Tips and tricks 80: Weg der Schweiz – Etappe 4: Sisikon – Brunnen

Weg der Schweiz, een 35 kilometer lange wandelweg langs de Urnersee (zuidelijkste deel van de Vierwaldstättersee of beter gekend als Lake Lucerne). 

De wandeling start oorspronkelijk in Seelisberg/Rüti en eindigt in Brunnen.  Maar weinig mensen maken de wandeling in 1 stuk en dus werd de wandeling in etappes ingedeeld.  Zo kan je tijdens een vakantie in de streek elke dag een stuk wandelen of zoals wij, naar goesting en believen, een etappe uitkiezen en bewandelen.

In Tips and tricks 71 beschrijf ik etappe 3: Flüelen – Sisikon.   Toen beschreef ik ook al dat je in het voorjaar en het najaar vaak moeilijker wandelingen kan vinden in de bergen zelf.  De liftjes gaan in onderhoud of er ligt al/nog sneeuw in de bergen.  Daarom is een etappe van de Weg der Schweiz ideaal tussen april en oktober.  De kans is bv. groot dat er binnen 2 weken al sneeuw ligt op het hoogste gedeelte van onze wandeling.

Over het hoogste gedeelte gesproken.   Etappe 3 was een ‘lichte’ wandeling, etappe 4 was een ‘middel’ wandeling.  Mijn beenspiertjes hebben het geweten!  Vanaf de start van de wandeling klim je 480 meter tot je in Morschach het hoogste punt hebt bereikt.  Daarna daal je de 480 meter weer tot aan het meer in Brunnen.  Gelukkig zijn er onderweg meer dan genoeg prachtige stopplaatsjes om even te verpozen.  Op de foto hieronder zie je onze startplaats nabij het dorpje Sisikon aan het meer en de foto zelf is genomen op ongeveer het hoogste punt van de wandeling.

Ergens op 1/3 van de klim kwamen we de eerste Hofladen tegen.  Een Hofladen is vrij vertaald een ‘boerderijwinkel’.  Die vind je hier in allerlei formaten.  Van een echt winkeltje bij een plaatselijke boerderij tot een blokhutje of zelfs een houten bak met een minimaal aanbod aan bv. kaas- of vleeswaren, drankjes, huisgemaakte confituur,…  En op die eerste stop vonden wij een kleine houten kist met daarin een mini koelkast waarin enkele stukken Alpkäse lagen.  Je kan vaak op 2 manieren betalen: contant waarbij je het geld gewoon achterlaat in een klein geldkistje of met Twint (de Zwitserse Payconiq).  Verder op de wandeling kwamen we zeker nog 2 Hofladen tegen dus in nood ga je niet omkomen van de dorst of honger.

De etappe die wij maakten gaat van Sisikon naar Brunnen door bos en weide tot je terug aan het meer in Brunnen staat.  In Sisikon zijn er zeer weinig parkeerplaatsen waardoor wij de wagen in Brunnen aan het station (met veel parkeerplaatsen) parkeerden en de trein naar Sisikon namen.  De trein spoort elk uur om xx:39 uur dus een beetje planning kan je dag wel aangenamer maken.  Het ritje zelf naar Sisikon duurt slechts 4 min.  Om het met de woorden van Gust te zeggen: ‘Dus wij zitten hier 4 min. op de trein om straks die 8 kilometer terug te wandelen ofzo?’  Nog een voordeel om in Brunnen te starten, naast de parkeerplaatsen, is dat je op het einde van de wandeling niet meer moet wachten om de trein terug te nemen naar je startplaats.  Wij konden gewoon terug richting de wagen wandelen.  Ohja, vanuit Thalwil naar Brunnen rijd je een goeie 45 min.

De wandeling zelf is 8,3 km op prima bewandelbare paden.  Hou wel rekening met de hoogte als je een minder geoefend wandelaar bent.  Maar nu en dan stoppen tijdens de klim is niet alleen een goed excuus om de hoogtemeters niet in 1 keer te moeten afleggen maar vooral om te genieten van het prachtige uitzicht op lake Lucerne, de besneeuwde bergtoppen aan de overkant en de prachtige groene weides onderweg.

Kijk zelf maar!

Na de wandeling kan je in Brunnen nog heerlijk genieten langs het water, uitrusten op de houten ligzetels aan het meer of iets lekkers drinken aan 1 van de terrasjes langs de oever.

Misschien tot een volgende etappe ergens?

Tips and tricks 79: Kaasmarkt + Alpabzug Elm

Koeien, in België had ik er nooit een band mee. Ze waren er, in verschillende kleuren en formaten, maar dat was het dan ook.

In Zwitserland daarentegen werd ik al heel snel verliefd op de lichtbruine Zwitserse koeien mét koeienbel. Heerlijk: het plattelandsgevoel, de groene heuvelflanken, de houten boerderijtjes en het geklingel van de bellen. Al zeg ik er wel steeds bij dat ik geen hoogsensitieve koe zou willen zijn. Dag en nacht (ok, ze liggen voornamelijk neer dan maar toch) dat getingel en getangel rondom jou en vooral nog eens veroorzaakt door jezelf.

Maar tijdens onze talrijke wandelingen word ik steeds helemaal zen van de koetjes. Koeien zijn in Zwitserland nog steeds heel belangrijk. Het is het land van kaas en chocolade en hiervoor heb je nu eenmaal melk nodig. De Zwitsers zijn er ook 100% van overtuigd dat hun chocolade en kaas de lekkerste is omdat hun melk zo vers en gezond is want die melk komt van koetjes die een hele zomer lang heerlijk in het groene gras op een bergflank konden grazen. Eerlijk, ik zou in Zwitserland best een koe of geitje willen zijn.

Maar de koeien kunnen uiteraard tijdens de koude wintermaanden niet in de bergen blijven. Want dan zijn de paden niet meer toegankelijk en kunnen de boeren ook hun zomerhutten, waar ze dagelijks melken, niet meer bereiken. Ook voor de koeien zou het boven te koud en te onveilig zijn en vooral, er is geen gras meer te vinden in de dikke pak sneeuw. Dus vanaf half september tot begin oktober ergens wordt in verschillende dorpen in Zwitserland een traditioneel (zo zijn de Zwitsers nu eenmaal) feest gevierd: de Alpabzug.

Tijdens een Alpabzug (of Alpafvaart) brengen verschillende landbouwersfamilies hun kuddes koeien feestelijk naar beneden. De dieren worden versierd met bloemen, de grootst mogelijke bellen en hoedjes. In stoet wandelen ze door het dorp om dan uiteindelijk terug naar de stallen of de weide in het dal te worden gebracht. In het dorp is er dan feest en soms, zoals vandaag in Elm, ook een traditionele markt.

De voorbije 2 jaar werd er, om gekende redenen, ook minder gevierd. We waren al eens een mini-versie van zo’n Alpabzug gepasseerd vorig jaar tijdens een tripje naar Appenzell maar dit was nu de kans om een echte traditionele Alpabzug mee te maken.

In Elm, op een goed uur rijden van Thalwil, wordt je door verkeersleiders naar de gratis parkeerplaatsen verwezen. Wij kwamen net na de middag aan en moesten ons op de verste parking van het dorp parkeren. Maar geen probleem, we zijn in Zwitserland he! Er waren 2 opties. Ofwel neem je een speciaal ingelegde bus om de 4 km te overbruggen richting dorp en feestelijkheden ofwel neem je het wandelpad (iets meer dan 4 km wellicht) dat naast de rivier loopt door de groene weides.

Onze keuze was snel gemaakt want na een weekje met vooral regen en grijze dagen scheen vandaag het zonnetje volop en konden de 9 km ons niet tegenhouden. We hebben echt genoten van de wandeling, die je aan de hand van de typische Zwitserse gele bordjes, zonder problemen naar het dorp brengt.

Toen we het dorp bereikten, werden we meteen al verrast door een prachtig concert. Mannen en vrouwen in traditionele kledij wandelen door de dorpsstraten met reuze koeienbellen op hun nek, in een gelijke pas, waardoor de bellen een synchroon geluid maken. Luid, heel luid maar ook pakkend. Vol overgave en de traditie in ere houdende, zie je de mannen glunderen met hun zware bellen in de nek.

Overal in de kleine dorpsstraatjes stonden traditionele marktkraampjes waar je (vooral) kaas, fijne vleeswaren, souveniers, houten planken, hoeveijs, enz. kon kopen. Wij lieten ons verleiden door de braadworsten en een bordje raclette. Julia vond het hoeveijsje dan weer overheerlijk.

Rond 14.30 uur was de echte Alpabzug gepland. We hoorden in de verte belletjes en de stoet werd voorgeleid door een versierde tractor die de hele bende de weg wees. De landbouwersfamilies lopen trots achter hun kudde koeien en langs alle kanten worden er foto’s en filmpjes gemaakt (ik beken geheel schuldig).

Na de abzug waren we blij dat wij de 4 km nog langs de rust en natuur terug mochten wandelen richting de parkeerplaats. We draaiden ons voor de parking nog even om en bewonderden het prachtige dal, met besneeuwde bergtoppen, nog eens goed. Aaaaah, heerlijk hier!

Tips and tricks 78: Schwarzsee

Het moet zo’n 28 jaar geleden zijn dat ik op exact dezelfde plaats stond. Toen, een 14 jarig meisje op kamp met de zeer populaire CM kampen (nu beter gekend als Kazou kampen van de mutualiteit) ergens verdeeld tussen de vrienden van de nieuwe middelbare school in Roeselare en de ‘oude’ vrienden van het lagere schooltje in Lichtervelde.

Eerlijk, veel kan ik er mij precies niet meer van herinneren. Ook niet toen ik dit weekend opnieuw aan de Schwarzsee stond. Raar, want eigenlijk heb ik best wel een goed geheugen. Wat ik me wel nog goed herinner is dat we tijdens de terugreis met de trein uren hebben vastgestaan ergens tussen Bern en Basel. De trein die moest aansluiten op onze trein had een ongelukje gehad en dus moesten wij wachten tot al deze kinderen konden overstappen op een andere trein en opnieuw konden aansluiten richting België. Ik kan de geur in de trein nog levendig ophalen. Stel je voor, een combinatie van kinderen en leiding die 10 dagen niet gedoucht hadden, stinkende bergschoenen en nog meer stinkende wollen wandelsokken, de geur van hout door de houtzagerij waarnaast onze trein stilstond en als toppunt kreeg één van onze kampleidsters een epileptische aanval door de stress. Ik ben nog nooit zo blij geweest om thuis te komen na een kamp, geloof me!

Een bezoekje aan Schwarzsee stond dus al eventjes op de to-do lijst. Zo gingen we ook al naar Fiesch in kanton Wallis waar Pieter met de 14-jarigen op CM kamp ging. Maar het werd niet zomaar Schwarzsee. De eigenlijke redenen van ons weekendje weg waren een verlengd weekend n.a.v. de feestdag ‘Knabenschiessen’ in het hele kanton Zürich (verlof voor Pieter en de kinderen die dag dus) en het feit dat Gust en Julia hun Belgische identiteitskaart dreigt te vervallen. Aangezien je voor het vernieuwen een afspraakje moet maken bij de Belgische ambassade in Bern en we liever geen school skippen hiervoor, maakte ik dus een afspraak op de vrije maandag. Bern is een kleine 2 uur rijden vanuit Thalwil dus groeide al snel het idee om er nog een weekendje weg van te maken.

Zaterdagochtend vertrokken we richting Schwarzsee. Normaal ongeveer 2,5 uur rijden voor ons maar het was druk onderweg en zo kwamen we pas rond de middag aan. We boekten een vakantiehuisje via Booking.com ‘Chalet Alte Post’. Daar konden we vanaf 16 uur inchecken dus had ik vooraf een kleine planning gemaakt. Zo zouden we op zaterdag de korte (4km) wandeling rond het meer maken en aansluitend zouden Gust en Julia de zomerrodelbaan naast het meer mogen uittesten.

We maakten niet alleen de rondwandeling toen we aankwamen maar we picknickten met zicht op het meer en de omliggende bergen, we speelden een partijtje minigolf bij ‘Minigolf und Tennisanlange Schwarzsee’ en we dronken een koffietje bij hotel Schwarzseestärn. Gust en Julia kregen elk 5 ticketjes om de zomerrodelbaan uit te proberen en wij genoten van het zonnetje en 2 blije gezichtjes die hun ervaringen over het rodelen uitwisselden en afstemden.

Het moet rond 17 uur geweest zijn als we incheckten in de chalet die op 5 min. wandelen van het meer en de zomerrodelbaan ligt. Enkel een parking ligt tussen meer en het huisje.

Via een sleutelcode konden we de chalet betreden en de verwachtingen waren van buitenaf al groot. Zwitsers zijn meestal niet zo modern en onder ‘cosy’ verstaan zij vaak toch iets anders dan wij. Maar het gebouw was vrij recent gerenoveerd en de inkomhal straalde alvast warmte uit door het gebruik van hout en schapenvelletjes.

Ook het interieur was modern en uiteraard heel belangrijk: super proper! Alleen had de Poolse dame die het huis verhuurde de inrichting misschien een beetje te serieus genomen. Ik hou niet van kitsch maar een Zwitserse chalet mag een beetje kitsch zijn. Koffiekopjes met een koe of een Zwitserse vlag, een koeienbel en misschien zelfs een koekoeksklok zijn helemaal toegestaan maar hier had de Zwitserse vlag precies een beetje overgegeven over het interieur. Ok nee, ik overdrijf. Het was eigenlijk top maar die gordijnen waren ‘trop’. En ‘trop’ is te veel, toch?

We verdeelden de slaapplaatsjes, ontdekten de lades en keukenkastjes, Gust vond meteen een gezellig zeteltje met koeienvel én…zicht op de bergen. Een flesje wijn en een aperitiefje werden geopend en verorberd en wij waren klaar om te genieten van een gezellige familieavond. En omdat we dan toch in het Zwitserse thema waren, aten we meegebrachte Flamkuchen. Na nog een klein avondwandelingetje (de kids bleven liever chillen) gingen we allemaal vrij vroeg slapen want de volgende dag stond een mooie wandeling op de planning.

Zondagochtend was ik (zoals gewoonlijk) als eerste wakker. Voor één keertje vond ik dat absoluut niet erg want ik liep op kousenvoeten de slaapkamer uit richting de living. Jaaaa, waar ik op hoopte was werkelijkheid. Het zonnetje, dat zich de zaterdag nog vaak had verstopt, scheen volop en vanuit het livingraam zag ik prachtige bergen met een ontluikend zonnetje. Algauw verscheen Julia aan mijn zijde en zochten we samen, dankzij Mr. Google, de handleiding van de Dolce Gusto om met een kopje koffie mét Zwitserse vlag te kunnen genieten van al dat moois.

Niet veel later kwam ook het mannelijke gezelschap erbij en konden we samen een heerlijk ontbijtje nuttigen. Na het verorberen van de croissants en de eerste mandarijntjes trokken we onze wandeloutfit aan en vertrokken we richting kabellift. De kabellift ‘Kaisereggbahnen Schwarzsee’ bevindt zich net naast de zomerrodelbaan, net voor het meer. We kochten 4 enkele ticketjes naar boven want de wandeling die we zouden maken, daalt terug richting Schwarzsee zonder liftje. Een stevige afdaling stond ons te wachten. Wij maakten wandeling 6 van onderstaand kaartje:

Met de zetelliftjes ga je naar Riggisalp wat sowieso al een prachtig ritje met een veelbelovend uitzicht is. Voor de niet-wandelaars kan je boven genieten van iets lekkers bij berghut Riggisalp. Wij werden er getrakteerd door een Zwitsers orkestje. De sfeer zat meteen goed. Voor de kinderen is er naast de berghut ook een leuke speeltuin waar ze zich zeker niet zullen vervelen.

Restaurant Riggisalp

speeltuin bij restauran Riggisalp
Zetelliftje van Schwarzsee naar Riggisalp

Vanuit Riggisalp vertrekt de wandeling richting Untere Euchsels. Leuke bergpaadjes waar koeien en geiten gewoon hun gangetje gaan. Heerlijk! Op en top berggevoel.

Na Untere Euchels wandelden we richting Stiereberg waar we op een heel mooi uitzichtspunt even verpoosden. Op dat punt splitsten we op. De jongens hadden zin in een extra 4 km wandeling met een serieus klimmetje en de meisjes volgden liever de ‘gewone’ weg (10 km, 255m stijgen en 693m dalen).

Terwijl de jongens niet alleen genoten van de prachtige vergezichten maar ook van wat boys q-time, wandelden Julia en ik verder richting berghut Antoni Brecca. Daar dronken we een verfrissende ijsthee en aaide Julia de hele kudde berggeiten. Daarna liepen we langzaam verder naar berghut Steinige Rippa waar we de jongens opnieuw zouden ontmoeten, of dat hoopten we toch.

We moesten wel eventjes wachten op de jongens want hun extra 4 km was niet alleen klimmen maar ze zagen ook nog marmotten en mochten van andere klimmers zelfs een verrekijker lenen om de beestjes goed te kunnen bewonderen.

Ondertussen sloegen Julia en ik de werking van berghaus Steinige Rippa gade. Hoe mooi kan het leven toch zijn. Grootmoemoe, Grossmutter, zoon, schoondochter en 3 Zwitserse kindertjes die op één van de mooiste plaatsjes van de streek een boerderijtje hebben waar ze tijdens de zomer hun koetjes melken. Ondertussen runnen ze gezamenlijk ook nog een typische Zwitserse berghut waar ze éénieder gelukkig maken.

Berghaus Steinige Rippa

Het oudste dochtertje, ze moet zo’n 9 jaar geweest zijn, liep daar rond als een volleerde ober. Opdienen, afruimen, tafels schoonmaken… geen klusje was haar teveel. Grootmoeder leidde de organisatie en liep bovenstaande houten trapjes wel honderden keren op en af om drank en spijs te voorzien. In de keuken stond een overgrootmoeder met bijhorend bultje op de rug te roeren in de potten versgemaakte Käsefondue. Het jongste dochtertje van een jaar of 3 volgde haar moeder overal waar die heen liep en het 5-jarige zoontje was papa’s grote helper. Na enige tijd verschenen vader en moeder plots in een andere outfit op het erf. Julia en ik fronsten onze wenkbrauwen en waren benieuwd wat er nu zou gebeuren. En ja hoor, vader en moeder verlieten het restaurant gebeuren en verdwenen in de schuren achter het restaurant. Ze gingen tussen de service door even koeien melken. Heerlijk toch!!!

Ondertussen hadden Pieter en Gust de berghut ook bereikt en lonkte de Käsefondue geroerd door overgrootmoeder als nooit te voren. Dit moet de lekkerste Käsefondue met het mooiste uitzicht ooit geweest zijn. Ons hartje werd warm vanbinnen en dat was niet alleen van de hete kaas.

Nadat we allemaal onze buikjes vulden (Gust koos trouwens voor een knapperige Schweinewurst mit Brot) besloten we aan de afdaling te beginnen. Vanaf Steinige Rippa tot aan de Schwarzsee daal je eigenlijk zo goed als de hele tijd. Soms houten trapjes, soms kiezeltjes en andere keren langs grasvelden. Mooi, dat zeker, maar ik voelde het al aankomen. Jup, 3 dagen na de wandeling liep ik nog rond als overgrootmoeder. Stijf in de kuiten en de bovenbillen van de stevige afdaling. Maar he, zo voelen we ook weer waar onze spieren zich bevinden, niet?

De wandeling eindigt aan de Schwarzsee waar je als laatste stukje terug naar de kabelliften (of ons vakantiehuisje) nog een 2 km langs het meer wandelt. Weten jullie eigenlijk hoe de Schwarzsee aan zijn naam komt? De legende vertelt dat een reus er ooit zijn vuile voeten zou gewassen hebben. Nu, die voeten moeten toch behoorlijk proper geweest zijn want zo ‘Schwarz’ was het meer nu ook niet. Er zijn ook enkele houten brugjes over het meer die het wandelen erg leuk maken.

Die avond kropen we moe maar voldaan in ons bedje. Nog één keertje uitkijken naar het ontbijt en heerlijk koffietje de volgende dag om dan op tijd te vertrekken richting Bern.

Heerlijk om na 28 jaar nieuwe herinneringen te kunnen maken op dezelfde plaats. Hopelijk blijft ons tripje Schwarzsee bij Gust en Julia iets langer hangen dan dat het bij mij deed toen. En voor hen misschien een herinnering aan geurende kaasfondue in plaats van geurende wollen sokken 🙂

Bucket list: de Zürichsee overzwemmen

Nee, het is nog niet zover gekomen dat ik een bucket list aan het opstellen ben. Geen midlife crisis (denk ik toch) en ook niet van plan om te gaan (hoop ik toch).

Maar er was 1 iets dat me sinds onze verhuis naar Zwitserland bleef achtervolgen. Een piepklein lijstje dus als je het zo bekijkt.

Tijdens onze pre-trip naar Zürich in oktober 2019 bezochten we samen met een relocation agente een aantal woningen. Toen we onze huidige woonplaats bezochten (aan de Zürichsee gelegen) vertelde lieve Angelika dat men jaarlijks georganiseerd het meer over zwemt. En toen gloeiden mijn oortjes. Deze, van kleinsaf aan, waterrat zag zichzelf dat meer overzwemmen. Een to-do waar ik (hopelijk) blij van zou worden en uiteraard trots zou zijn op mezelf.

Maar jup, hier gaan we weer, COVID stak ook hier weer een stokje voor. Geen georganiseerde meer-oversteek-partijtjes de voorbije 2 jaar. Tot ik begin juni ergens las dat het dit jaar opnieuw zou doorgaan. Ik negeerde het halvelings al bleef het eigenlijk wel door mijn hoofd spoken. Als ik het nu niet zou doen, wanneer dan wel. Ik had echter 1 probleem. Met wie zou ik dat doen? Alleen vond ik toch een beetje gewaagd. Pieter vragen was niet meteen een optie. Niet alleen zat hij tijdens de week van de oversteek met 10 bezoekende Amerikaanse en Duitse Googlers, zwemmen in het meer is voor hem eerder je grote teen in het water soppen. Gust was oud genoeg om mee te zwemmen (minstens 12 jaar en onder begeleiding van een volwassene) maar het grote teen-effect is blijkbaar erfelijk en ook hij is niet echt een waterrat te noemen. Dan bleef er nog mijn cloontje (toch op watervlak) Julia over maar zij was jammergenoeg net nog te jong en ik wou me toch vooral op mezelf kunnen concentreren i.p.v. de verantwoordelijkheid voor haar te moeten dragen. Want, wie zegt dat ik dat eigenlijk wel zou kunnen: 1500m zwemmen in een meer!

Ik had het idee eigenlijk al wat opgeborgen tot ik de ochtend van de oversteek zelf een berichtje kreeg in de Thalwil Spooglers (Spouse of a Googler) groep. Dat groepje gebruiken we om elkaar te verwittigen van de maandelijkse kartonophaling of de jaarlijkse kermis in het dorp waardoor de supermarkt moeilijk te bereiken is of om elkaar te verwittigen voor een storm of… Maar nu dus een berichtje van een lieve dame, die ik nog nooit eerder had ontmoet, die het meer zou over zwemmen met een groep vrienden (hun jaarlijkse gewoonte) en vroeg of iemand zin had om mee te komen. En toen, iets van nu of nooit, te nemen of te laten, doorzetten, nie plooje… Ik schreef terug: ‘Oh nice, I would like to join!’. En zo gebeurde het dat ik me 5 minuten later online had ingeschreven en 25 Zwitserse Frank had betaald om een meer over te zwemmen. Ik hoor het sommigen al denken: ‘Ze zouden me verdorie geld moeten toesteken!’

Ik appte de Belgische studente even die een tijdje bij ons verbleef in het voorjaar. Zij is nogal sportief en zou me misschien raad kunnen geven: ‘Euh Caro, ik zou het meer over zwemmen, denk je dat ik dat kan?’ ‘Euhm ja, als je een beetje oefent.’, was haar antwoord. Waarop ik zei: ‘Ewel euh, ’t is dat het deze namiddag al is.’

En toen, halfweg juli, tijdens de laatste schoolweek van Gust en Julia voor hun zomervakantie zou aanvatten, ging moeder efkes zot doen en het meer over zwemmen. Julia had die woensdagochtend al plannen gemaakt met enkele klasgenootjes om te gaan zwemmen aan een plaatselijke badi dus die zou me alvast niet vergezellen richting Zürich. Gust leek een beetje bezorgd en besloot meteen dat hij wel zou meegaan met mij. Precies mijn redder zo’n beetje, superlief wel!

In de namiddag vertrokken Gust en ik met de trein richting Wollishofen (Zürich) naar de grote badplaats Mythenquai waar ik de dame en haar vriendengroepje ontmoette. Ze waren vol enthousiasme en doorliepen eerst hun traditionele fotoshoot (elk jaar dezelfde pose met hetzelfde badpak en dezelfde personen). Alleen zaten ze nu met een ‘gat’ van twee jaar in hun fotoalbum. Maar dat zou nu ruimschoots goedgemaakt worden, bedacht ik.

Daarna hoorden we onze letter ‘I’ afroepen en begaven we ons naar het grote grasveld met een podium in het midden van dat veld. Daar werden opwarmingsoefeningen gegeven op hippe en opzwepende muziek. De dames gingen total loss en zelfs bij Gust gingen zowaar armpjes en beentjes schudden. Leuk hoe hij me bleef vergezellen.

En dan, tijd om ons naar de waterlijn te begeven en te wachten op het startsignaal. We hadden afgesproken dat we allemaal op ons eigen tempo zouden zwemmen maar aan de overkant zouden afspreken bij het bord met de letter ‘I’. Prima zo, ik was er ergens wel gerust in want langs de lijn waarin we mochten zwemmen, stonden houten sloepjes om mensen op te pikken die het moeilijk kregen. Liever niet natuurlijk, maar het gaf me een geruststellend gevoel.

Gust vroeg nog een laatste keer of ik wel zeker was (liiieeeef) en ik zei hem dat ik het wel zou halen op wilskracht. ‘Wilskracht mama, wat is dat precies?’ (noot: hun Nederlandse taal en woordenschat ligt natuurlijk al een 2,5 jaar een beetje stil). En toen legde ik hem uit dat ik geen zotte toeren zou doen maar dat ik het echt wel wilde en dat ik het daarom zou proberen vol te houden. Hij knikte…

Ik moet zeggen, de organisatie was fantastisch. Je gelooft het misschien niet maar die dag waren er 9000 tickets beschikbaar en dus ook 9000 zotte mensen die het meer zouden overzwemmen. We werden telkens verdeeld in blokken van ongeveer 300 mensen tegelijk. Hopen vrijwilligers, hulpdiensten, informatieborden, pijltjes en ballonnen waartussen we moesten zwemmen. Met een motorboot werd je rugzak met kledij en schoenen naar de overkant gebracht (per letter dus ook) en daar kan je bij aankomst dan alles terugvinden. Ahja, anders sta je aan de overkant van het meer in je zwembroek of badpak wel een beetje gek natuurlijk.

Alleen kon ik Gust niet meegeven met dat bootje dus bedachten we dat hij de overkant te voet zou bereiken (langs de brug van Zürich). Knap van hem dat hij dat alleen zag zitten en ergens wel dubbel voor mij ook om mij naast het focussen op mijn eigen prestatie ook nog moest hopen dat ook hij veilig en wel de overkant zou bereiken. Hij gaf me nog een laatste high-five en toen was het echt wel tijd om klaar te staan.

Drei, zwei, eins, goooooo! Sommigen schoten als raketten in het water maar wij gingen rustig het water in en begonnen naarstig te zwemmen. We bleven uiteindelijk toch wel in elkaars buurt en hadden gelukkig ietwat hetzelfde zwemtempo wat best fijn was. Toch werd er niet gesproken, buiten eens een knipoogje, om ons ten volle te kunnen concentreren op het zwemmen.

Het ging goed en ik probeerde mezelf echt wel te verplichten om ook te genieten onderweg. Hier had ik zo naar uitgekeken en ook wel een beetje over gedroomd. Een persoonlijk prestatie voor mezelf. Sommige momenten leek het zwemmen voor niks te gaan en anderen momenten zwom ik precies als een zalm tegen de stroming in en had ik het gevoel geen meter vooruit te gaan. Maar ik bleef zwemmen en zwemmen en zwemmen.

Hier en daar zag ik een eenzame, aangestrande in een houten sloepje triestig kijken omdat hij of zij had moeten opgeven. Maar de vrijwilligers in de sloepjes waren echt wel aardig en moedigden zelfs de opgevers aan. Fijn!

Onderweg stonden grote oranje boeien met nu en dan de afstand op. Dat was goed al dacht ik bij de eerste boei op 380 meter echt wel: ‘Ow, ok, 380 meter, nu pas, dus nog een keer of 3 deze afstand te gaan nu, hmmm.’ En toen, ongeveer op 4/5 van de totale afstand wou ik mijn nek even ontlasten (ik zwom de hele tijd schoolslag) en trok enkele metertjes afstand in crawl waardoor er een kramp in mijn kuit schoot. Jeetje, en nu? ‘Doorzwemmen Tine, komaan, je bent er bijna!, zei ik tegen mezelf. En na wat gefriemel onder water aan mijn tenen (Pieter beweert toch altijd dat je aan je tenen moet trekken als je kuitkramp hebt) leek het opnieuw goed te komen. Ik liet de crawl voor wat hij was en zwom vol motivatie het laatste stuk.

Toen ik eindelijk grond onder mijn voeten voelde, keek ik naast me en zag een enthousiaste jonge dame op hetzelfde moment de grond raken. We maakten een klein praatje (ook de eerste keer? Goed gedaan zeg! Jij ook hoor!) en begaven ons gezamelijk op het droge. Daar werden we overdonderd door een massa volk en door bekers gevuld met bouillon. Zo zout als iets maar blijkbaar traditioneel om het lichaam terug vocht en zout te geven na de inspanning.

Met mijn bekertje ‘zoutwater’ ging ik op zoek naar de rest die zich ook net bij paaltje ‘I’ hadden verzameld. De meesten onder ons deden er 50 min. over maar 1 dame was een snelle zwemmer en zij deed er 43 min. over. Ik zocht mijn rugzak en stuurde Gust en de rest van het thuisfront snel een berichtje dat ik goed en wel in leven was en de overkant had bereikt. Joehoe!!!

Na het bekertje bouillon werden we doorverwezen naar de volgende ligweide waar we een bord risotto (overgoten door de eerder verkregen zoute bouillon) met parmezaanse kaas kregen. Beetje vreemd vond ik het maar smaken deed het zeker!

Na het verorberen van het bordje en nog wat napraten, nam ik stilletjes aan afscheid van het groepje medezwemmers en probeerde ik de uitgang te vinden waar Gust mij al even stond op te wachten. Hij leek opgelucht toen hij me zag aankomen en samen namen we tram en trein terug richting Twalwil terwijl we beiden honderduit vertelden over onze avonturen onderweg.

Ik viel die avond snel maar apetrots in slaap. Check, dit nemen ze mij niet meer af!!!

Mini-bucketlist afgerond denken jullie, al staat er ondertussen een lijntje bij. Ik wil graag eens met de tent wildkamperen (of minstens een zeer eenvoudige camping) ergens op een Zwitserse berg met mijn gezin. Om dan met een glaasje wijn de zon te zien ondergaan en de volgende ochtend met een zelf opgegoten koffietje de zon weer te zien opgaan. Misschien, wordt vervolgd….

Tips and tricks 77: Zugersee Uferweg

Einde juni, in België tellen ze de laatste punten, worden nog wat uitstapjes georganiseerd en staan talloze afscheidsfeestjes op de planning. Hier in kanton Zürich is dat nog niet het geval en heerst er nog wat toetsenstress (bij de één al wat meer dan bij de ander). Gust en Julia hebben nog school tot half juli. Nog heel eventjes op de tanden bijten dus.

Verre of spectaculaire uitstapjes zijn het dus niet geworden dit weekend. Alhoewel, er stond nog een laat verjaardagsfeestje voor Julia in de agenda geprikt. Een dagje Technorama met 3 vriendinnetjes was haar wens. En of papa misschien kon meegaan? Dus ging Pieter op zaterdag met 4 elfjarige dametjes op stap naar de wereld vol wetenschap. Al werd er door de warme temperaturen vooral geëxperimenteerd met water (veeeeeel water) in het buitengedeelte van het museum. Het was heel plezant en ons dametje genoot. Er werd heel veel gelachen en gegiecheld en zeker niet alleen met Pieter zijn ‘fantastisch’ Duits;-)

Maar vandaag dus big business en studeren geblazen. Algebra, Engels en ‘Schmetterlingen’ passeerden de revue. Tot we in de late namiddag toch nog goesting hadden om de beentjes even te strekken en wat verfrissing op te zoeken bij deze warme temperaturen. Ik dacht dat het wel een fijn idee kon zijn om een wandeling langs de oevers van een meer te maken. Deze keer niet de Zurichsee maar de Zugersee.

Zug is een kanton hier dichtbij. Op een halfuurtje staan we met de wagen (of de trein) in Zug. Zug is kleiner dan Zürich maar best heel charmant. En het prachtige zicht op de Rigi en Pilatus bergen is dan ook fantastisch.

Wij begonnen onze bewegwijzerde wandeling aan de haven van Zug. Van daaruit volg je de bordjes 858 ‘Zugersee Uferweg’. Als je nooit eerder in Zug was kan ik de wandeling langs het water richting de Altstadt zeker ook aanraden. Maar nu gingen we dus richting Cham van aan de haven.

Het eerste stuk is een beetje ‘gewoontjes want je loopt naast de spoorweg en je kan het meer niet zien omdat er huizen of badi’s tussen de weg en het meer gebouwd zijn. Na een tijdje loop je wel langs het water en ook een heel stuk door een natuurreservaat. En of we natuur gezien hebben…we kwamen zelfs een naaktstrandje tegen 🙂

Het was vandaag net iets te warm om ten volle te kunnen genieten van deze 6km lange wandeling met een hoogteverschil van max 40 meter. Ik kan me voorstellen dat het bij enkele graden minder net wat aangenamer zou geweest zijn.

Maar de inzet werd beloond. De wandeling eindigt in het romantische Vilette park in Cham. Een zeer mooi park met restaurant Villa Vilette in het midden van het park. Kort na villa Vilette sprong onze kroost in het frisse Zugermeer. Heerlijk!

Ik had gehoopt om van aan het Vilettepark te kunnen terugkeren met de boot richting Zug maar dat was ’s avonds niet meer mogelijk. Maar gelukkig ligt het station van Cham op het einde van het park en stonden wij 7 min. later terug in Zug.

Geen spectaculaire wandeling deze maar voor ons geclassificeerd in de categorie ‘fijne zondagnamiddag wandeling ‘. En ik blijf erbij, sowieso is Zug heel mooi en is flaneren langs de haven van Zug al top.

Je kan de wandeling trouwens ook omgekeerd maken, mocht je daar meer zin in hebben…

Tips and tricks 76: Roadtrip Klausenpass

34° voorspeld in Zwitserland dit weekend. Dat betekent voor vele Zwitsers de hele dag doorbrengen aan één of andere badi (badplaats aan het meer). Wij vinden zo tijdens de zomermaanden dagelijks een sprongetje in het meer geweldig maar om nu een hele dag met je luie kont in het gras te zitten…hmmm, minder ons ding.

Dus gingen we op zoek naar een leuke activiteit tijdens deze warme dagen. Een bergwandeling durfden we ook niet zo goed want soms kan het frisser zijn in de bergen (op grote hoogte) maar soms loop je ook echt in de volle zon op open velden of bergheuvels.

Tot ik in de loop van de voormiddag op het idee kwam om een soort roadtrip te maken langs mooie (en indien mogelijk koele) plaatsjes. De Klausenpass, reeds lang op het verlanglijstje en al meermaals stukjes richting de pas gedaan, maar ooit ook helemaal moeten terugkeren omdat de pas door de smeltende sneeuw volledig was afgesloten. Dat zou nu vandaag hopelijk niet meer het geval zijn dachten we (als die sneeuw nu nog niet gesmolten is, zucht, puf, warm).

De rondrit is een 200 km lang dus best wel veel. Je kan beter ’s morgens op het gemak vertrekken zodat je de kans hebt om onderweg te stoppen waar je wil en hoe lang je wil want dat is net het voordeel van deze prachtige roadtrip. Wij reden vanuit Thalwil richting Zugersee, Goldau, Lauerz, Ingenbohl, Sisikon, Altdorf, Bürglen, Spiringen, Unterschächen, Linthal, Glarus, Näfels en zo terug de snelweg A3 richting Thalwil.

Wij stopten op volgende plaatsen maar dat is geheel naar eigen goesting, smaak of tijd in te vullen.

  • Tellskapelle Sisikon: Hier maakten we een eerstje stop kort na de middag voor een koffie en een ijsje in de Seebeizli am Urnersee in Tellsplatte. Je moet hiervoor een kleine afdaling doen naar het meer maar het uitzicht is adembenemend. De ijsjes zijn er de moeite waard dus iedereen happy.
  • Altdorf: Bezoek aan het oude stadscentrum met standbeeld van Willem Tell
  • Bürglen: De moeite waard om even te stoppen aan het kerkje en daar de Tellskapelle en de oude typische Zwitserse huisjes te aanschouwen.
  • Unterschächen: Deze stop mag je niet overslaan. Je parkeert je auto aan de start van de vallei in de Bielenstrasse. Net voor je de vallei ‘Brunnital’ zou binnenrijden (aan zo’n koeienoversteekplaats op de weg) zijn enkele parkeerplaatsen. Daar parkeer je de wagen en loop je een stukje de vallei in langs het kabbelende water van de Hinter Schächen rivier. Ongelooflijk mooi daar. Puur Zwitserland. Mocht je daar geen plaats vinden (want de plaatsjes zijn beperkt) kan je in Unterschächen zelf ook parkeren op een grotere parkeerplaats en moet je nog een klein stukje stappen naar de vallei. De grotere parking bevindt zich nabij hotel Alpina maar staat ook duidelijk aangegeven langs de weg. In tips and tricks 54 beschrijf ik hoe we daar ook parkeerden om de watervalwandeling in Aesch (Staubbachfall) te maken.
  • Klausenpas: Nadat we even in de vallei in Unterschächen genoten van het frisse water en de mooie natuur, startten we eindelijk onze weg naar de Klausenpas. Let op, vanaf nu gaat het behoorlijk kronkelen dus absoluut niet het moment om een boek te lezen op de achterbank of iets op je GSM op te zoeken. Nuja, dat zou gewoon ook zonde zijn want de weg naar en door de Klausenpas is ongelooflijk mooi. Wij zijn onderweg zeker op 10 plaatsjes kort gestopt om even te genieten of een mooie foto te maken. Je komt ook een paar plaatsjes tegen waar je iets kan eten of drinken. Een iets langere stop maakten wij aan restaurant Klausenpass (niet te verwarren met het vrij moderne hotel Klausenpass dat je hiervoor tegenkomt). Aan restaurant Klausenpass zagen wij sneeuw op bereikbare hoogte en besloten we onze ‘cool down’ dag echt waar te maken met een sneeuwballengevecht. Heerlijk! We maakten na het dollen ook nog een korte wandeling naar een mooi uitzichtpunt over de Klausenpas (links van het restaurant vertrekken op een goed begaanbaar pad tot je op een soort uitkijkpunt komt. Dit is ongeveer 15 min. stappen van de parking maar zeker de moeite waard.
  • Glarus: Tijdens de afdaling kwamen we nog leuke stopplaatsjes en nog een waterval (Berglistüber) tegen. Wij reden door tot in Glarus waar we de wagen even aan het station parkeerden en voor de Pokémon vangende zoon even een klein toertje deden in het stadspark met verfrissende fonteinen. Daarna vervolgden we onze weg terug tot in Thalwil.

Maar bij deze nogmaals heel belangrijk om te onthouden. Je kiest echt waar en wanneer en hoelang je stopt naar eigen verlangens. Maak er gewoon een ontspannende dag van (desnoods met picknick stops) al kom je onderweg ook een aantal supermarkten (oa meerdere Volg supermarkten) en restaurants tegen. Een frisse pint smaakt nog altijd beter op een leuk terrasje met een mooi uitzicht.

Have fun, geniet en laat je lekker verrassen zou ik zeggen 🙂

Tips and tricks 75: Seeuferweg Wädenswil – Richterswil

Jullie weten al langer dat ik het liefst langs de oevers van één of ander Zwitsers meer wandel. Dat maakt me happy, rustig en doet mijn hartje een vreugdesprongetje maken. Een tijdje geleden schreef ik in tips and tricks 69 over de zeeoeverweg Seerose (van Wollishofen Seerose naar Zürich Burkliplatz). Zo eentje die je zeker met bezoekers moet gedaan hebben. Ideaal qua afstand en vol met mooie geniet-momentjes.

Ergens in februari nam ik samen met een vriendin de trein richting Flumserberg (laaaang geleden toen er nog sneeuw op de bergen lag) en zag ik tijdens het treinritje dat er rond Richterswil ook zo’n mooi Seeuferpad was. Met de trein natuurlijk moeilijk in te schatten waar je precies bent maar ik was benieuwd en ik ging korte tijd later op zoek. We parkeerden de wagen in Richterswil Horn en begonnen langs het meer te stappen maar vonden het mooie houten pad op het water niet. Jammer, al hadden we natuurlijk ook een mooie wandeling gemaakt. Bleek toen achteraf dat de wandeling gewoon de andere kant vanaf de parking was.

Vorig weekend namen we opnieuw de trein richting Flumserberg (waar we onze eerste zomerwandeling van het seizoen deden nl. Flumserberg Tannenboden – Seebenalp) en zag ik tijdens de treinrit opnieuw het houten pad over het water. En ik wist het, ik moest en zou deze week opnieuw op zoek gaan. En zo geschiedde… 🙂

Na de middag (onze kindertjes komen hier elke middag thuis eten) nam ik de trein vanuit Thalwil richting Wädenswil. 10 minuutjes rijden langs de Zürichsee dus snel zal je je niet vervelen. In Wädenswil liep ik via de ondergrondse doorgang richting het meer om al eventjes te genieten en merkte ik een leuke Seebar op, Engel Seeplatz, waar ik een volgende keer (wanneer ik de wandeling misschien eens in omgekeerde richting doe) zeker zal stoppen voor een koffietje of iets fris.

Ik vond de bordjes die de wandeling ‘Richterswil Seeuferweg’ aangeven (de typische gele wandelbordjes) al snel en toen bleek dat ik de ondergrondse doorgang onder de sporen richting het dorp moest nemen. Daar vond ik de bordjes opnieuw en raakte ik een beetje in de war. Maar eigenlijk kan ik besluiten dat je best van aan het station van Wädenswil de bus neemt (inbegrepen in je treinticket wanneer je een dagticket neemt) naar Wädenswil Giessen. Ikzelf wandelde langs de Seestrasse maar tussen de auto’s is dat stuk niet echt aangenaam. Beter even de bus op tot de start van het mooie deel.

Busstopplaats Giessen van waar je de wandeling best start

Aan busstopplaats Giessen stap je af, steek je de Seestrasse over en loop je kort naar rechts. Al snel zie je een spoorweg en een klein, oud trapje dat je onder de spoorweg richting het meer leidt. Vanaf daar kan je de gele wandelbordjes richting Richterswil volgen en kan je eigenlijk niet meer fout wandelen.

Al snel voelde ik het, dit wordt weer één van mijn ‘even-weg-van-huis-wandelingetjes’. Net als de wandeling Seerose maar nu kan ik gewoon afwisselen. De ene keer dit stuk van het meer, de andere keer het andere stuk. Ideaal!

Langs de Seeuferweg loop je uiteraard langs het meer maar heb je prachtige stop- en uitkijkpuntjes: bankjes, fauna en flora onderweg, een houten uitkijktoren, meerdere mogelijkheden om het water in te gaan, ligbanken, een vuurplaats om een worstje te grillen,…

Wanneer je bijna in Richterswil aankomt kan je niet meer verder langs het meer en moet je via een ondergrondse doorgang even terug onder het spoor lopen. Dan wandel je kort langs het meer maar met de spoorweg tussen het meer en het wandelpad. Maar je komt wel voorbij een prachtige oude Zwitserse boerderij.

In Richterswil steek je dan een brug over de sporen over waardoor je terug aan het meer en in een park, Richterswil Horn, komt. Ik wandelde door het park met speeltuintje en bar ‘Beizli am See’ waar ik even halt hield voor een heerlijke latte Macchiato met bijhorend stukje chocoladebrownie. Een aanrader, ik kan het weten!

Ik checkte even de trein terug richting Thalwil en zag dat ik enige tijd later gewoon de hoek om moest richting station Richterswil. Op mijn weg naar het station kwam ik nog een pedaloverhuurder tegen waar ik Gust en Julia binnenkort eens mee naartoe neem (pedalo met glijbaantje inclusief).

De wandeling is zo’n 4 km lang en ik zelf wandelde er (vanaf de busplaats gerekend) zo’n 40 min. over. De wandeling is zeker niet zwaar want naast een meer heb je gelukkig weinig hoogteverschil. Je kan de wandeling in beide richtingen doen maar ik denk dat het stuk Wädenswil – Richterswil net iets mooier is door het zicht op de bergen. In omgekeerde richting kijk je op Zürich. Een kwartiertje na vertrek met de trein uit Richterswil stond ik weer in ons vertrouwde Thalwil, net op tijd om de kindertjes te ontvangen en het weekend in te vliegen.

Tips and tricks 74: Neuchâtel

Zoals jullie misschien wel weten, houden we hier een landkaart van Zwitserland bij waarop we telkens met een pinnetje aanduiden welke stad of dorp we bezochten sinds onze verhuis naar Zwitserland. Ondertussen is die landkaart al goed gevuld geraakt al zitten er hier en daar nog gaatjes in. Natuurlijk is de omgeving op minder dan anderhalf uur rijden van Zürich het drukst bezocht maar we maakten ook al enkele weekendtrips wat verder weg.

Vandaag stond Neuchâtel, een kleine twee uur rijden vanuit Zürich, op de planning. Neuchâtel is de hoofdstad van het gelijknamige Zwitsers kanton Neuchâtel. De gemeente heeft ongeveer 33.600 inwoners, ligt op 430 meter hoogte en omvat 1805 hectare. De stad ligt direct aan het meer van Neuchâtel. De stad bezit uitgebreide culturele mogelijkheden. Wikipedia

Wisten jullie trouwens dat het meer van Neuchâtel het grootste meer is dat volledig in Zwitserland ligt. Bij menige quizvragen wordt er wel eens gegokt dat het meer van Genève het grootste is maar dat ligt niet volledig in Zwitserland zelf. Tot zover de wist-je-datjes voor vandaag 😉

Wij parkeerden op een grote buitenparking ‘Jeunes-Rives’ nabij de haven van Neuchâtel. Naar Zwitserse normen een vrij goedkope parking want voor een goeie halve dag parkeren betaalden we CHF4. Zodra je van de parking weg wandelt, flaneer je langs het meer van Neuchâtel, voorbij de haven met mooie privé- en openbaar toegankelijke boten.

Aan de haven zelf liepen we richting het stadscentrum en besloten we het bureau voor toerisme even te bezoeken dat, hoe raad je het natuurlijk, net gesloten was. Maar gelukkig hingen er bakjes met een stadsplan en stadswandeling aan de gesloten (uhum) voordeur. We besloten de stadswandeling te volgen al maakten we na enige tijd eigenlijk onze eigen wandeling (geleid door Pokémon jagende Gust die vandaag extra veel werk had omdat het Pokémon Go Fest 2022 is dit weekend).

De highlights in deze stad zijn de mooie centrumstraatjes in de Altstadt die je niet kan missen. Slenter gerust links en rechts en je zal wel zien wanneer je het oude stadscentrum verlaat. Topper is de klim naar het kasteel en de kerk met prachtig zicht over het meer van Neuchâtel. Daar hebben we toch wel wat tijd doorgebracht in de kerk, de tuin van het kasteel en de mooi ommuurde kasteel wallen. De straatjes naar of van het kasteel zijn ook bijzonder charmant.

Omdat rondslenteren in een stad + bijhorende klim naar het kasteel in meer dan 28 graden en volle zon behoorlijk intensief waren, besloten we een mooi terrasje te zoeken in de schaduw. We vonden een heel mooi Frans ogend pleintje waar we een crêperie aantroffen, die blijkbaar heel populair zijn in Neuchâtel. Wij hielden halt bij crêperie Le Sud waar we volgens eigen goesting genoten van een hartige of een zoete pannenkoek. Pieter ging voor de crêpe roquefort met gestoofde peertjes en ikzelf vond mijn goesting bij de crêpe Suisse (met raclette kaas, uitjes en augurk). De kinderen kozen uiteraard voor de crêpe au chocolat. Wat anders?

Niet alleen de pannenkoek smaakte ons maar de Grimbergen blond en rouge van het vat smaakten bij deze temperaturen nog meer. En geef toe, een Grimbergen van het vat in combinatie met een crêpe Suisse, dat is toch het beste van 2 werelden samen?

Na de lunch besloten we het water op te zoeken en hoopten we op wat verfrissing. We zochten en we vonden ook de ‘Passerelle de l’utopie’ waarover ik online had gelezen maar die we tot hiertoe nog niet waren tegengekomen. Deze passerelle is een soort uitkijkpunt over het water. Mooi, ydillisch en uiteraard veel fotoklikplezier waard.

Foto online gevonden, wij hadden pech vandaag want de bergen waren niet zo goed zichtbaar.

Omdat de zon zo fel op ons bolleke scheen en we de stad nu wel voldoende hadden kunnen verkennen, trok het vrouwelijk geweld van de familie bikini of badpak aan en zochten we een mooi plaatsje (waar de mannen in de schaduw konden vertoeven) om het frisse water in te duiken. Ik had me dit jaar, tot hiertoe, nog niet aan het Zwitserse meerwater gewaagd maar vandaag lonkte de verkoeling te hard. En hey, hoe cool is het niet om te kunnen zeggen dat je zwom in het grootste meer van Zwitserland. Toch?

Integratie: makkelijker gezegd dan gedaan

Integratie is de opname in een (groter) geheel. Het gaat daarbij voornamelijk om de opname van personen of bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij. Een belangrijk kenmerk van integratie is dat de opname van personen of bevolkingsgroepen van beide kanten komt.

Bovenstaande uitleg vond ik online. Mooi in theorie, in praktijk niet altijd even mooi en dat zullen velen met mij kunnen bevestigen. ‘Je moet er zelf voor openstaan, je moet je aanpassen aan je nieuwe land, je moet de taal/gebruiken/cultuur leren,…’ Tuurlijk, volledig mee akkoord. Maar dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is kan ik jullie verzekeren.

We zijn geen vluchtelingen, godzijdank! We zijn volledig uit vrije wil (het ene gezinslid al wat vrijer dan het andere) hierheen gekomen. We hadden pech, dat wel. 6 weken na onze aankomst stond de wereld een heel klein beetje stil: COVID. 2 jaar lang zouden we niet het ‘echte’ Zwitserland kunnen leren kennen. Maar ergens troostte dat ons ook. We wisten dat we op dat moment echt niet meer konden investeren in die integratie want alle sociale activiteiten waren zowel voor ons als voor de kinderen helemaal geschrapt. Al voelden we toch wel dat ons kinderen nog harder hun best moesten doen. Want wie zou nu een volledig nieuw of ‘vreemd’ kind uitnodigen bij zich thuis in deze onzekere en bange tijden. Voila, ik hoef er geen tekening bij te maken.

Ondertussen liggen de zwaarste COVID-tijden gelukkig al een beetje achter ons. En toch valt het me de laatste tijd zwaarder dan ooit. Ik weet dat er hoogtes en laagtes zijn in zo’n verhuisverhalen dus hoop ik gewoon dat dit een zeer snel voorbijgaande laagte mag zijn.

Maar eerlijk, ik voel me eenzaam. Het leven gaat terug door. Iedereen pikt de draad gelukkig terug op en ik voel dat ik blijf stilstaan. Nog meer dan voorheen want toen konden we alles op ‘COVID’ afschuiven. Makkelijk om dat beestje van alles de schuld te geven en anderzijds toch ergens veilig te kunnen schuilen achter het beest ook.

Ik bedenk soms op de moeilijkste momenten dat mocht ik morgen terug verhuizen of in het ergste geval plots doodvallen dat mijn omgeving (gebouw, straat, dorp, kanton) het niet eens zou opmerken. Ik vemoed dat het heeel lang zou duren voor iemand zich zou afvragen waar dat ‘Belgisch madamke’ naartoe is. Hmmm?

Ik ben heel blij dat ik nu ongeveer een jaartje geleden ‘ja’ heb gezegd op de jobaanbieding in de Nederlandse school. Het is geen fulltime job maar het is iets. Het houdt me bezig, ik kan me inzetten voor mijn leerlingen en wekelijks kan ik toch even ‘Nederlands’ praten met de collega’s.

Maar we hadden bij aanvang heel bewust gekozen voor de lokale school, een dorpsgevoel, integreren met de locals… en dat blijkt toch veel moeilijker dan gedacht. Ik doe mijn best en ik praat Duits maar verder dan wat small talk geraak ik niet. Diepe gesprekken voeren in een andere taal dan je moedertaal blijft moeilijk.

Ook voor de kinderen is het absoluut niet altijd makkelijk. Ze doen zoooo hard hun best, staken al zoveeeel energie in dat integreren maar we merken dat we op dat vlak toch misschien niet in het meest ideale dorp zijn terechtgekomen. Er werd ons verteld dat Gust en Julia hier zeker niet alleen zouden zijn als ‘nieuwkomers’. En op zich klopt dat. Bijna niemand in hun klas heeft een puur Zwitserse mama en/of papa. Ontelbare nationaliteiten in hun klas: veel Duitsers, Italianen, Zuid-Afrikanen, Amerikanen,… maar het grote verschil is dat al die kinderen hier wel geboren of heel jong verhuisd zijn. Verhuizen met een 9- en 10 jarige is toch minder voorkomend. Of die mensen kiezen dan eerder voor een internationale schoolomgeving. Maar net omdat we zo hard wilden investeren in dat integreren (Duits ipv Engels op school, contact met vriendjes in het dorp, zelfstandig boodschappen of activiteiten kunnen doen in de buurt,…) kozen we dus niet voor die internationale omgeving met vaak wisselende contacten. Was dat een inschattingsfout, ik weet het niet goed.

Ik heb voor de verhuis gewerkt als administratief medewerker in een lagere school. Ik kreeg meermaals ouders en kinderen aan de deur die geen enkel woord Nederlands konden spreken en recent hun land (en vaak hun hele hebben en houden) hadden verlaten. Ik heb steeds geprobeerd om die mensen warm te onthalen. Om ‘een taal’ te vinden die ons beiden de mogelijkheid gaf om te communiceren in het belang van het kind. Want ik kan mijn hele uitleg over de school in het Nederlands geven maar als die ouders geen woord begrijpen, hebben we beiden geen vooruitgang geboekt. Tuurlijk vond ik het fijn om te merken dat die mensen na verloop van tijd wel moeite deden maar ik heb toch steeds geprobeerd om me een beetje in hun schoenen te verplaatsen.

Hier voel ik me vaak de ‘vreemde’ mama. En ik begrijp dan al zoveel Duits en het praten lukt zeker ook al behoorlijk. Maar als je op een infoavond op school merkt dat de leerkracht na 10 minuten overschakelt op het Zwitsers Duits (terwijl ze eigenlijk Duits moeten praten) en de volle 3 uur verder informeert en animeert in het Zwitsers Duits dan schieten je ooghoeken vol, dat kan ik je verzekeren.

Ik denk en hoop dat het een proces is. En dat ik dat integreren misschien moet loslaten. Misschien heb ik gewoon te hard mijn best gedaan en doet het daarom nu misschien wat meer pijn om te beseffen dat het allemaal niet zo simpel is.

Ik blijf fan van de prachtige natuur (bergen, meren, sneeuw, groen,…) en die geeft me gelukkig heel veel energie. Ik moet er in berusten dat het ook voor de kinderen goed komt. Want hun zorgen, verdrietjes of pijntjes maken mij als mama het meest kwetsbaar. Als zij thuiskomen van een logeerpartijtje en een hele fijne tijd hadden, kan ik er weer helemaal tegen. Maar als ze anderzijds thuiskomen en weer voelden dat ze niet ‘één van hen’ zijn, huil ik diep vanbinnen.

Ik pak mezelf dan maar een zakdoekje en ga straks de natuur in…loslaten en aanvaarden…of toch proberen tenminste.

Tips and tricks 73: Horgen Bergweiher

Sommige weekends zijn tegenwoordig goed gevuld met verjaardagsfeestjes, sleepovers, sociale activiteiten en niet te vergeten… studeren (dat zou de jeugd des huizes uiteraard liever overslaan) waardoor verre berguitstappen niet altijd lukken. Tel daar natuurlijk nog eens bij dat het de laatste dagen tussen de 25° en de 31° was waardoor wij steile wandelingen liever ook skippen.

Maar omdat ik tijdens de weekends toch graag even in de natuur kom, zoeken we af en toe mooie ‘dichtbij-plaatsjes’ op. En zoals jullie weten, vind ik het warm water hier niet telkens opnieuw uit dus laat ik me heel vaak inspireren door Tania van Swiss Family Fun die deze wandeling aanraadde.

Horgenberg is zo’n 10 minuten rijden vanuit Thalwil. Zoals de naam het zelf zegt, ligt Horgenberg boven Horgen centrum op een heuvelkam. Wij parkeerden de wagen op een ietwat verscholen parking aan de busstopplaats Moorschwand (exacte adres is: Moorschwandstrasse 114, Horgen). Van aan de parking steek je de weg over en vertrek je via een kiezelpad het bos in. Onderweg kom je dit bordje naar de lokale Hoflädeli tegen. In een Hofladen (of boerderijwinkel) kan je lokale specialiteiten rechtstreeks bij de boer kopen.

Wij liepen rechtdoor tot we aan een splitsing kwamen. Daar volg je het bospad naar rechts. In deze warme temperaturen was de schaduw van de bomen zeer welgekomen. Na een tijdje bereik je een open vlakte en zie je een manège aan je rechterkant. Wie zin heeft, kan even rechts indraaien om de paardjes van de manège te bezoeken. Tegenover de manège zie je de Sternenstrasse. Wanneer je dit straatje neemt, kom je aan het meer uit. Wie liever in de schaduw blijft laat de manège rechts liggen en wandelt het bospad gewoon rechtdoor tot je aan het meer (nabij de picknickplaats met vuurstel) komt. Je kan kiezen of je het meertje in wijzer- of tegenwijzerzin neemt. Het gebied is een natuurreservaat wat voor prachtig groene en natuurlijke tafereeltjes zorgt.

Wanneer je natuurlijk slechts heel even in Zwitserland bent, zijn er spectaculairdere uitstappen maar als avondwandeling, zondagnamiddag wandeling of wanneer je na een dag in de stad toch nog even de natuur in wil trekken, kan ik dit pareltje zeker aanraden. En het zicht op de Zürichsee van bovenuit is natuurlijk ook nog een extra meerwaarde. De totale wandeling van de parking en terug duurt zo’n 45 min. zonder echt veel hoogteverschil.

Extraatje: voor de sportievelingen onder ons (uhum) kan je daar ook een activiteitenparcours volgen. Hup, hup met de beentjes!