland dan weer groen ademt en de meren weer prachtig blauw schijnen.

We houden normaal niet zo van uitstapjes met voorgekauwde belevingen en kinderpaden maar de uitstap van vandaag bood toch nog voldoende natuur en eigen beleving dat ik deze zeker met jullie wil delen. Wij gingen vandaag voor het eerst naar Laax. We waren eerder al in de omgeving bij de Caumasee en de Rheinschlucht. Flims-Laax wordt vaak in 1 adem genoemd als bekend en druk bezocht skigebied. Dat merkten we ook meteen bij het binnenrijden van de parkeergarage aan de start van onze wandeling. Hier kunnen ze vast en zeker wat skiërs kwijt in het winterseizoen. De parking was niet alleen nieuw maar ook groot, duidelijk en er was meer dan voldoende plaats voor het laden van elektrische wagens. De prijs was uiteraard ook in orde 😉

Je vindt de parkeergarage terug langs de Via Murschetg in Laax (nabij het Rocksresort). Van daaruit volg je de wegwijzers naar de ingang van het Baumwipfelpfad. Er is een informatiecentrum waar je tickets kan kopen of je kan ze eenvoudig en snel buiten het kantoortje aan een automatische kassa betalen met de kaart. Wie graag een houten knikkerbal koopt, om de kleinsten plezierig bezig te houden, loopt beter toch binnen. De prijs voor 1 houten bol is CHF5. De ingang voor het pad bedraagt CHF 16 voor een volwassene en CHF 8 voor kinderen (onder de 6 jaar gaan kinderen gratis mee).

Daarna ga je met je ticketje (zeker bijhouden de hele tijd want je koopt eigenlijk een soort dagkaart) door de scanner aan de ingang en word je meteen al omver geblazen door een reuze toren met trappen, een lift maar vooral een gigantische glijbaan. Met je dagkaart krijg je 1x gratis toegang tot de glijbaan. Extra kaartjes bijkopen is ook mogelijk (CHF5 voor 2 extra beurten). Kinderen onder de 6 jaar mogen samen met mama of papa glijden.

Van daaruit start ook het wandelpad door de bomen wat bijzonder mooi gemaakt is en ondanks de attracties voor kinderen de eenheid met de natuur blijft behouden. Voor wie wil, staan er langs het pad bordjes met uitleg over bomen en dieren die de kleinsten ook kunnen zoeken in het bos (wolf, vos, uil, hert, beer,… in hout uitgesneden uiteraard).

Daarnaast kan je ook met de grote houten knikkerbal, die je aan de ingang kon kopen, enkele parcours afleggen. Zeker wel de moeite waard voor wie het pad met kinderen onderneemt.

Deze wandeling tussen de bomen is in totaal 1.5 km lang (enkel) maar door het interactieve doe je er een stuk langer over dan gewoon wandelen uiteraard. Op het einde heb je de mogelijkheid om met de lift/trap naar beneden te gaan en Laax dorp te bezoeken of het pad gewoon terug te nemen en dan heb je een wandeling van 3 km gemaakt wat ideaal is met heel jonge kinderen of grootouders die het liever rustig aan doen. Het uitzicht onderweg is sowieso prachtig en zal iedereen zeker bekoren.

Kies je om Laax dorp even te bezoeken dan ga je eigenlijk uit het park met je kaartje, wandel je 20 min. door het bos en bereik je op die manier Laax dorp waar je een kleine wandeling rond het meer kan maken, in de zomer zelfs kan zwemmen, picknicken of je uitleven op de speeltuin. Voor ieder wat wils.

In Laax staat er ook een shuttle bus voor wie liever het pad niet meer terugneemt maar dat zou eerlijk gezegd wat jammer zijn. Nuja, de mogelijkheid is er en ik denk dat die bus ook inbegrepen is in je dagticket. Ik las op de website dat je die bus gewoon kan opbellen en ze je dan komen ophalen. In het drukkere zomerseizoen zal die waarschijnlijk frequenter uitrijden.

Wij maakten nog een toertje rond het meer in Laax waar de eerste pedalo bootjes werden bovengehaald. Een plonsje in het water leek voor de meesten nog wat te vroeg. Al zag ik hier en daar iemand pootje baden. Wij kochten een ijsje in de plaatselijke Volg supermarkt en vonden een mooi bankje aan het water om even heerlijk te verpozen.

Uiteindelijk wandelden we terug naar het bomenpad waar we makkelijk met ons dagticket terug konden wandelen tussen de bomen en zo opnieuw Rocksresort en de parking bereikten. Al hielden we eerst nog even halt aan de grote glijbaan waar ik met plezier mijn toegangsticket aan dochterlief doorgaf (wat ook helemaal geen probleem was voor de dame die het glijden coördineerde).

Nog even vermelden dat honden niet toegelaten zijn op het bomenpad, dat je het pad met kinderwagen en rolstoel kan beleven dankzij de liften in de torens, dat je niet mag picknicken op het pad zelf (wat ik pas achteraf heb gelezen en wij dus wel hebben gedaan, sorry), dat de glijbaan tussen 13 uur en 14 uur gesloten is…

Voor families absoluut een aanrader en voor wie in de omgeving logeert of er iets extra aan wil breien, is de Caumasee of de Crestasee (wil ik binnenkort bezoeken) zeker een optie.

Lukas von Tschiertschen

Het moet een jaar of 2 geleden zijn dat Pieter, Gust en ikzelf na een zondag namiddag wandeling in Zürich de trein terugnamen richting huis. We namen de ’12 na’ waarmee iedereen in ons gezin de trein richting Chur van xx:12 in Zürich Hauptbahnhof bedoelt. 

Het is een andere trein dan de meeste Zwitserse rode treinen. Hij is wat koper/oranje van kleur een heeft niet de typish Zwitserse dubbele verdieping. Hij rijdt meteen van Zürich naar Thalwil zonder stoppen en krijgt bij ons naast de naam ‘de 12 na’ soms ook wel de naam ‘de snelle’.

Die namiddag hadden we even gekuierd in Zürich, stopten we nog even in de supermarkt in het station (alle winkels in Zwitserland zijn gesloten behalve de supermarkten en winkels in de stations) voor een vers brood en zaten we rustig te wachten tot de trein ging vertrekken.

Plots werden we getuige van een schattig tafereel. Een mannelijke dertiger moet het geweest zijn, nam afscheid van een jongetje met pet, rugzakje en korte broek. Het jongetje stapte alleen de trein op en ging naast me zitten. Wij waren met 3 en dus was er nog 1 plaatsje vrij. Al snel begon hij tegen ons te praten en uitleg te geven over de trein: ‘Waar gaan jullie heen, moeten jullie lang op de trein, weten jullie dat deze trein een speciaal kindercompartiment heeft waar er tekeningen op de muur staan en waar je vosjes moet zoeken?’ En zo ging hij verder. Hij sprak Zwitsers Duits maar met een accent dat zelfs Gust niet meteen kon thuiswijzen.

Ik wou niet al te nieuwsgierig zijn (al trok zijn verhaal wel mijn aandacht natuurlijk) maar toch stelde ik enkele vraagjes terug: ‘Ga jij helemaal alleen met de trein? Moet je dan ver zo alleen? Woon je in Zürich?’ En al snel kwamen we te weten dat de dertiger in het station zijn oom bleek te zijn. Die woont in ‘de grote stad’ terwijl de jongen zelf in een dorpje ergens rond Chur woont. Hij vroeg ons: ‘Kennen jullie Tschiertschen?’ Maar het moet de combinatie van zijn Zwitsers accent en de toch wel speciale naam van het dorpje geweest zijn, die ons toch wat grappig in de oren klonk.

Hij woont dus in een bergdoprje en ging met de trein richting Chur. In Chur zou zijn mama hem opwachten en dan moesten ze nog een 20-tal minuten rijden ongeveer tot aan het bergdorp. Soms komt hij in het weekend op bezoek bij zijn oom in Zürich en die reis maakt hij telkens helemaal alleen. Het deed mij wat denken aan de mannelijke versie van het Heidi verhaal. Helemaal alleen met de trein naar de grote stad, het bergdorp even achter je laten. Dat kan toch alleen maar in Zwitserland zijn, niet?

Omdat we natuurlijk op ‘de snelle’ zaten moesten wij na een korte rit de trein al verlaten. Maar het schattige en o zo spontane kereltje met de pet, de korte broek en rugzakje had mijn hart veroverd. Zijn verhaal klonk zo warm voor mij en op dat moment besloot ik dat ik ooit op bezoek zou gaan in Tschiertschen. Het Lukas-dorp in de bergen.

Maar jullie kennen het allemaal, time goes by, en we waren dus nog steeds niet in Tschiertschen geraakt. Tot vandaag! Vol spanning en niet wetende wat te verwachten reden we vanuit Chur het dal tussen Arosa en Lenzerheide in. Kronkelende wegen en haarspeldbochten deden de maag wat draaien maar al snel bereikten we Tschiertschen. Een typisch Zwitsers bord heette ons welkom en voor je het dorpje effectief binnenrijdt zijn wat parkeerplaatsen links en rechts van de weg.

Tschiertschen lijkt even in de tijd te zijn stilgestaan. Het dorp kijkt over het Schanfigger dal dat Chur en Arosa verbindt en ligt op zo’n 1300 meter hoogte. De huizen zijn zo goed als allemaal uit hout gemaakt en liggen mooi in een halve cirkel op de bergflank gebouwd. In de sneeuw toont het dorpje natuurlijk nog idyllischer.

Er is een klein en familiaal skigebied, een sleepiste en een schaatsbaan. Aan de schaatsbaan dronken wij een ‘Heisse Schoggi mit’ of int Vlaams ‘ne warme choco met slagroom’ en genoten vooral van het mooie tafereeltje.

Lukas zijn we jammergenoeg niet tegengekomen al denk ik dat het kereltje nu niet in het dorp zal huppelen met zijn petje, zijn rugzakje en vooral niet met zijn korte broek (al weet je nooit met die Zwitserse bergkinderen natuurlijk) maar ik ben heel blij dat ik dankzij het gesprekje in de trein dit mooie dorpje mocht ontdekken.

Sind Sie Amanda?

Ik weet niet of communicatieproblemen aan de directie aanpak van de Zwitsers of aan de taalbarrière liggen. Maar nu en dan gebeuren er toch van die ‘zucht’ tafereeltjes waar wij hier thuis vaak nog lang mee kunnen lachen (nadat de frustratie is uitgewerkt uiteraard).

Denk maar aan het Gaston en Leo verhaal in het zwembad een jaar of 2 geleden. Het moment zelf kon ik uit mijn vel springen maar we hebben er nadien toch wel heerlijk mee gelachen.

En zo komt na Gaston en Leo het Amanda verhaal mijn archief vervoegen. In de voorbije kerstvakantie gingen wij sleeën in Brambruësch (huisberg van Chur) wat wij als gezinsactiviteit heerlijk vinden. Ikzelf ski niet en de overige huisgenoten zijn nog in de oefenfase waardoor we na een voormiddag skiën al even graag de latten eens inruilen voor een paar sleetjes. In Brambruësch is een sleeroute van 5 km lang met (voor mij althans toch) voldoende hellingsgraad en snelheid om te genieten van de kriebels in de buik.

Na die 5 km gegiechel en ‘sjwoes sjwoes’ door de sneeuw bereik je het middenstation Känzeli waar je de liftjes terug naar boven kan nemen. Tijdens het sleeën had ik mijn zonnebril (aangepast aan mijn ogen) opgezet maar in het liftje heb ik hem netjes aan mijn jas gehangen. Tot daar heb ik nog zekerheid want ik nam (uiteraard zullen mijn volgers nu zeggen) een foto tijdens het naar boven gaan en ja hoor, daar hangt de zonnebril nog mooi te bengelen.

Daarna gaat het licht uit. Toch voor het bestaan van mijn zonnebril. We hebben de sleetjes opgeruimd, zijn naar de wagen gewandeld en hadden daar even een slippertje waarbij enkele vriendelijke Zwitsers onze wagen een duwtje hebben gegeven.

Is het nu gebeurd bij het uitstappen uit het liftje, bij het wegzetten van de sleetjes, bij het stappen naar de auto of het duwpartijtje op de parking… geen idee. Maar wat ik wel zeker weet, is dat ik de dag daarna mijn zonnebril nergens meer kon vinden. Elke jaszak, elk vakje in de veel te grote handtas, de hele binnenkant van de wagen… werden uitgekamd. 

Ik ben nu niet zo zeer van het ‘snel iets verliezen’ type en hou mijn spullen meestal nogal geordend bij. Het stemde me dan ook zeer verdrietig dat ik de bril was verloren en vooral na een intense zoektocht niet meer kon vinden. Het verdriet slijt…maar vergeten deed ik niet 😉

Tot we twee weekends geleden opnieuw richting het skigebied in Brambrüesch gingen en ik heel zelfzeker alle openbare plaatsen aan de skilift ging ambeteren: kassa boven, verhuurcenter, informatiecenter,… 

‘Entschuldigung, ich habe vor ein paar Wochen meine Sonnenbrille verloren.’ ging het telkens opnieuw. Maar overal kreeg ik hetzelfde antwoord: ‘Alle verloren spullen worden beneden aan de grote kabellift in Chur afgeleverd’. 

Dus na een heerlijke dag sneeuwpret reden we de berg naar beneden en stopten we aan de kassa’s van de kabellift. Opnieuw dezelfde vraag uiteraard: ‘Entschuldigung, ich habe vor ein paar Wochen meine Sonnenbrille verloren.’ Een jonge stagiaire dook onder de kassa en haalde een drietal examplaren tevoorschijn. Bij twee brillen was ik meteen zeker want dat waren zo’n zwarte, eerder sportbrillen, en dat was mijn model helemaal niet. Bij de derde bril voelde ik connectie. Ik wees de bril aan en zei dat dit wel eens mijn bril kon zijn. Er hing een briefje rond de benen van mijn bril gekleefd. De stagiaire nam de bril en vroeg: ‘Sind Sie Amanda?’ Ik: ‘Euh, nee, Tine.’ Dan is het uw bril niet zei ze kordaat en ze stak de drie brillen terug onder haar desk. Ok, dat was het dan. Bril definitief verloren.

Ondertussen ging ik de week die daarop volgde op zoek naar hoe ik hier in Zwitserland aan een nieuwe zonnebril op sterkte zou geraken. De verloren bril had ik tijdens een vakantie in België gekocht maar dan moet je zeker minstens 10 dagen in België zijn tussen opmeting en aflevering. En geen idee of ik snel 10 dagen in België zal zijn.

Maar de bril met het briefje bleef door mijn hoofd spoken. Ik wist bijna zeker dat ik hem niet ergens verkeerd had gelegd want dat zou zeer uitzonderlijk zijn voor mij. Ik moest hem echt wel ergens verloren zijn (ik vermoed nog steeds tijdens het duwen van de auto) in Brambrüesch. Maar ja, de bril bleek van Amanda. Toch gek dat er op een verloren bril een naam staat, bedacht ik nog wel.

Het voorbije weekend gingen we weer die richting op om een winterwandeling te maken en dus vroeg ik manlief om nog één keertje te stoppen aan de kabellift in Chur. Ik ging binnen en merkte een man op achter de kassa’s. ’Ok, nieuwe kans!’ schoot er meteen door mijn hoofd. En dus deed ik alsof ik daar nog niet eerder was geweest. ’Entschuldigung, ich habe vor ein paar Wochen meine Sonnenbrille verloren.’ ging het weer.

De man haalde nu vanonder de kassa een stoffige doos boven en ik zag wandelstokken, een skibril, een sneeuwschoen en nog veel andere verloren voorwerpen liggen. Helemaal vanonder vond de man drie brillen. Twee zwarte sportmodellen en een bril met een briefje. Ha! Ik nam mijn telefoon en toonde de foto van tijdens het ritje in de kabellift om te bewijzen dat de bril met het blaadje mijn bril was. De man keek wat bedenkelijk (tsss Zwitsers) en zei: ‘Mmmm, die bril lijkt toch een andere kleur te hebben. Of misschien is het de lichtinval?’ ’Ja, de lichtinval!’ riep ik heel enthousiast. En ik probeerde hem verder te overtuigen om het briefje eraf te mogen halen en de bril eens te mogen opzetten. Dan zou ik kunnen zien of het mijn bril op sterkte was. 

Op dat moment kijkt hij naar het briefje en zegt: ‘Sind Sie Amanda?’ ’Ah nee’ zegt hij meteen daarop. Ene Amanda heeft de bril gevonden boven op de berg. ’Whaaaaaaaaa’ Nee ik ben niet Amanda maar ja, ik ben mijn bril boven op de berg verloren en deze bril is mijn bril. 

Hij duwt de bril vanonder het plexiglas mijn richting uit en roept nog net: ‘Schönen Tag’.

En of het een schönen Tag was. Tine, en niet Amanda, had haar zonnebril terug.

Eind goed, al goed zeker?

Tips and tricks 94: Griesslisee hike

Toen deze week 2 van mijn Nederlandse collega’s, tijdens de pauze, gezellig stonden te keuvelen over hun laatste hikes was ik meteen nieuwsgierig. Altijd in voor een ongekend stukje berg hier. Die dag hoorde ik voor het eerst over de Griesslisee. Soms denk ik dat ik na 4 jaar opzoeken, blogs en sites lezen en up-to-date zijn met de posts van de Zwitserse influencers dat ik de highlights al allemaal heb gezien. En dan ontdek je, als bij toeval, dit toppertje.

De wandeling naar de Griesslisee is niet zomaar een wandeling. Deze hike kan je niet doen zonder de Klausenpass over te rijden. De Klausenpass, die het Zwitserse kanton Uri met Glarus verbindt, is tijdens de winter gesloten voor verkeer door de sneeuwval. Deze wandeling kan je dus alleen maar ondernemen van de (late) lente tot de herfst. De openingstijden van de pass vind je terug via de link hierboven.

We reden al een keer of 3 over de Klausenpass. De laatste keer was samen met de familie omdat je zonder veel inspanning het echte berggevoel mag ervaren. Ideaal dus om oma’s en opa’s mee naartoe te nemen. Vaak vinden de kinderen, achteraan in de wagen, zo’n pass vrij saai. Moeder roept dan om de haverklap: ‘Kijk, ooooh, daar, mooi, stop hier even, oh waw,…’. En ik kan zo nog wel even verder gaan. Maar ik denk dat de combinatie van de pass met de wagen en dan de wandeling naar de Griesslisee voor veel mensen een ideaal dagje uit in de bergen zal zijn.

Oma’s en opa’s die het klimmen liever overslaan, kan je aan de start van de wandeling ‘achterlaten’ in het bergrestaurant Klausenpasshöhe waar je ze vast en zeker ook blij kan maken met een lekkere koffie, een frisse Zwitserse pint met Bratwurst en vooral het prachtige zicht op de bergen en rotsen.

Je parkeert je wagen dus best op 1 van de parkings in de nabijheid van de Klausenpasshöhe (1952m) want net naast het restaurant vertrekt de wandeling naar de Griesslisee (een gletsjermeer). Naast het restaurant zijn ook openbare toiletten voor wie voor vertrek nog even een kleine stop wil maken.

Het grindpad gaat behoorlijk steil omhoog maar het prachtig uitzicht over de omliggende bergen doet het klimmen wat vergeten. Na een kleine 10 min. grindpad ga je het echte bergpad in dat je kan terugvinden door de typische wit-rood-wit kentekens te volgen. Het pad is minder steil maar oneffen en je loopt als het ware tussen de stenen en rotsen door. Goed uitkijken dus al mag je zeker ook niet vergeten om nu en dan eens goed romdom je heen te kijken en te genieten.

Je wandelt ongeveer een uurtje tot je plots na een laatste klimmetje het gletsjermeer met zijn grijs-blauwe kleur voor je ziet liggen. Je staat dan eigenlijk boven het meer en hier kies je of je helemaal boven blijft, een stukje daalt om iets dichterbij te komen (wat wij deden) of helemaal naar beneden gaat maar dan moet je wel wat extra tijd (en energie bij het terugkeren) uittrekken. Ik had het water van het gletsjermeer wel graag eens aangeraakt maar we waren pas na de middag thuis vertrokken en dus zouden we wellicht niet voor het donker terug aan de wagen geraken.

Ohja, wij gingen begin oktober en toen we rond 16 uur het zicht op het meer bereikten konden we nog een 20-tal minuutjes genieten van de mooie kleur van de gletsjer waarna de zon stilletjes achter de bergen verdween (zie schaduw op de foto’s hierboven) en het meer zijn mooie en typische kleur verloor. Misschien goed om hiermee rekening te houden. In de zomer zal je wellicht veel langer kunnen genieten.

De afdaling langs het rotsenpad vond ik heel leuk om te doen. Ik had wel de wandelstokken bij die ik hier goed kon gebruiken. Ze bieden toch dat extra steuntje bij het afdalen.

Tenslotte dan nog een stukje langs het grindpad tot je opnieuw bij het restaurant en de parking komt. Voor diegene die oma en opa daar achterlieten, vergeet ze niet opnieuw op te pikken natuurlijk.

De totale wandeling (heen en terug) is zo’n 6,5 kilometer met een 250 meter stijgen tot je het meer ziet en 250 meter dalen tot je de wagen opnieuw bereikt. Extra kilometers en hoogtemeters voor wie tot aan het meer zelf wil wandelen.

Bij het terugrijden (wij reden deze keer van Glarus naar Uri) hadden we de ondergaande zon voor ons en de reflectie op de bergen was ongelooflijk prachtig. Mijn hartje is weer zo gevuld en ik wil deze wandeling dan zeker aan iedereen aanraden. Niet twijfelen, gewoon doen en genieten.

Tips and tricks 93: Atzmännig panoramatrail

September en begin oktober zijn vaak de meest ideale maanden om te wandelen in de bergen. Een heerlijk nazomerweertje i.p.v. een vaak te hete zomer, geen troepen toeristen meer in de bergen en de ideale manier om te ontsnappen aan die drukke eerste schoolmaanden.

Dus proberen we er deze maand echt wel zo vaak als mogelijk op uit te trekken. We merken dat we regelmatig al eens dezelfde wandelingen maken, wat na bijna 4 jaar Zwitserland niet abnormaal is natuurlijk. Toch ga ik graag op zoek naar ‘nieuwe’ wandelingen. Er zijn een aantal voorwaarden verbonden aan onze perfecte wandelingen: afstand max. 15 km, hoogtes max 500 hoogtemeters, liefst een lus of toch een wandeling waarbij we makkelijk terug aan de wagen geraken en natuurlijk graag nog wat mooie tafereeltjes onderweg.

En zo vond ik dit onontdekt pareltje in kanton St. Gallen. Atzmännig is een 50 minuutjes rijden vanuit Thalwil (een uurtje vanuit Zürich) en heeft meerdere grote parkings. Toch raad ik aan om, zoals vaak, vroeg te starten want beneden aan het dalstation zijn een aantal attracties voor kinderen en een restaurant en zo raakt de parking snel vol met mensen die niet gaan wandelen maar komen eten/spelen. Straks nog meer over het speelpark. De parking is trouwens betalend.

Wij kochten 4 ticketjes enkele rit op de zetellift om ons van Talstation naar Bergstation te brengen. Het was een heerlijk ritje met de opkomende zon op onze snoet aangezien we daar al iets na 9 uur waren (de lift gaat trouwens om 9 uur open). Halverwege, bij het Mittelstation, mag je gewoon blijven zitten. Het Mittelstation is de stopplaats voor de rodelbaan. Straks meer daarover.

Boven mag je al meteen genieten van de prachtige vergezichten over de Zürichsee, de Glarner Alpen en in de verte zelfs enkele toppers zoals de Titlis en de Jungfrau (bij helder weer). Vanaf het mooie uitkijkpunt wandel je minder dan 1 minuut naar de start van de wandelingen. Wij volgden Chrüzegg. Je hebt bij Rotstein twee opties om tot bij berghut Chrüzegg te geraken. Of je neemt de iets lager gelegen wandeling langs Grosse Rotstein of je gaat over de Tweralpspitz. De laatste optie is iets meer klimmen en je doet er 20 min. langer over.

Soms heb je geen keuze want blijkbaar zijn er regelmatig schietdagen over de Tweralpspitz waardoor je verplicht langs de Grosse Rotstein moet wandelen. Wij hadden geluk en konden door. Bij versperring staat er een duidelijk bord om je op de hoogte te brengen.

Deze wandeling is niet extreem moeilijk of zwaar maar je kan niet zomaar iedereen meenemen. Er zijn stevige (korte) klimmetjes maar je wandelt vaak op de smalle heuvelrug en wanneer het net geregend heeft of de grond is nog vochtig na de nacht dan is het op sommige plaatsen ook wat modderig. Opletten dus.

Na wat op en neer wandelen, met onderweg prachtige vergezichten, kom je halverwege de wandeling aan bij berghut Chrüzegg. Daar kan je zowel binnen of op het terras genieten van een fris of warm drankje en wie wil kan een typische Zwitserse lunch verorberen: Schnitzel, braadworst, een vlees/kaasschoteltje, Alpenmagronen,… Naast de berghut is een klein hutje waar je kaas of een koffie/drankje on the go kan kopen. En er is een klein speeltuintje.

Na berghut Chrüzegg ga je bijna alleen maar dalen (volg Atzmännig Schutt). Een stevige afdaling met steile heuvels en trapjes ingebouwd in de berg. Goeie schoenen en eventueel wandelstokken zijn geen overbodige luxe. Mijn bovenbeentjes hebben de afdaling de day after gevoeld. Maar gezonde pijn noemen we dat hier.

De wandeling is in totaal zo’n 7,5 kilometer lang. Je stijgt zo’n 200 meter en daalt een 500 meter (vooral tijdens het 2de deel van de wandeling). Er zijn ook opties waarbij je na Chrüzegg terugwandelt naar het bergstation en de zetellift terug naar beneden neemt.

Zelf vonden wij het een enorm gevarieerde wandeling met hele mooie zichten en de combinatie van groene heuvels, dennenbossen, het zicht op de Zürichsee, de iets hogere Glarner alpen in de verte en dan de besneeuwde bergtoppen helemaal ver weg. Van alles een beetje, een beetje vanalles. Op en top Zwitserland-gevoel.

Voor de mensen met kinderen: Atzmännig heeft naast de parking en het dalstation een mini attractiepark met verschillende speeltoestellen die zonder personeel bediend worden. Je hebt vooral muntjes van 1 en 2 Zwitserse frank nodig maar er is een wisselautomaat. Zelf mochten onze stevige en flinke stappers het waterkanon uitproberen. Een automatisch touw trekt je bootje omhoog op rails en schiet, eens je boven bent, het bootje met volle kracht naar beneden waar je in een waterplas terecht komt. Ik zag lachende gezichtjes dus top.

Naast de kleinere attracties heb je nog de rodelbaan. We betaalden 5,5 Zwitserse frank voor een ritje voor kinderen onder de 16 jaar. Gust en Julia gingen samen met de zetellift naar boven (Mittelstation) waar ze het stoeltje van een medewerker kregen. En dan natuurlijk heerlijk naar beneden rodelen.

Rond 15 uur keerden we heel erg tevreden (mooie en gevarieerde wandeling, lekkere Zwitserse lunch en 2 enthousiaste pubers) terug huiswaarts.

Zalig die september zondagen!

Tips and tricks 92: Erlebnisweg Aaschlucht in Engelberg

Dan moet je bijna 4 jaar in Zwitserland wonen om deze prachtige wandeling te laten ontdekken door je catsitters/zomerbezoekers. Wanneer wij tijdens de zomervakantie richting België gaan, komen schoonzus en schoonbroer hier catsitten en heerlijk genieten van Zwitserland. Ze gaan vaak aan de slag met de tips and tricks uit ‘Tiny in de bergen’, en zoeken daarnaast graag zelf nog wat mooie plaatsjes uit. En zo konden wij deze keer met hun tips aan de slag. Fijn!

De Erlebnisweg Aaschlucht kan je best beschrijven als een avontuurlijke en rustige wandeling langs de rivier de Aa waar je de rivier een tiental keer oversteekt over allerlei verschillende brugjes (zowel houten en stenen bruggen en zelfs een mooie hangbrug). De wandeling is in totaal een 9km lang waarbij je langzaam zo’n 435m daalt en zo goed als niks stijgt. Een ideale familiewandeling dus. Je kan de wandeling in de andere richting doen zodat je wat meer uitdaging hebt.

Startpunt van de wandeling is aan het station van Engelberg waar heel veel andere wandelingen vertrekken. Het eindpunt is het station van Grafenort. Je kan kiezen om ’s morgens naar Grafenort te rijden en daar je wagen aan het station te parkeren. Dan neem je de trein naar Engelberg (er is een trein elk uur om XX:38 richting Engelberg). Op die manier ben je na het wandelen niet meer afhankelijk van de trein en kom je meteen bij je wagen in Grafenort. Wij waren zelf wat aan de late kant vertrokken en hebben de wagen in Engelberg geparkeerd aan Parkplatz Sporting Park waar we voor de hele dag CHF5 betaalden en waar de wandeling langs loopt (5 min. van het station Engelberg).

Vanaf Parkplatz Sporting Park zijn we meteen langs de Aa beginnen wandelen voorbij de grote parkeerplaats van de Titlis kabellift. Kleine tip, wie nog een toilet wil bezoeken voor de wandeling kan hier best even stoppen. Daarna wandel je verder langs de Eugeniesee tot aan de rots die je welkom heet in Engelberg (zie foto). Daar start dan het avontuurlijke en mooie deel van de wandeling. En met avontuurlijk bedoel ik echt avontuurlijk want je duikt precies onder de weg waar je enkele leuke hindernissen moet nemen. Voor wie nu schrik heeft dat de hele weg zo is, don’t worry, na 50 meter hindernissenparcours kan je terug rechtop staan en gewoon stappen.

Toch blijft de wandeling avontuurlijk aanvoelen omdat je de hele tijd in het groen en langs de rivier wandelt en door middel van al die verschillende soorten oude brugjes de rivier gaat oversteken. Je komt enkele ‘Feuerplatzen’ tegen dus wie onderweg graag een worstje wil grillen, kan dat zeker doen. Er zijn 2 specialere picknickplaatsen. Het eerste is precies een houten chaletje waar potten en pannen en zelfs afwasmiddel beschikbaar zijn en waar de kinderen ondertussen wat kunnen spelen met een waterrad of een wip. De tweede speciale picknickplaats is eerder op het einde van de wandeling en heeft een grote stenen tafel met 12 houten stoelen errond en van daaruit kan je makkelijk bij de rivier komen om even te verfrissen. Ideaal om met kinderen daar even halt te houden zodat ze een kleine waterdam kunnen bouwen.

Het allerlaatste stuk van de wandeling (na het prachtig azuurblauwe stuwmeertje) is minder spectaculair maar nog steeds mooi en rustig. Wij hadden geluk en bereikten het prachtige stationsgebouw van Grafenort 5 minuutjes voor de trein aankwam. Even uitrusten in de schaduw en dan 15 minuten met de trein richting Engelberg (vooral door een tunnel).

We kozen er een warme dag uit (29°) maar tijdens de wandeling langs de rivier en onder de bomen hadden we het goed. Na het stuwmeer was het iets meer afzien van de warmte omdat je af en toe door een open veld loopt. Op de trein was het dan weer ontzettend warm en waren we blij om in de Avec aan het station in Engelberg een lekker verfrissend ijsje te kopen.

Om nog extra te kunnen afkoelen (en omdat die twee pubers eigenlijk heel flink gestapt hadden) gingen we nadien nog zwemmen in het gemeentelijk zwembad van Engelberg. Hallenbad (binnenzwembad) en Freibad (buitenzwembad) Sonneberg. Absoluut een topper want wie wordt er nu niet happy van lekker te verfrissen met zicht op de bergen?

Tips and tricks 91: Zomerwandeling Rundweg Melchsee-Frutt – Tannalp

Zwitserland is mooi maar vooral anders doorheen de verschillende seizoenen. Wanneer ik een winterwandeling maak, vraag ik mezelf steeds af hoe die omgeving er in de lente of de zomer zou uitzien. En dat was toen wij de winterwandeling in Melchsee-Frutt deden niet anders. In tips and tricks 82 beschrijf ik de winterwandeling.

Je rijdt naar Sportbahnen Melchsee-Frutt (Talstation Stöckalp, Fruttstrasse 53, 6067 Stöckalp) wat ongeveer 1u15min. rijden is vanuit Thalwil. De weg gaat van Zürich over Luzern naar Sarnen langs de autosnelweg waar je de afslag Kerns neemt. Daarna rijd je nog ongeveer 20 minuten op een gewone weg die plots overgaat in de parking van de Sportbahnen. Je komt aan slagbomen en dat is de ingang richting de verschillende parkings. In de zomer staan de slagbomen open en dat was voor ons vandaag best gek. We twijfelden even of we nu wel of geen ticket moesten nemen want dat moest in de winter wel. Later kon de mevrouw aan de kassa’s ons vertellen dat parkeren in de zomer gratis is. Mooi meegenomen! Er zijn verschillende parkings maar op drukke dagen zijn er parkeerwachters die je naar de juiste parkeerplaats leiden.

Wij kochten 4 retour ticketjes Stöckalp – Melchsee Frutt. Tijdens het zomerseizoen kunnen kinderen tot 15 jaar gratis gebruik maken van alle liftjes (nog eens mooi meegenomen) en wij konden aan halve prijs met onze Halbtaxkarte naar boven. In totaal betaalden we CHF 37 voor ons 4. Zonder korting betaal je CHF 37 per volwassene heen en terug. Honden zijn welkom maar betalen ook een ticketje op de gondelbaan (soms kijken ze voor kleine honden door de vingers maar dat is een beetje afhankelijk van plaats tot plaats).

Boven bij het bergstation ga je linksaf richting de panoramalift die op zich al de moeite is. Een grote lift met space-achtige look brengt je naar de start van de wandeling en naar de prachtig blauwe Melchsee. Op de Melchsee kan je vissen, varen, zwemmen (gearceerd deel op de kaart hieronder),…en zijn er waterspeeltuigen voor de kleintjes. Zwemmen in de Tannensee is verboven trouwens.

Vanaf nu zijn er verschillende mogelijkheden om te wandelen. Je hebt de rolstoelweg die je over een betonnen paadje naar de Tannensee brengt (op hun zomerkaart aangeduid in het geel – zie hieronder). Dat is handig wandelen maar niet de mooiste route. Wij wandelden naar berggasthaus Tannalp langs de Tannensee via de rolstoeltoegankelijke weg maar keerden na een verfrissende stop (ik heb het dan vooral op het drankje dat we nuttigden in het berghutje Tannalp) terug langs de blauwe stippellijntjes op de kaart hieronder (die kaart vind je trouwens aan de kassa van zowel het talstation als het bergstation). De terugweg was veel avontuurlijker en mooier dus je kiest zelf een beetje waar je liefst wil wandelen (voor goeie wandelaars raad ik de blauwe stippellijntjes heen en terug aan)

Voor wie de wandeling toch te zwaar zou zijn (ik schat zo’n 8 kilometer in totaal met een hoogteverschil van 160 meter) is er ook de Frutt-Zug. Dat is een treintje dat in de zomermaanden constant heen en weer rijdt tussen Melchsee en berggasthaus Tannalp met onderweg een 4-tal stopjes waar je kan af- of opstappen. We zagen vandaag een koppel 80-ers waarvan het lieve vrouwtje het treintje nam en meneer fier als een gieter de wandeling maakte. In het berggasthaus kwamen we hen tegen en zagen we meneer genieten van een grote, frisse pint. Bij de terugkeer namen ze beiden het treintje. Vooral de richting van Melchsee naar Tannensee is wat stijgen dus ik zou dan eerder kiezen om eerst het treintje te nemen en terug te wandelen. Een goeie tip voor mocht je familie, die niet meer zo goed te been is, willen meenemen naar dit pareltje. Het treintje is jammergenoeg niet gratis. Kinderen gaan wel gratis mee onder begeleiding van een volwassene maar die volwassene betaalt CHF 12.

Bij het terug wandelen kan je kiezen of je nog helemaal rond de Melchsee wandelt of aan het kerkje de korte afslag neemt richtig de panoramalift. Je kiest dus eigenlijk zelf een beetje hoe lang je deze wandeling maakt. Maar dat het er mooi is, dat kan ik jullie absoluut verzekeren. Kijk zelf maar!

Tips and tricks 90: Denkweg Kerenzerberg Glarus Nord

Een tussendoor wandeling met een 8-tal stopjes ‘stationen’ onderweg waar jong maar zeker ook minder jong wat denkoefeningen kunnen maken.

De volledige wandeling is een kleine 5 kilometer en je klimt/daalt maximaal 106 meter. Deze uitstap lijkt me ideaal op hele warme dagen want je wandelt een groot stuk in het bos met tussen de takken door het zicht op het azuurblauwe water van de Walensee.

De wandeling start bij Sportzentrum Kerenzerberg waar je een laadplaats vindt voor elektrische wagens. Vanuit Thalwil rijd je 45 min. naar het sportcentrum (waar een zwembad en een seminariehotel is).

Van op de ruime (gratis) parking wordt de start van de wandeling zeer goed aangekondigd. Je kan de wandeling, die een rondweg is, in 2 richtingen volgen maar als je de ‘denkstops’ in volgorde wil doen, wandel je best tegen de richting van de klok in.

Aan de 8 stops kan je horen, voelen, kijken, eens diep nadenken, beleven… maar wil je dit overslaan dan is dat zeker geen probleem. Wij genoten vooral van de hangmat tussen de bomen bij station 6 ‘balance’. Even verpozen met alleen het geritsel van blaadjes op de achtergrond.

Let wel op, wij waren na station 1 ‘Doppelkreuz’ al bijna verkeerd gewandeld en de verkorte wandeling genomen die station 2 t.e.m. 4 overslaat. Dat is een optie maar dan is de wandeling geen 5 km maar een 2,5 km.

Een stopje bij panoramarestaurant Lihn is zeker aan te raden. Dat is bijna het einde van de wandeling. Op hun terras heb je een prachtig zicht op de Walensee en het dorpje Amden.

Absoluut geen zware wandeling en geen dagvullend programma maar wel een fijn tripje dichtbij met de azuurblauwe Walensee in de nabijheid.

Als je na de wandeling nog zin hebt in iets lekkers of nog wat extra wil wandelen/genieten dan raad ik aan om door te rijden naar het dorpje Murg aan de Walensee zelf. Murg is 12 min. rijden van sportcentrum Kerenzerberg. Je kan er in Sagibeiz op een unieke locatie drinken/eten of voor de avonturiers zelfs blijven slapen in een glamping tent, een oude trein of een Tiny House gondel.

Voor wie nog wat extra wil wandelen kan je vanaf de betalende parking in de Strandbodenstrasse 1 in Murg een heerlijke platte wandeling maken langs de Walensee. Op die parking kan je ook je elektrische wagen laden.

Je start de wandeling vanaf de Schifflistrasse, langs strandbad Murg, langs camping Murg, voorbij haven Murg West (waar je ook de boot kan nemen naar Quinten (Zwitserse rivièra)) en zo heerlijk verder langs het water tot je zelf beslist om terug te keren. Onderweg kan je stoppen en zomaar eventjes verfrissen in het koele water van de Walensee. Heerlijk na al dat wandelen en nadenken bij de ‘Denkweg’ 😉

Tips and tricks 89: Roadtrip Sustenpass

De Zwitserse bergpassen… I love them. Ik vind het zalig om een roadtrip te maken door die bergpassen en een beetje à la Wim Lybaert te leven als God in Frankrijk in zijn Columbus (Zonder plan en zonder voorbereiding trekt Wim Lybaert met de Columbus de wijde wereld in. Een week lang duwt hij op pauze om te genieten van vrije tijd die écht vrij is. In alle vrijheid laat hij zich helemaal leiden door het toeval én door zijn gast.). Wel zo doen we het min of meer ook een beetje. We hebben bij vertrek een Zwitserse pas in gedachten maar onderweg stoppen we waar, wanneer en hoelang we willen op de mooiste plaatsjes.

Onlangs reden we al over de Albulapass, de Klausenpass, de Grimselpass, de Furkapass en de Flüelapass en vandaag werd daar nog de Sustenpass aan toegevoegd.

We vertrokken vanuit Thalwil langs Zug en Luzern richting de Brünigpass om halverwege die Brünigpass de weg richting Meiringen te volgen. Toen we enkele weken geleden de Grimselpass en Furkapass deden namen we diezelfde richting.

Onze eerste stop was op de Brünigpass zelf aan het uitkijkpunt van de Lungernsee. Wij noemen het ook het krokodillenmeer omdat het meer de vorm van een krokodil heeft (met een beetje verbeelding toch).

Onze eerste echte stop (want uitkijkpunt Lungernsee was enkel uit de wagen springen) was in Meiringen zelf. Toen we de Grimselpass deden, waren Pieter en ik gestopt bij Aareschlucht maar toen waren Gust en Julia niet mee. En ik had gezien dat je op 5 min. van Aareschlucht ook de Reichenbachfälle (waterval) kon bezoeken met een schattig tandradtreintje. Dus besloten we deze 2 vandaag aan het lijstje toe te voegen. Reichenbachfälle was nieuw voor iedereen en Aareschlucht vonden we toch wel de moeite om ook eens aan Gust en Julia te tonen. Je kan een combinatieticket kopen (je kiest zelf wat je eerst wil bezoeken) wat interessanter is.

Wij zijn gestart bij de Reichenbachfalle (adres: Reichenbach, 3860 Meiringen). Een schattig tandradtreintje brengt je naar boven. Er zijn 2 treintjes waar telkens 24 personen mee kunnen en die non-stop tussen 9 uur en 17.30 uur rijden. Wanneer je bijna boven bent, voel je de spetters van de waterval al op je snoet. De waterval is gigantisch en de moeite waard. Eens boven vertrekt er een kleine wandeling (vooral trappen) tot boven de waterval (je loopt zelfs met een brugje boven de waterval zelf). Wij liepen nog iets verder door tot aan gasthaus Zwirgi waar je indien gewenst kan stoppen om iets te drinken of te eten. Daar zagen we dat je de waterval ook met de auto kan bereiken maar ik durf niet te zeggen of die weg zeer smal is of niet. Het spaart je wel de kost van het treintje uit.

Na het afdalen richting bergstation bewonderden we de waterval nog even van dichtbij en namen we het treintje terug richting dal. Van daaruit is Aareschlucht slechts 5 min. rijden (Aareschluchtstrasse 15, 3860 Schattenhalb). Er zijn helemaal vooraan parking West 2 laadplaatsen voor elektrische wagens. De parking zelf is gratis (ook bij de Reichenbachfälle trouwens). Aareschlucht is een kloof waar het water van de Aare rivier doorheen loopt. Op sommige plaatsen is de kloof zeer smal (<1m) en als je dan het blauw-groene water met wat zon inbeeldt, waan je je al snel in één of ander tropisch vakantieoord.

Vanuit Meiringen vervolgden we de weg richting Innertkirchen waar je de keuze moet maken of je de Grimselpass of de Sustenpass zal volgen. Deze keer werd het dus Sustenpass voor ons. Toen we enkele weken geleden de Grimselpass bezochten, was de Sustenpass nog niet geopend. Deze pas is vooral een toeristische pas waardoor ze echt wachten tot de sneeuw natuurlijk verdwenen is. Daarom opent hij vaak later dan de andere (meer functionele passen). De Sustenpass is één van de nieuwste passen in Zwitserland en werd pas tussen 1938 en 1945 aangelegd.

Vanaf hier kan ik jullie alleen maar aanraden om te genieten, te bewonderen en te stoppen waar en wanneer je wil. Wij stopten vooral op de typische ‘point de vu’ plaatsjes, bij berghotel Steingletscher waar ook een kaasmakerij is (met alpenijs), op de pashöhe (hoogste punt nl. 2234 meter),… Kies zelf maar uit.

Het eindpunt van de bergpas is het dorpje Wassen en van daaruit reden wij via Altdorf, Luzern en Zug terug richting Thalwil.

Geen grote klim (althans niet met de benen) of verre wandelingen, al doe je op zo’n roadtrip toch verrassend veel stappen, maar vooral prachtige uitzichten en het echte Zwitserse berggevoel.