Het is zover!!! Ons allereerste bezoek is momenteel onderweg richting Thalwil. Olei! Hoera! Joedelahiiieee!
En bij deze is mijn B&B’tje officieel geopend! Nee, ik open hier geen echte B&B maar net zoals in Humbeek hou ik er van om mijn huisje om te toveren tot een echt logeerparadijs want mi casa…es tu casa.
De bedjes werden opgemaakt, de kussentjes nog eens extra opgeschud, het huis kreeg een extra poetsbeurt, de koelkast werd gevuld, de badkamer kreeg nog een extra behandeling,…
Oh wat hebben we er zin in. Onze gastjes heerlijk verwennen met Zwitserse specialiteiten, een uitstapje naar Zürich en/of Luzern, Thalwil ontdekken maar bovenal….heerlijk bijkletsen!!!
Ik ga mijn blogje vandaag niet te lang maken want de droogkast roept nog een laatste keer 😉
Binnen enkele daagjes zeker meer posts over ons bezoek.
Vorige week hebben we heerlijk genoten van een weekje gezinsvakantie in Gran Canaria, Meloneras.
Na enkele toch wel heftige maanden rond de hele verhuis en aanpassingen was deze vakantie meer dan wel gekomen. Ook voor Gust en Julia vond ik het ideaal omdat we vorig jaar ook al in hetzelfde hotel waren en de kinderen de omgeving dus zouden herkennen (niet nog meer nieuwe indrukken).
Het weer en de temperatuur is daar zalig. Ze zeggen niet voor niks ‘Gran Canaria, eeuwige lente.’ Elke dag een 25 graden, stralend zonnetje, 3x per dag buiten kunnen eten, een wandeling langs de zee met de voetjes in het water, alle zwembaden in het resort uitproberen, het beste zonneplekje uitzoeken,…
We hadden echt wel een super week. Gust probeerde alle sporten uit die werden aangeboden door het animatieteam (voetbal, waterpolo, waterbasket, boogschieten, darts,…) en Julia zou het zwembad van een hele dag niet uitkomen mocht het aan haar liggen. Ze leerde er ook een meisje uit Noorwegen kennen. Gelukkig is ze ondertussen al expert in gebarentaal en werd het een stille vakantievriendschap.
Aan alle mooie liedjes komt er natuurlijk altijd een einde. Al begonnen we op het einde stiekem onze mooie Zürichsee, de besneeuwde bergtoppen en mama’s home made cooking al weer wat te missen.
De laatste dag, zaterdag, werd het rond een uur of 4 in de namiddag precies mistig. Julia bleef gezellig ronddobberen in haar ananas op het water en Pieter las de laatste pagina’s uit zijn vakantielectuur. Tot die mist precies erger werd en we besloten naar de kamer te gaan, een heerlijke douche te nemen en ons klaar te maken voor het ‘laatste avondmaal’.
Toen we uit de kamer kwamen was het hele gebouw (vanbinnen en vanbuiten) gehuld in een stofwolk. Dit hadden we nooit eerder gezien. En buiten zagen we de palmbomen heen en weer slingeren door de wind. Het vriendelijke hotelpersoneel was volop in de weer en wist ons te vertellen dat dit de ‘Calima’ is. Een fenomeen dat een paar keer per jaar kan voorkomen in de Canarische eilanden. Het is wind die komt overwaaien vanuit de Sahara en dan ook roodachtig stof/zand met zich meebrengt (ik kreeg plots heel veel medelijden met de superlieve poetsdames van het hotel).
Net voor we gingen slapen, las ik op een nieuwssite dat de vluchten op de Canarische eilanden geschrapt werden door de wind en de onvoldoende zichtbaarheid op de vertrek- en landingsbanen. Ojee, dat had ik beter niet meer gelezen. Het werd een onrustige nacht moet ik toegeven.
Zondagochtend troffen we een hotel aan met nog meer stof en alle personeel werd optimaal ingezet om de hotelgasten naar believen te bedienen. Chapeau! We polsten bij de incheckbalie hoe het zat met onze vlucht en ze wisten ons te vertellen dat ze niet veel informatie hadden maar omdat de wind wat gaan liggen was, was de kans groot dat we zouden kunnen vertrekken. Toch best wel spannend. We lieten het niet aan ons hartje komen en smulden nog een laatste keer van de pannenkoekjes met warme chocoladesaus, de churos, het eitje met spek of het glaasje versgeperst fruitsap.
Even later kwam de taxi ons ophalen en bracht ons naar de luchthaven. Toen we daar de vertrekhal binnenkwamen viel mijn mond echt open. Dit heb ik nooit eerder gezien. Overal, maar dan ook echt overal, lagen en zaten mensen op de grond. Sommigen lagen op karton en anderen op een dekentje dat ze vermoedelijk van hun luchtvaartmaatschappij hadden gekregen. Ik zag uitgeputte mensen, jong en oud. Vreselijk dat zicht. De paniek sloeg toch wel binnen bij mij. We gingen naar onze incheckbalie en konden de bagage vlot inchecken. Ook bij security ging het vlot en onze vlucht leek te kunnen vertrekken met 25 minuten vertraging.
Die 25 minuten vertraging zijn peanuts in vergelijking met de andere gestrande toeristen maar al snel rekenden we uit dat de aansluiting met onze vlucht in Madrid wel heel krap zou worden. Ai ai, als dat maar goed zou komen.
We vertrokken en later die dag vernamen we dat even later de luchthaven weer werd afgesloten omdat de wind en het stof weer erger werden. Kropen wij even door het oog van een naald. Al heb ik het gevoel dat we dit achteraf precies wat moesten bekopen. Al wat daarna nog fout kon lopen, liep dan ook nog fout:
-In Madrid spurtten we uit het vliegtuig en renden we als gekken door de luchthaven naar onze volgende aansluiting maar toen bleek dat die ‘gelukkig’ anderhalf uur vertraging had.
-Toen we eenmaal konden vertrekken in Madrid richting Zürich bleek dat onze stoelen (17 A/B en 18 A/B) verwisseld werden naar 4 aparte zitplaatsen verdeeld over het vliegtuig. Op zich zou ik dat niet zo erg vinden maar de kinderen hadden niet veel zin om ergens alleen in het vliegtuig te zitten naast vreemde mensen. Dus toch maar even met de lieve hostess gesproken en ze wist ons toch per 2 te plaatsen. Al kreeg ik wel een heel boze blik van de dame van wie ik dan weer haar stoel had ingenomen.
-En als kers op de taart bleek er in Zürich maar 1 valies van de bagageband te rollen. Onze 4 stukken handbagage, die we verplicht moesten inchecken, zijn dus verdwenen. Onze vuile was hebben we mee naar huis maar de knuffels van de kinderen zweven dus nog ergens rond. Hopelijk vandaag meer nieuws hierover.
Maar we zijn thuis. We kijken terug op een prachtig weekje en gaan die opgeladen batterijen nog even opgeladen laten als het even kan.
Ze hadden me gewaarschuwd, het werd me voorspeld, ik zou er niet omheen kunnen…maar er zouden ook mindere dagen komen.
Voila, gisteren was het dan zo ver. Mijn allereerste echte ‘blue’ dag.
De kindjes hebben ‘Sportferien’ en zijn dus 2 weken thuis. ‘Zalig!’ zou je denken???
In België heb ik het nooit moeilijk gehad om vakanties te vullen en zelfs 9 weken zomervakantie mochten voor mij altijd nog wat langer duren. Geen stress, geen gehaast, pyjama’s blijven aan zolang we willen, we eten wanneer we honger hebben, we gaan en staan waar we zelf willen.
Ik wist tijdens vakanties de dagen altijd netjes in te vullen: Planckendael, zwemmen in het Pierebad in Strombeek, dagje shoppen met de kids in Mechelen, Vrijbroekpark in Mechelen, Technopolis, playdates regelen, samen koken of knutselen, hun slaapkamers eens samen uitmesten 🙂
Maar deze week kom ik voor het eerst beperkingen tegen die mijn leven toch wel wat bepalen. Ik heb hier op anderhalve maand nog niks sociaal contact kunnen opbouwen. Ik zie geen andere ouders aan de schoolpoort, de kinderen starten pas na de krokusvakantie met hobby’s dus ook daar kon ik nog niemand ontmoeten, Gust gaat na school bij een vriendje spelen of ze komen hier maar de kinderen stappen zelf alleen naar huis, de lieve buren die een briefje stuurden ben ik nog niet 1 keer tegengekomen in het gebouw,…
Ik, tettergat, babbelaar, miss-kan-niet-zwijgen…heb al anderhalve maand alleen maar tegen mijn gezinsleden gesproken (en wat gechat met mensen van het thuisfront). Ik had er eerlijk gezegd geen behoefte aan na de verhuis en wou me vooral concentreren op het maken van een gezellige ‘thuis’ en de kinderen zo goed mogelijk ondersteunen. Maar nu merk ik dat ik ook ga moeten inzetten op sociaal contact. Al is het maar enkel en alleen om die vakanties wat op te vullen.
Er bestaat een FB-groep van Vlamingen in Zürich maar ik zag nog niet meteen iets interessants voorbij komen en ook de Spooglers (partners van Googlers) hebben hun eigen community maar die spreken vaak af van 11 uur tot 13 uur in Zürich centrum terwijl de kinderen hier elke dag thuis komen eten. Middagopvang bestaat niet echt hier en wordt ingericht door een onafhankelijke organisatie die best wel prijzig is.
Na deze vakantie ga ik echt wel zoeken naar mogelijkheden om mijn horizonten wat te kunnen verruimen. Ik wil tips zoeken over ‘wat te doen met kinderen in de buurt’ want mijn 2 lieverds zouden hun dagen hier wel vullen met tablet, Playstation en TV (al verplicht ik ze wel om Duitstalige programma’s te kijken wat minder naar hun zin is).
Ik begrijp dat ze graag ook even bekomen van de rollercoaster waar ze de voorbije maanden doorheen gingen maar al dat schermgebruik lijkt me toch ook wel overbodig. En wanneer ik gisteren even hulp inriep om het terras op te ruimen liep het enthousiasme bij Gust er echt af.
Gelukkig hebben we volgende week nog een weekje gezinsvakantie op de planning staan en zal dat weekje ons hopelijk allemaal deugd doen.
En ondertussen zal ik me op het volgende concentreren 😉
What’s love got to do with it, We don’t need another hero, River deep, mountain high, Private dancer, Proud Mary, The Best,…
Bovenstaande titels doen jullie zeker aan een hele grote madam uit de muziekwereld denken…inderdaad…Tina Turner.
Toen wij plannen maakten om naar Zürich te verhuizen, vernamen we dat Tina haar ‘oude’ dagen doorbrengt in een kasteel aan Lake Zürich in de gemeente Küsnacht.
Gisteren spendeerden we onze zondag met een familietripje op de boot. In Thalwil, waar wij wonen, namen we de boot richting Zürich Burkliplatz. Van daaruit flaneerden we langs het water van de Zürichsee. Zalig met het zonnetje op onze snoet.
Na enkele kilometers stappen, besloten we de boot terug te nemen vanuit Zürichhorn richting Thalwil. Onderweg kwamen we met de boot in Küsnacht. Even op Google spotten waar Tina nu precies ergens zou wonen en dan kwamen we tot een geweldige vaststelling.
Mevrouw T. Turner woont recht tegenover ons. We zijn enkel van elkaar gescheiden door het meer. Ik denk zelfs dat ik ’s avonds met een zaklamp kan seinen naar haar (deuh, alsof ze zou terugseinen). Zou ik haar eens op de koffie vragen?
-we verwonderd waren (hoe snel de kinderen de taal leren en zich aanpassen, het adembenemende zicht van hieruit op het meer en de bergen, de schoonheid van Luzern, hoe snel de kinderen leerden skiën,…)
-we veel Pokémons ruilden (Gust ging reeds 3 keer naar de Pokémomruilbeurs de voorbije maand)
-we ontdekten hoe duur Zwitserland is (ik ben ondertussen een krak geworden in koken met restjes 😉 )
-we veel karton verzamelden en na exact 1 maand blij zijn om hiervan verlost te zijn (lang leve de maandelijkse kartonophaling)
-ik nog steeds begin te jodelen bij het aanmeren van een boot voor onze deur (mijn enthousiasme is mijn mede bewoners niet ontgaan :-s )
-we de eerste jarige van ons gezin vierden! Hieperdepiephoera voor papa!!!
-ik niet vergat om mezelf nu en dan even te verwennen
-we grenzen hebben verlegd (ik ging alleen met de auto naar de supermarkt, Julia ging zonder broer naar een nieuwe school, ik nam de trein zonder gek te worden van de zenuwen, Gust nodigde klasgenootjes uit om hier samen te spelen, de kinderen stappen zelfstandig van en naar school,…)
-maar vooral een maand waarin we als gezin elkaar steunden, hielpen, bewonderden, verwenden…en graag zien
Gust begint gelukkig stilletjes aan ook zijn draai te vinden. En dat was vanavond na school heel erg duidelijk.
Normaal had hij vanavond les tot 16.10 uur (1 uur Duitse les na school) maar de juf liet weten dat ze vandaag een opleiding had en dat extra uurtje dus niet kon doorgaan.
Gust vond dat uiteraard niet zo erg want dat betekende dat hij nog met de jongens zou kunnen voetballen. Kinderen kunnen hier na school het schoolplein met speeltuigen en voetbalveld gewoon gebruiken. Ik maakte met Gust de afspraak dat hij maximum een uurtje mag blijven.
Iets na 16 uur kwam Gust dus zoals afgesproken, afgehuppeld op de parking voor de deur die ik vanuit het keukenraam goed kan zien. We zwaaiden zoals gewoonlijk even naar elkaar en iets later stond hij in de gang. Helemaal doorweekt maar oh zo happy!
‘Mama, mama, we voetbalden in de sneeuw. Dat was superleuk!’ Een woordengolf aan fijne avonturen mocht ik aanhoren. ‘Oh mama, mag ik een douche nemen want ik heb het nogal warm van het voetballen en mijn kleren zijn nat door de sneeuw?’ ‘Tuurlijk jongen!’
Even later hoor ik hem in de douche zingen. Ze leerden het lied ‘Wenn die Eisblumen blüh’n’.
Mijn hart maakt een vreugdesprongetje en spontaan begin ik het lied mee te neuriën.
Vorig weekend had ik op de facebookgroep ‘Vlamingen in Zürich’ gevraagd waar we ergens wat konden sleeën. Toen kreeg ik meerdere voorstellen en gingen we uiteindelijk naar Atzmännig. Het sleeën ging goed maar de skipistes waren er gesloten wegens te weinig sneeuw.
Bij de tips van de Vlamingen in Zürich kwam Flumserberg vaak naar voor dus besloten we dit weekend eens daarheen te rijden. Zo’n 45 minuten later kwamen we beneden in het dal aan. We parkeerden de auto op de voorziene parking en trokken onze skipakken aan. Een Michelin mannetje is er niks bij vergeleken. Respect voor de fervente skiërs maar die zijn ondertussen misschien al iets beter geroutineerd en geëquipeerd.
We namen het kabelliftje naar boven. Dat alleen al was een hele fijne ervaring. Het eerste stuk viel nog mee qua hoogte maar het 2de deel was niet voor broekschijters. Eens boven aangekomen zagen we een hele grote parking die helemaal vol stond. We waren duidelijk niet de enigen die vandaag de sneeuw kwamen opzoeken.
Voor mij was het de allereerste keer dat ik in een skigebied kwam. Het had iets van een pretpark naar mijn gevoel: grote parking, allemaal mensen die dezelfde richting uitliepen, aanschuiven aan de kassa’s voor skipassen, aanschuiven voor het huren van skimateriaal en zelfs bussen die ladingen vol mensen uitschudden net voor de kassa’s. Hmmm, het romantische beeld van skiën was hier even ver te zoeken voor mij.
Maar hey, wij waren niet gekomen om te skiën toch? Dus gewoon even de sfeer opsnuiven en kijken hoe alles in zijn werk gaat voor mochten we ooit eens… We hadden onze pannenkoekensleetjes mee en zochten een hellend stukje om wat te glijden. Gust en Julia vonden het heel plezant maar stonden toch telkens met één oog richting de skiërs te kijken. En dan had je het gezicht van hubbylief moeten zien… ‘Tgoh, het zou wel eens leuk zijn als we dat ooit eens zelf zouden doen hé, niet?’
Een halfuurtje later stonden we in de skiverhuurshop waar de grote drukte nu al voorbij was. Gewoon even kijken, je kent het wel. Een klikje hier en een knopje daar en opeens verscheen op het scherm: Pieter, Gust en Julia = rij 3.
Ok, we zouden het erop wagen. Pieter zou de kindjes hun eerste skilesje geven. Zelf heeft hij al even niet meer geskied maar hoe moeilijk kon het zijn natuurlijk. Ikzelf besloot niet te skiën omdat ik het vermoeden had dat skimonitor Pieter wel wat assistentie zou kunnen gebruiken.
Les 1: Hoe klik ik de latten vast. Makkelijker gezegd dan gedaan bleek al.
Les 2: Hoe kan ik stappen met skilatten aan. Julia volgde de les als een voorbeeldige leerlinge (hadden we dat dan ook anders verwacht?) maar Gust zijn ogen dwaalden steeds af naar de volleerde skiërs en snowboarders. Vol verwondering was zijn aandacht bij hen…en niet bij meester Pieter. Die meester Pieter begon trouwens het geduld al heel lichtjes te verliezen.
Les 3: Hoe kom ik naar beneden van een helling (helling was hier een stukje dat toch wel een helling van max. 20 cm nam). Julia volgde Pieter mooi en Gust…die gleed gewoon rechtdoor naar beneden.
Les 4: Er was een kleine transportband die je meenam naar boven en van boven kon je een helling van zo’n 4m naar beneden nemen. Pieter stelde voor om het even voor te tonen. Gust en Julia zouden ‘beneden’ bij mij observeren. Maar de les duurde nu al te lang voor Gust die meteen meeging de transportband op.
Les 5: Zijn papa’s zenuwen bestand tegen een eigenwijze Gust? Daar stonden ze dan allebei. Klaar om de eerste keer naar beneden te komen. Maar toen kreeg Gust het plots benauwd. ‘Euh, papa, ik durf eigenlijk niet zo. Kan ik nog naar beneden?’ Julia en ikzelf zagen heel wat mensen die na hen op de transportband gingen vlotjes naar beneden skiën maar boven stonden 2 stipjes heel erg stil. Er gebeurde niks. Uiteindelijk deed Pieter zijn latten uit en stapte met Gust naar beneden.
Les 6: Papa stelt vast dat zelf lesgeven (aan Gust) misschien toch niet zo ideaal is.
Les 7: Papa beslist dat skilessen misschien toch niet zo slecht zouden zijn en zoekt de plaatselijke skischool op. Even later krijgen we een skimonitor toegewezen en zullen Gust en Julia een uurtje skiles krijgen van Andreas. Het mag gezegd worden dat Andreas helemaal voldeed aan het beeld van een ‘echte skimonitor’ en dat mama ook even haar pleziertje van de dag had 🙂
Ik besloot me op een bankje in de zon te settelen terwijl Pieter zijn eigen skills nog even ging oefenen. Heerlijk was dat!!! Nu snap ik wat ze bedoelen met de deugd van dat winterzonnetje tijdens het skiën. Ik vond het ook zalig om Gust en Julia stappen te zien nemen en als echte leerlingen te luisteren naar Andreas.
Een uurtje later was de les voorbij en namen we afscheid van Andreas. En wat een geluk dat Andreas in ons leven kwam! Gust en Julia kwamen naar ons toe en riepen: ‘Mama, papa, kijk eens wat we geleerd hebben!’ Zonder hulp kropen ze op de transportband en eens boven gleden ze als echte skiërs zigzaggend naar beneden. Niet 1 keer, niet 10 keer maar wel 50 keer na elkaar. Zo fijn vonden ze het. En ik…ik keek helemaal voldaan naar mijn skiënde kroost met mijn eigen skimonitor op kop. Zalig!
Dat Gust geen ochtendmens is, had ik jullie al verteld. Dus op woensdag om 7.30 uur monter en wakker in de les zitten (liefst ook aangekleed en ontdaan van Beatles kapsel) is dan ook een hele opgave voor hem.
Sinds eind vorige week krijgt Gust 4x per week extra Duitse les. 2x individueel tijdens de lesuren en 2x groepsles na of….inderdaad…voor school. Dus op vrijdag wordt Gust ook om 7.30 uur bij Frau Stockhammer verwacht. Help!!!
Woensdagochtend sprong ik bij het afgaan van mijn wekker meteen uit bed om Gust wakker te maken en hopelijk tijdig op school te krijgen. Diep verscholen onder zijn lakens zag ik een bolletje Gust liggen. Heel ver weg in droomland. Ik knuffelde hem lief en zachtjes wakker en opeens hoorde ik iets mompelen: ‘Eh, waar ben ik?’ Zonder nadenken antwoordde ik: ‘In Australië!’. ‘Waarom?’ ,vroeg Gust. ‘Om de koala’s te redden, tiens! zei ik.
Opeens sprong Gust uit zijn bed en schoot in actie. Nog nooit eerder gezien of meegemaakt. ‘Alles voor de koala’s!’ zei hij.
Tijdens de middag gingen we lunchen bij Google. We spraken nog even over dat ongeziene moment van die ochtend en toen kwamen we op een fijn idee: Telkens Gust les heeft om 7.30 uur en hij staat vlot (lees: zonder gezaag en gemopper) op dan zullen wij centjes storten voor de koala’s in Australië. ‘Deal!!!’ zei Gust.
Of hoe vroeg opstaan plots een reddingsactie kan worden…
Toen we onze beslissing aan vrienden en familie bekendmaakten, kregen we hopen goedbedoeld advies. Mensen vertelden mij vaak dat ik wel snel contacten zou leggen en dat dat belangrijk zou zijn.
Ik had voor mezelf eerst een ander doel vooropgesteld. Ik zou van ons huis een echte ‘thuis’ maken. In de voorbereidingsweken droomde ik dus af en toe weg en bedacht ik hoe ik de meubels wou plaatsen, waar de tuinmeubels best tot hun recht zouden komen, welke accessoires ik zou uitzetten en welke niet,…
De voorbije 2 weken was ik op dat vlak dus volledig in mijn sas. Kastje draaien, lampje hier, tafeltje binnen of toch beter buiten?
Helemaal mijn ding!
Sinds gisteren (na nog een grondige poetsbeurt) kan ik zeggen dat ik officieel ‘klaar’ ben met de inrichting van ons huis en dat het voor mij nu echt een thuis is. Zalig!
Vandaag werd dat gevoel nogmaals versterkt. Na schooltijd vanmiddag wachtte ik Gust en Julia op en vertrokken we met de trein richting Zürich centrum. We gingen eerst lunchen bij Pieter op het werk om daarna opnieuw richting Franz Carl Weber te gaan om Pokémonkaarten te ruilen.
Het was fijn om zo samen met de kindjes een uitstapje te maken en nog eens buiten ons dorp Thalwil te komen. We genoten alledrie. Maar in de ‘grote stad’ overviel mij al snel een gevoel van drukte, grijs, allerlei geuren door elkaar, veel mensen,…
Stiekem verlangde ik terug naar ‘thuis’, naar mijn ingericht huisje in Thalwil. Ik kan echt zeggen dat ik hier tot rust kom. En dat is pas een fijn gevoel.
Rond 16 uur keerden we met de trein terug naar huis. Alledrie voldaan en blij.
En om het thuisgevoel nog wat te versterken: vanavond homemade pannenkoeken op het menu!
Loslaten…dat is iets wat ik hier heel hard zal moeten doen lijkt me.
We merkten het al zeer snel toen we de kinderen naar school brachten de eerste dagen. Inderdaad, je leest het goed, de eerste dagen. Sinds dag 3 gaan ze beide alleen naar school. Soms stappen we een stukje mee of Pieter wandelt mee tot aan het station want hij moet dezelfde richting uit.
Maar aan de schoolpoort merkten we die eerste dagen dus dat er geen andere ouders of grootouders te bespeuren zijn. Wanneer de ‘einde school’ bel gaat, lopen alle kinderen het schoolgebouw uit en gaan elk, soms per 2 of per 3, hun eigen kant uit.
Julia ging op woensdag turnen in de sporthal iets verder dan haar school. Ze wandelden samen met de juf naar de sporthal. De turnles was het laatste uur voor de middag. Toen ze terug aan het schoolgebouw kwamen om 12 uur bleven er nog 4 van de 22 leerlingen over. De rest was onderweg afgevallen. En bij elke stop werd er vriendelijk handjes geschud met de juf en groeten ze elkaar.
Maar loslaten dus…
Gust had het dinsdag en woensdag wat moeilijk zoals jullie al konden lezen. Het gemis van de Belgische vrienden, de nieuwe taal, het besef dat hij niet alles kan zonder eerst de taal te kennen, de nieuwe omgeving,… Donderdagmiddag komt Gust thuis lunchen en zegt hij: ‘Mama, mag ik vanavond na school nog even bij Lenny gaan spelen?’ Ok, deze moeder moest even heel snel knopen doorhakken en hart en verstand met elkaar laten versmelten. Enkele bedenkingen flitsten door mijn hoofd: ‘Is dit niet wat snel? Ik ken die ouders niet.? Hoe zal hij de weg terug naar huis vinden? Moet ik dit nu niet toelaten om hem snel te laten integreren? Hoe zou hij reageren als ik neen zeg?’
Ik geef hem uiteindelijk mijn goedkeuring. Mits een aantal voorwaarden uiteraard: ‘Is dit ok voor Lenny zijn mama? Je neemt best je GSM mee zodat je mij iets kan sturen. Ten laatste om 17.30 uur kom je naar huis tenzij je vroeger weg moet van die mama.’
Fier als een gieter vertrok Gust na het middagmaal terug naar school. Huissleutel in de ene zak, GSM in de andere zak. Op de speelplaats mogen kinderen hier gewoon hun GSM gebruiken (ahja want er is toch geen bewaking).
Om 15.30 uur komt Julia thuis…Gust uiteraard niet. Vele gedachten spoken door mijn hoofd: ‘ Zou hij goed bij Lenny zijn aangekomen? Zou ik meteen al een berichtje sturen? Misschien doe ik dat beter niet meteen want dat kan nefast zijn voor zijn populariteit? Hmmm???’
De tijd gaat voorbij en ik merk dat ik na een uurtje toch wel de nood heb om een bericht te sturen. Gewoon om zeker te zijn dat hij goed is aangekomen.
Ik stuur iets maar krijg geen antwoord. Grrr, zou ik nog eens?
Kort na mijn 2de bericht komt het verlossende antwoord. Oef! Hij is veilig bij Lenny.
Om 17.20 uur krijg ik plots telefoon: ‘Mama, Lenny vraagt of ik nog wat langer mag blijven? We zouden nog wat buitenspelen.’
Hmmm, ik vond mijn toegifte van vanmiddag al mooi dus hier zou ik toch even duidelijke grenzen stellen. Ik stel vriendelijk voor dat hij nu naar huis komt maar dat Lenny volgende donderdag zeker welkom is hier bij ons thuis na school.
Gust gaat gelukkig akkoord en belooft om binnen 10 minuten daar te vertrekken. Ik vraag nog of hij de weg alleen wel zal vinden maar net op dat moment verbreekt de verbinding.
Ik ga schuifelend aan het keukenraam staan. Van hieruit heb ik zicht op de weg die Gust moet nemen naar huis. Of dat denk ik toch tenminste. Want geen idee waar Lenny woont eigenlijk. Even later zie ik hem huppelend aankomen. Opnieuw…oef!
Gust is heel enthousiast en happy. Ze hebben playstation gespeeld en Brawlstars en Pokémon Go. Fijn voor hem!
Kort daarna merk ik dat hij zijn boekentas niet bij heeft. Gust zou Gust niet zijn natuurlijk. We besluiten samen te voet terug te keren naar Lenny’s huis. ‘Maar euh…van waar kwam ik ook al weer?’, hoor ik Gust zeggen. Samen zoeken we Lenny’s huis en onderweg praten we een beetje. ‘Was Lenny’s mama lief?’ ‘Euh, dat weet ik niet want die was niet thuis.’ ‘Euh…die was niet thuis, ok, aha, hmmm.’ ‘En hebben jullie iets gedronken of gegeten?’ ‘Ja, na school zijn we naar de supermarkt geweest en daar kocht Lenny 2 blikjes Cola en een zak chips.’ ‘Euh, ok, ja.’ ‘En mama, heel gek hoor maar Lenny vroeg me onderweg naar huis de blikjes in de vuilnisbak te gooien. Zou dat misschien zijn omdat zijn mama dat niet mag weten?’ Oh wat ben ik blij dat mijn jongen nog zo eerlijk en open is. Hopelijk blijft dat zo.
Die avond hebben Pieter en ik nog even met Gust gepraat en enkele fijne afspraken gemaakt. Loslaten dus zeg je?