Vorige week mochten we na school een kei enthousiaste Julia thuis verwelkomen. ‘Mama, papa, we gaan op schoolreis, woehoe!!!’
Nog nooit eerder hadden we haar zo enthousiast en zenuwachtig gezien. ‘Jullie kijken toch zeker op de brief wat ik allemaal moet meebrengen he! En we mogen worstjes meenemen…oh en marshmallows…en de meester gaat een vuurtje maken…misschien brengt hij zijn gitaar wel mee, hmmm…en we gaan pootjebaden in de Sihlrivier…’
Ons anders eerder ingetogen en stil meisje leek wel een spraakwaterval. Bij het beeld van Herr Vuillemin met zijn gitaar aan het kampvuur zagen wij meteen nonkel Bob beelden voor ons. Zalig!
Gisteren trok ik samen met Julia naar de plaatselijke supermarkt. Niks zo leuk natuurlijk als je eigen picknick te mogen samenstellen. Sappige watermeloen, zachte sandwich, een koeltasje met fris water en 2 knackworsten voor op het vuur en zeker niet te vergeten enkele marshmallows in een potje met bijhorende houten stokjes netjes in een handdoek gerold. ‘Oh, en vergeet de Znüni niet mama.’ Als Znüni (snack) kiest miss enthousiast typische Zwitserse crackers met kaas.
Zoals wel vaker aan de vooravond van spannende avonturen kruipt Julia in ‘het grote bed’ en valt ze gelukkig al snel in slaap. Half slapend mompelt ze nog: ‘Mama, wek je me morgen precies om 6.50 uur, dan heb ik zeker genoeg tijd om me klaar te maken.’
Ook al had ik me vanmorgen graag nog eens omgedraaid, toch volgde ik stipt de aanwijzigen van dochterlief en wekte ik haar zachtjes én precies op tijd. De slapende oogjes schoten open, ze sprong uit haar stapelbed en maakte zich klaar. Het ontbijt ging er maar half in wegens ‘ik voel een beetje kriebels in de buik’. Zonnecrème, tekenspray, wandelschoenen goed dichtgeknoopt en op het allerlaatste moment de picknick uit de koelkast halen. Ze was er meer dan klaar voor.
Pieter en ik wandelden vandaag mee met haar naar school. Een dartele berggeit leidde ons voor. ‘We zullen toch wel op tijd zijn he, mama en papa, want de bus vertrekt om 8. 25 uur’. En je gelooft het nooit maar de Zwitserse stiptheid is hier toch bangelijk. De Thalwiler Taxi arriveerde om 8.15 uur en om 8.25 uur vertrok het busje gevuld met 22 blije 3de klassers, de juf en meester richting Sihlwald.
Geen geruzie, geen afspraakjes vooraf en niemand die moeilijk doet. Dat was bij de schoolreizen in haar Belgische klasje wel anders. Daar werd dagen vooraf al beslist wie wel of niet bij wie mocht zitten en hoe ze zich tijdens de dag in groepjes zouden verdelen. Dat was voor Julia steeds een enorme stressfactor waardoor uitstapjes zeker geen topdagen waren. Fijn om te zien hoe die Zwitsers hier ook heel erg chill mee omgaan.
Geniet maar lekker vandaag lieve meid! Het weer zit jullie alvast mee.
Na een toch wel spannend schooljaar is dit momentje je zo gegund.
Vandaag weer een toppertje uit de lijst van highlights ontdekt. Eigenlijk wilden we deze wandeling maken tijdens onze pre-trip in oktober vorig jaar maar Gust zijn achillespeesonsteking stak daar toen een stokje voor.
Maar misschien ergens ook goed. We zijn blij dat we de highlights een beetje kunnen opbouwen tijdens onze ontdekkingstochten.
De wandeling start je door te rijden naar Grundstrasse 232, 6430 Schwyz. Daar vind je een nieuwe overdekte parking met laadpunten op het 2de verdiep. Je parkeerticket (€6) kan je bij terugkeer betalen aan de automaat.
Van daaruit neem je de steilste kabelspoorweg ter wereld. Een belevenis op zich want de cabines passen zich aan de steile hoogtes aan waardoor je als passagier steeds horizontaal blijft staan. Het hoogteverschil van 743m bereik je al op enkele minuten. We hadden het geluk bij de terugkeer in de eerste cabine te kunnen plaatsnemen aan het raam waardoor we ons even in Joris en de draak van de Efteling waanden. Plezier voor groot en klein.
Kabelspoorweg
Na de kabelspoorweg is de fun nog niet gedaan. Daarna neem je nog een zetellift naar Klingelstock van waar de wandeling effectief start. Pieter zijn vaderhart stond bijna stil wanneer hij opmerkte dat kinderen gemakkelijk tussen het stoeltje en de baar kunnen schuiven. Al een geluk was moeder koelbloedig en kon ze het reisgezelschap laten genieten van het adembenemende uitzicht. Alleen waren we Julia bij het uitstappen van de zetellift bijna iets te vroeg kwijt na een communicatie probleempje tussen vader en dochter. ‘Ik denk dat het zal gaan!’, riep vader. Waarop dochter dacht dat dat het teken was dat ze mocht springen.
Gelukkig konden we allemaal heelhuids (vader met wat extra grijze haren misschien) aan de wandeling beginnen. Het traject is maar 4,4 km maar je klimt behoorlijk op een soort rotstrappen. De route is ook niet echt geschikt voor kleine kinderen aangezien je op een vrij smal bergkamwandelpad loopt. We zagen enkele ouders hun kleine kinderen aan de lijn hangen voor vertrek. Gelukkig begonnen de lieverds nog net niet te blaffen.
Je wandelt van Klingelstock naar Fronalpstock. Het uitzicht onderweg is magnifiek. Je zou bij volledig helder weer 10 meren moeten kunnen zien. En ik kan jullie vertellen dat de combinatie van het frisse lichtgroene gras, de donkergroene dennenbomen aan de boomgrens en het helblauwe water echte postkaart tafereeltjes opleveren.
Misschien ook nog handig om te weten:
– Onderweg zijn geen toiletten. Je gaat dus best nog een laatste keer bij de zetelliftjes voor een sanitaire stop.
– Zowel in Stoos als bij het eindpunt in Fronalpstock zijn berghutten waar je iets kan drinken, eten en een speeltuin waar de kinderen even los kunnen gaan wanneer de oudjes bv. na de tocht nagenieten (en op krachten komen) bij een heerlijke Latte Macchiato 😉
Terugkeren doe je door in Fronalpstock opnieuw een zetellift te nemen richting Stoos. Onderweg moet je 1 keer overstappen op een andere zetellift. Laat ons zeggen dat Julia het op- en afstappen ondertussen wel onder de knie heeft.
In Stoos neem je dan weer de kabelspoorweg richting parking.
Je kan in plaats van de liftjes ook bepaalde stukken te voet doen maar wij spaarden liever onze krachten voor de panoramische wandeling tussen de 2 bergtoppen. Ik kan jullie aanraden om een soort dagpas te kopen zodat je niet bij elke lift een nieuw ticketje moet aanschaffen. Dit spaart zowel tijd als geld.
Die benen en kuiten beginnen hier serieus gespierd te geraken. Op naar ons volgende avontuur…
Bazel of Basel is een stad in het noordwesten van Zwitserland, op het drielandenpunt met Frankrijk en Duitsland. De stad ligt aan de Rijn.
Omdat het niet altijd wandelingen in de bergen moeten zijn, besloten we dit weekend eens de stad Basel te bezoeken.
Bazel is gekend voor zijn kunst en talrijke musea al is dat nu niet meteen hetgene wij bezoeken in een stad met de kinderen.
Wij kuieren graag door oude stadsgedeeltes en snuiven er graag de sfeer op.
Hieronder som ik even op wat je volgens ons niet mag gemist hebben in Basel:
Munsterplatz en omgeving: Achter de Munsterplatz is een leuk pleintje van waaruit je via trappen naar beneden kan dalen en waar je tegen een klein prijsje (+/-€5 voor ons 4) een veerbootje kan nemen naar de overkant van de Rijn.
2. Rathaus Basel: Het Rathaus van Basel (Stadhuis van Bazel) is één van de mooiste gebouwen van de stad. Het opvallende rode gebouwd staat op de Marktplatz en heeft de wetgevende en uitvoerende macht als haar dagelijkse bewoners. De gevel van het gebouw is prachtig versierd en ook het dak en de toren van het Rathaus springen erg in het oog. Het is mogelijk om op gezette tijden een rondleiding in het gebouw te volgen. Maar ook het binnenplein, dat op werkdagen geopend is voor publiek is al meer dan de moeite waard.
3. Rondwandelen door de middeleeuwse Altstadt met zijn mooie vakwerkhuizen en gezellige winkeltjes. Vergeet zeker ook niet de smalle straatjes.
4. Wandelen langs de Rijn met zicht op de charmante huisjes aan de oever
Oh, en ze beweren hier de beste ijsjes en aarbeikoeken van de wereld te hebben…we zullen ze maar geloven zeker. Het ijsje van Julia heeft haar hopelijk goed gesmaakt want de prijs (€5 voor 1 bolletje) was niet min.
Wij parkeerden ons onder het stationsgebouw (parking Bahnhof) waar ze de mogelijkheid hebben tot XL parkeerplaatsen (zonder meerprijs) of anderzijds laadpalen voor elektrische wagens. Van daaruit stap je een 10-tal minuten naar het stadscentrum.
Blij dat we ook dit stukje Zwitserland weer ontdekt hebben…op naar het volgende!
We hebben hier in Zwitserland tijdens de maanden januari en februari heel hard geleerd om de kinderen los te laten. Zelfstandig van en naar school stappen is hier ‘quite common’. Je kinderen bij vriendjes laten spelen bij ouders die je nooit eerder hebt ontmoet, niet wetende of de ouders zelfs thuis zijn wanneer je zoon daar gaat spelen, kinderen die plots een kwartier vroeger thuis komen omdat de leerkracht de les vroeger heeft afgesloten,… Ik zeg het je, het is even wennen hoor.
Tijdens Corona hebben we daarentegen onze kinderen allemaal weer heel hard rond en bij ons gehouden. Vele weken waren ze dag en nacht, 24/24 rondom ons en helemaal onder onze vleugels. We leerden onze kinderen dat ze niks mochten aanraken tijdens een wandeling of op een speeltuintje, dat ze afstand moesten houden van andere mensen op het wandelpad, dat we op de trein of andere drukke plaatsen een mondmaskertje moeten aantrekken,…
En vanaf vandaag moeten we hen opnieuw loslaten. Gelukkig hadden we hier een overgangsperiode bij het halve klassen/halve dagen systeem. Maar toch…ze zijn weer vertrokken voor nog een 5-tal weekjes. En het zal hen goed doen hoor. Ze zijn er trouwens klaar voor en die 5 weken zullen hen opnieuw doen uitkijken naar de zomervakantie. Dat is ergens een gezond gevoel.
Maar dan krijg je op de vrijdag voor de schoolstart een e-mail van de nieuwe DaZ (Deutsch als Zweitesprache) juf. Geen Frau Meier meer volgend jaar… dat was de eerste ontgoocheling. Gust had met haar zo’n goeie band. Ze was er voor hem wanneer hij zich alleen voelde of wanneer hij eens een ‘bad day’ had. Met haar kan hij Engels praten wanneer hij het in het Duits niet uitgelegd krijgt. Nuja, we wisten het ergens wel al want Frau Meier is eigenlijk geen DaZ-juf maar nam met de komst van Gust deze extra uren op. En of ze het goed heeft gedaan…dikke pluim voor Frau Meier.
Vanaf volgend jaar krijgt Gust les van Frau Mathys, hopelijk is de klik er ook opnieuw want hij krijgt wekelijks 4 uur one on one les van haar. Maar wanneer ik even doorklik op de toegevoegde bijlage in de e-mail zie ik dat Gust volgend schooljaar 2x tijdens en 2x voor/na school naar een ander schoolgebouw moet stappen. Dat betekent dus ook dat hij tijdens de lesuren 4x per week over de straten van Thalwil zal rondlopen. En dan staat dit zinnetje er ook nog bij: ‘He’ll be responsible for not missing to much lesson and walking straight ahead.’
Ok, na volgend jaar zal hij in België ook zelfstandig naar het middelbaar moeten maar dat is toch nog een jaartje van hier. En ja, hij kan wel wat zelfstandigheid gebruiken want zijn zus steekt hem op dat vlak serieus voorbij. Hij heeft het van z’n nonkel vrees ik (sorry bro) maar kijk het is ook goed gekomen met nonkel Carl.
Ik vind het vroeg voor een 10-jarige (want dat zal hij in het 6de nog een paar maanden zijn). We zijn het in België zo niet gewoon en de Dutroux affaire + de huidige commotie rond Maddie McCann doen er ook niet meteen goed aan.
Maar dan kom ik vanmorgen tijdens mijn ochtendwandeling een jongetje van een jaar of 5 tegen op weg naar de Kiga (Kindergarten). Helemaal alleen met zijn fluohesje en zijn boekentasje op zijn rug. Hij steekt de weg over en zwaait flink naar de gestopte automobilist. Well done little one!
Rapperswil zal voor ons altijd een beetje speciaal blijven. Het was namelijk onze uitvalsbasis tijdens de pre-trip die we in oktober 2019 mochten maken. We kozen er toen niet voor om in de grote stad Zürich zelf te logeren maar gaven de voorkeur aan een klein, charmant dorpje langs de Zürichsee.
Wij vergelijken Rapperswil (ook het rozendorp genoemd) altijd een beetje met Brugge waar we graag vertoeven. Je kuiert er langs de oude, mooie huisjes, er is een burcht (slot) en het water van de Brugse Reien is hier vervangen door de Zürichsee.
Wat moet je er zeker doen: rondwandelen in het dorpje zelf, het slot bezoeken, kuieren langs het water maar zeker niet vergeten de langste houten loopbrug van Zwitserland te verkennen.
Die loopbrug verbindt de linkerover met de rechteroever van de Zürichsee. Op dat punt is het meer het minst breed. De houten brug bereik je door onder de sporen te wandelen aan het station en van daaruit de bordjes ‘wanderweg’ te volgen. Het uitzicht en het gevoel is adembenemend.
Parkeren kan je in Rapperswil op een grote voorziene parking achter het stationsgebouw (met laadplaats voor elektrische wagens).
Een lang weekend, prachtig weer, weinig toerisme, een nieuw land waarin nog zoveel te ontdekken valt… Zeg nu zelf: de reden om er nog een weekendje op uit te trekken. We zochten de voorbije week naar hotelletjes in de omgeving van Gruyère in kanton Fribourg maar daar vonden we niet meteen een goeie deal. Uiteindelijk werd Wengen in kanton Berner Oberland onze uitvalsbasis voor een weekend om te koesteren.
Zaterdag reden we in de voormiddag van Thalwil naar Lauterbrünnen (ongeveer 1u45) waar we de auto op de voorziene parking aan het station parkeerden. Van daaruit moesten we de tandradtrein naar Wengen nemen. Een attractie op zich eigenlijk en het begin van weeral een avontuur voor de kinderen. Tijdens de treinrit werden we meteen betoverd door prachtige taferelen.
Eenmaal boven aangekomen waan je jezelf in een sprookje. Houten berghuisjes en hotels, een paar souvenirwinkeltjes, een dorp omgeven door bergen en bergflanken maar bovenal… geen auto’s. Die zijn hier verboden. Zalig! Met onze trolley in de hand gingen we op zoek naar ons familiehotel met een naam waarmee je je in ‘the sound of music’ waant. Hotel Edelweiss was thé place to be. Misschien zou het hotel een verfraaiing kunnen gebruiken en ontbijt/diner waren eerder eenvoudig maar eerlijk…in zo’n bergdorpje smaakt alles!
We werden heel hartelijk ontvangen door de man des huizes en werden overstelpt met brochures en wandelkaarten. Hier kunnen we wel een week of langer blijven. Nadat we onze bagage naar de familiekamer brachten en de wandelschoenen aantrokken, vertrokken we op pad. Een stopje in de plaatselijke supermarkt voor wat worstjes aan de ‘Feuerplatzen’ (tip van de hotelbaas) onderweg en daarna waren we klaar voor onze eerste wandeling naar de Leiterhorn van waaruit we een prachtig zicht op bergflanken en de stad Interlaken zouden hebben.
We zochten eerst nog naar enkele herkenningspunten uit de Jommeke strip ‘de Jungfrau smelt’. Zalig hoe de details van oa Intersoc hotel Palace, de tandrandtrein of het gezellige stationnetje in de strip verwerkt zijn.
De picknick was heel gezellig en de feuerplatzen waren reeds voorzien van houtblokken. Niet alleen Gust en Julia genieten van die ‘back to basics’ momenten maar wij stiekem ook.
De wandeling naar de Leiterhorn was stevig maar doenbaar. Het uitzicht was mooi al zorgde wat bewolking voor een minder ‘picture perfect’. De terugweg was niet zo steil en de bergkoeien vergezelden ons met hun belletjes. Je waant je voor minder Heidi in de bergen. Moe maar tevreden sloten we onze eerste avond af.
Dag 2, D-day voor hubbymans. Niet alle kabelliftjes waren reeds open dus een bezoek aan de Jungfrau zelf plannen we wel een andere keer maar wandelen aan de andere kant van de bergflank zorgt voor prachtige zichten op de bergen Eiger, Mönch en Jungfrau. De hoteleigenaar had ons aangeraden het tandrandtreintje tot Lauterbrünnen te nemen en daar de straat over te steken om de kabellift naar Grütschalp te nemen. Vanaf daar zouden we vrij plat op de flank tot in Mürren kunnen wandelen en genieten van het zicht op zowel het dal als de 3 bekende bergen daar. Maar toen we boven kwamen met de kabellift zag Pieter dat er iets hoger gelegen, te bereiken met een kleine klim, een mountain view trail was van waar je waarschijnlijk nog wel iets mooiere zichten zou hebben. Zijn overtuigingskracht werd steeds groter en al snel zijn we allemaal gezwicht. ‘Een klein beetje klimmen en dan plat’, hoor ik hem nog zeggen. Uhu! We zijn tijdens de wandeling in totaal 450 meter gestegen en hebben zo goed als de hele tijd geklommen. En dan zal ik jullie maar niet vertellen hoe het voelt om die 450 meter weer af te dalen. Maar… we deden het samen, het was zwoegen met momenten, Julia af en toe een beetje oppeppen maar zooo de moeite waard. (I know hubbymans, je hebt gelijk in sommige zaken 🤫).
Na de afdeling tot Mürren liepen we even rond in dit gezellige bergdorpje. Het ijsje dat we kochten in het buurtwinkeltje smaakte als nooit tevoren. Even op adem komen, genieten van het zicht op het diepe dal en onze ervaringen over de wandeling delen. Gust zegt dat hij de wandeling die dag nog wel eens zou doen. Fijn om te horen maar dan zal het niet met mij zijn.
Alhoewel, het wandelen was inderdaad bijlange nog niet gedaan. In Mürren namen we de kabellift tot in het dal in Stechelberg en vervolledigden we de aangeraden wandeling van de hoteleigenaar. Wandelen van Stechelberg naar Lauterbrünnen in het (vlakke) dal langs 72 watervallen. De ene uiteraard al wat imposanter dan de andere met als hoogtepunt de stop aan de Trümmelbachfalle. Een waterval in een berg die per seconde 20 000l water naar beneden laat vallen. Deze stop was absoluut de moeite waard. Je kon 10 verdiepingen omhoog gaan met de trap of de lift. Tegen onze principes in kozen we deze keer voor de lift in de grot. Niet alleen omdat de benen niet meer optimaal waren maar het ritje was een attractie op zich. Stijl naar boven in een glazen kabine binnen in een bergrots. De waterval was magnifiek. Moeilijk op beeld vast te leggen maar we waren alle 4 onder de indruk. Dit was absoluut een mooie afsluiter van onze dag.
Liftje in de rots
Na een verfrissende douche genoten we allen, met een roze blos op de wangen, van het avondmaal. En als dat nog niet voldoende was, wilden Gust en Julia na het eten nog even richting Wengen dorpplaats voor onze traditionele ‘konijnenwandeling’ (avondwandeling ontstaan in Pieters kindertijd in Hengelhoef ).
Op pinkstermaandag checkten we na het ontbijt uit en vertrokken we met bagage terug met de tandradtrein richting Lauterbrünnen. We stopten de trolleys in de koffer en sprongen op de trein naar Grindelwald. Grindelwald is niet alleen een charmant dorpje met een link naar Harry Potter maar je kan er ook nog een gletsjer bezoeken in Wetterhorn. Een grote wandeling zat er niet meer in maar de panoramische wandeling tot aan de gletsjer lukte nog net in volle middagzon.
We besloten onze heerlijke 3-daagse af te sluiten met een lunch met zicht op de gletsjer op het gezellig terras van hotel Wetterhorn. 4x de huisgemaakte schnitzel en als afsluiter een welverdiend ijsje.
We kunnen weer nagenieten van onze trip en kijken alvast uit naar ons volgend avontuur. Nu back to reality: school en Google roepen.
Sinds 11 mei zijn de scholen, winkels, restaurants, hotels,…in Zwitserland terug open. Wel onder voorwaarden uiteraard maar er kan weer een beetje buitenshuis genoten worden.
Tijdens het Hemelvaart weekend zou mijn familie langskomen voor een heerlijk weekendje samen. Covid dwarsboomde die plannen echter opnieuw en zo staat de teller op 5 maanden zonder familiebezoekjes, snif.
Toch hadden we geen zin om bij de pakken te blijven zitten en het mooie, lange weekend zomaar te laten voorbij gaan. We staan te popelen om nog zoveel moois van Zwitserland te ontdekken aangezien we midden in de winter verhuisden en Covid stokken in de wielen stak.
We beslisten het erop te wagen en last minute een weekendje Graubünden te boeken. Via een collega van Pieter vernamen we dat je daar prachtige bergwandelingen kan maken in de Zwitserse Alpen.
Al snel vonden we een familiehotelletje in Zernez, aan de voet van het Nationaal Park van waaruit heel wat mooie wandelingen vertrekken.
Donderdag 21 mei zijn we ’s morgens na het ontbijt vertrokken. We hadden een rit van een goeie 2 uur voor de boeg met een ritje op de autotrein in Vereina. Daar beleefden we alweer een ‘Couckeavontuur’. Voor ons op de trein stond een Volkswagen Camper busje. Ik was volop aan Gust en Julia aan het vertellen dat ze die Camper kunnen ombouwen tot een soort tent/kampeerwagen toen Pieter zei: ‘Stel je voor dat die zo plots stilvalt op de trein.’ Tot we 5 minuten later terug mochten vertrekken om van de trein te rijden. ‘Prrrt, prrrrt, prrrrt,…’, en toen niks meer. Het busje bleek een platte batterij te hebben. Help, hoe kon Pieter dit zo voorspellen? ‘En nu?’ dachten we alle 4 tegelijk. Achter ons zagen we al wat ongeduldige chauffeurs heen en weer wiebelen in hun wagen. En toen kwam SuperPieter er aan. Hij kroop uit zijn eigen wagen want veel plaats was er niet tussen het portier van de wagen en de zijkant van de trein. Daarna snelde hij het koppeltje met de camper te hulp en begon de bestelwagen van de trein te duwen. De auto geraakte niet opnieuw aan de praat maar het busje geraakte wel een stuk verder van de trein. Even later schoten nog 2 mannen te hulp en kon Pieter terugkeren naar onze wagen. 1ste avontuur van de dag beleefd… op naar meer!
In Zernez aangekomen zijn we meteen naar het bezoekerscentrum van het Nationaal Park gereden om wat uitleg en mogelijke wandelingen te bekomen. Ofwel is de Zwitserse dame aan de balie nog nooit in het immens grote Nationale Park geweest ofwel wandelt ze er elke dag maar haar uitleg was kort, onduidelijk en bleek ons niet zo heel erg veel op weg te helpen. Dan maar zelf de kaart van het park wat bestuderen en hup, we waren vertrokken.
Wandeling 1: Champlönch
Een wandeling die start met een stevige klim (200 meter) maar eens boven vooral plat en uitgestrekt blijkt te zijn. We wandelen naar een open plek waar we normaal Marmotten moeten treffen maar we vonden alleen hun kleine zwarte drolletjes… hmmm. Ikzelf ben behoorlijk onder de indruk van het zicht want buiten mijn CM-kamp met de 14-jarigen in Schwarsee zag ik de bergen nooit van zo dichtbij.
De wandeling eindigt bij hotel Il Fuorn waar je even kan verpozen met een ijsje of een drankje en de kinderen zich kunnen uitleven op de speeltuin. Na nog een blitzbezoek aan St-Moritz kwamen we moe maar heel tevreden aan bij hotel Spöl in Zernez.
Hotel Il Fuorn
Hotel Spöl
Hotel Spöl
Wandeling 2: Valun Chafuol
Mijn kuiten zullen het geweten hebben! Prachtige, magnifieke wandeling met verschillende watervallen, prachtige vergezichten, adembenemende natuur maar ook heel wat klimmetjes (vooral de eindklim wat een beetje moordend en het feit dat we onze bus niet wilden missen was uiteraard een stressfactor). Maar het was puur genieten. Nu en dan elkaar helpen bij het oversteken van een kabbelend riviertje, een goeie wandelstok uitkiezen en die wat aanscherpen met papa’s zakmes, picknicken aan een stromende rivier, verwonderd zijn en een echte slang ontdekken beneden aan een brugje… echt helemaal top!
Dag 3: Roadtrip Flüelapass + bezoek Davos
Om de beentjes na de klim van gisteren een beetje te sparen besluiten we vandaag een roadtrip te ondernemen doorheen de Flüelapass naar het hoogst gelegen dorpje in Zwitserland, Davos (ook gekend van het jaarlijkse World Economic Forum en een populair skigebied).
Ik moet eerlijk bekennen dat dit voor mij de absolute topper van de 4-daagse was al hadden de andere dagen ook prachtige momenten en uitzichten. Maar de besneeuwde bergtoppen en de ruwheid van de natuur had ik nooit eerder gezien. Het hoogtepunt van de rit was letterlijk en figuurlijk de stop aan een hotel midden in de Flüelapass waar we in de zon konden genieten van een sneeuwlandschap (en een lekkere muntthee). Super!
De roadtrip eindigde in Davos waar we een hele mooie wandeling langs Davosersee maakten en het welbekende congresscentrum bezochten. Ideaal om de beentjes wat verder te trainen op het gemak. De terugweg door de Flüelapass was een beetje avontuurlijker dan de doorrit aangezien het weer plots omsloeg en er regen en mist kwam opzetten. We waren allemaal heel blij om ons hotel terug te zien en te kunnen genieten van een heerlijk avondmaal.
Wandeling 4: Val Trupchun – Varusch
Na een laatste ontbijtje en het inpakken van de reistassen vertrokken we voor onze laatste wandeling van het weekend. Via de hoteluitbater kregen we de tip om een wandeling te maken in Val Trupchun. We wandelden tot berghut Varusch die ideaal gelegen is. Een traditionele berghut met een prachtig uitzicht, een leuk terras en een speelweide voor de kinderen waar je op de koop toe ook nog eens typisch Zwitserse gerechtjes kan verorberen. Ideaal om onze vierdaagse mijmerend af te sluiten. We genieten van een nudelsuppe met een soort kaasbroodje en een bordje spek met eieren. Voor we terugwandelen richting parking vleien we ons neer langs het water waar Gust en Julia de tijd van hun leven beleefden en hun eigen ‘Coucke en zoon/dochter steenfabriek’ oprichten. Ondertussen kunnen Pieter en ik voorzichtig de ogen even sluiten en genieten van het zonnetje en de spelende kinderen. Het was echt een heerlijke tijd hier in Graubünden. We zijn het met zijn vieren unaniem eens: ‘We komen zeker nog terug!’
Hoe gek het ook klinkt maar vandaag beleven Gust en Julia, dit schooljaar, hun derde ‘1ste schooldag’.
In september trokken ze goedgeluimd en in fluokledij (thema van dit jaar) naar het 5de en 3de leerjaar in GBS Mozaïek in Humbeek. Beetje spannend maar ergens ook wel vertrouwd. Na 8 weken vakantie een blij terugzien met klasgenoten, de nieuwe juffen wat leren kennen, het nieuwe klaslokaal op de bovenverdieping voor Julia,… Toen wisten ze nog helemaal niet hoe de rest van hun schooljaar er zou uitzien.
Op woensdag 8 januari trok Gust voor het eerst naar school in Zwitserland. De dag ervoor waren we de school gaan bezoeken en de enthousiaste Herr Jud wist Gust meteen te verleiden om de volgende dag al te starten. Zenuwachtig maar o zo cool trok hij in zijn eentje richting speelplaats en werd hij meteen ondergedompeld in het Zwitserse schoolleven. Julia volgde hem enkele dagen later op maandag 13 januari en startte ook haar schooltijd in Thalwil.
Precies 2 maand later kregen we op vrijdag 13 maart het bericht dat de Zwitserse scholen hun gebouwen zouden sluiten wegens Covid-19. Onzekerheid, wat angst en onwennigheid overspoelden ons op dat moment. Homeschool, preteaching, Fernunterricht, Zoom, Teams,… allerlei nieuwe woorden werden rond ons hoofd geslingerd. We vaarden mee met de stroom en deden wat we konden. We maakten er het beste van. De ene dag met wat meer geduld, begrip en enthousiasme van ons drietjes dan de andere dag. Maar het is ons gelukt en we overleefden het netjes.
En dan kregen we begin mei het bericht dat de kinderen in Zwitserland na precies 8 weken terug naar school zouden gaan. Elk kanton kiest zelf hoe ze de opstart precies zullen invullen. Kanton Zurich koos voor halve klassen op halve dagen. Concreet betekent dit dat Gust en Julia hun klas opgedeeld wordt in 2 groepen/bubbels. In elke groep mogen maximum 15 kinderen zitten. Die groep komt halve dagen naar school. Dus ofwel een voormiddag of een namiddag. Kinderen uit eenzelfde gezin gaan op hetzelfde moment naar school… ware het natuurlijk niet dat ons kadeetjes naar 2 verschillende scholen gaan. We konden het schriftelijk aanvragen om te wisselen maar we gaan het even zo uitproberen. Julia gaat op maandag en dinsdag voormiddag naar school en Gust gaat die dagen in de namiddag. Op donderdag en vrijdag is het dan net omgekeerd. Voordeel voor hen is dat ik hen op de thuismomenten nog wat individueel kan begeleiden met het Duits. Nadeel voor mij is dat ik geen enkel moment zonder kind thuis ben en dat Pieter via Google het bericht kreeg dat opstarten er nog niet meteen inzit.
Maar de grote stress is er toch wel een beetje af vanaf nu. Vanmorgen had Gust nog geen schooltaken thuis te volbrengen. Dus wat doet een mama dan die 8 weken non-stop haar kinderen in de buurt had? Inderdaad… kuisen met de radio vollen bak (ook weer niet te vol want hubbymans moet zich kunnen concentreren). Gust kreeg voor 1 keer de volle permissie om te gamen en te chatten. ‘Mijn kot’ eindelijk weer proper na al die tijd.
Al moet ik toegeven dat het raar doet. Onze bubbel is niet meer. 1 bubbelcel zit momenteel in de klas, hopelijk geïnteresseerd te luisteren naar juf of meester. Ik hoop dat die bubbelcel volop geniet van het contact met andere bubbelcellen. Terug onder de kinderen, niet meer constant bij mama en papa, eigen leventje uitbouwen en onnozel doen met leeftijdsgenoten. Want hier had Gust toch wel dringend nood aan merkten we. Op naar een nieuw hoofdstuk dus. Spannend…
Bij tips and tricks 5 nam ik jullie mee naar de Obersee. Vandaag zijn we heel dicht in de buurt in het kanton Glarus.
De Klöntalersee is een meer in het Klöntal in het Zwitserse kanton Glarus. Het meer ligt op een hoogte van 848 meter en heeft een oppervlakte van 3,3 km². De Klöntalersee ontstond als gevolg van een aardverschuiving.
De weg naar de Klöntalersee is een stuk minder avontuurlijk dan die naar de Obersee al gaat die opnieuw over een vrij smal pad. Boven aangekomen zie je meteen de Klöntalersee schitteren in de zon. Rondom gebergte dat weerspiegelt in het meer. Parkeren kan je bij camping Güntlenau. Van daaruit vertrek je gewoon langs het meer (je kan kiezen of je langs het stenenstrand of langs het pad loopt). Wij wandelden langs het pad maar maakten nu en dan stops op het stenenstrand om te picknicken of de kinderen te laten spelen in het meer.
De wandeling is prachtig. Je loopt aan de voet van het gebergte door bossen. De schaduw van de bomen doet op een warme dag meer dan deugd. En zonnekloppers halen hun hartje op langs de strandjes.
Tijdens de wandeling werden we plots verrast door een wondermooie waterval met aan de voet van de waterval een ijsklomp. We konden tot aan de waterval wandelen waar de natte bries ons verfriste. Heerlijk!
Wij deden de volledige wandeling langs het meer. De wandeling is niet zwaar want je wandelt voornamelijk vlak maar de totale afstand is wel 13 kilometer. Aan het andere einde van het meer kom je voorbij camping Vorauen. Ideaal voor een sanitaire stop maar ook het campingwinkeltje was een oppeppertje voor de kinderen. We kochten er een ijsje en een flesje fris spuitwater.
Na de stop hadden we nog 5 km te gaan langs de andere zijde van het meer. Vanaf dan loop je op de verharde weg maar het is er zeker niet druk.
Na 13 km waren onze benen toch wel moe maar de kinderen bundelden hun laatste krachten voor een plons in het frisse meerwater. Tip: tijdens wandelingen altijd een handdoekje (wij nemen de compacte handdoekjes van Decathlon) en zwembroek voorzien want een onverwachte plons in een meer is altijd plezant.
Jaja, het is zo ver. Ik keek er eerlijk gezegd niet echt naar uit. 40! 2×20! Veertiger! Nee, als ik in de krant lees: ‘Man steekt vrouw van 40 neer en vlucht weg.’ (sorry voor het lugubere voorbeeld) dan zie ik altijd een vrouw van leeftijd voor mij. Niet mezelf. No way, ik 40???
Maar vandaag was het dan ‘the day’. De voorbije dagen kenden we wat regenachtig weer waardoor mijn humeur er niet meteen beter van werd. En dan even stil staan bij het idee dat je ‘al’ 40 bent. Al 40 jaar loop ik (tis te zeggen, zo’n 39 jaar waarschijnlijk al lopende) rond op deze aardbol. Dat is toch al even, niet? Pieter en ik zijn sinds vorige week 18 jaar samen. Dat wil zeggen dat ik al bijna de helft van mijn leven mijn hubby ken. Zo gek.
En toch, ik voel me helemaal geen 40. Misschien een jaar of 34, zoiets? Ik vind ook zelf dat ik er helemaal nog geen vrouw van 40 uitzie. Moet ik nu stilletjes aan aan een ander kapsel denken, een ander stuk van de damesafdeling opzoeken in de kleerwinkel en anti-rimpelcrème aanschaffen? Nope dus, vrouwen van 40 dragen toffe jeansbroeken, leuke sneakers en een goeie dagcrème kan nooit kwaad, of niet?
De voorbije dagen kreeg ik nachtmerries over grijze haren op mijn hoofd, vapeurs, moodswings (al zullen mijn teerbeminde huisgenoten nu even met hun ogen draaien en zeggen ‘die heb je al lang hoor’). Brrr, nee, ik ben hier nog niet klaar voor. En ook het idee dat nog eens mama worden nu stilletjes aan voorgoed opgeborgen wordt. Nooit meer zo’n klein hummeltje op je buik dat zoekt naar liefde en geborgenheid, nooit meer lieflijk staan kijken aan het wiegje van je slapende baby….peut!!! Ik heb nooit lieflijk gekeken naar mijn slapende baby’s want mijn baby’s hielden niet van slapen. Dus back to reality. Zo’n baby is geweldig en het blijft een wonder maar voor die slapeloze nachten zou nu zelfs geen enkele anti-rimpelcrème meer volstaan.
Ik besef dat je op je 40ste ook veel rijper in het leven staat. Je wordt niet meer omver geblazen van commentaren of opmerkingen van mensen die niet tot je ‘kringen’ behoren. Je voelt je niet meer de pietsnot wanneer je een speciaalzaak binnenwandelt en bekeken wordt als ‘die piepneuzen zullen zeker nog geen budget genoeg hebben om hier binnen te komen snuisteren’. Je wordt serieus genomen, je hoort er bij. Dat doet me denken aan de familiefeesten vroeger aan mijn mama’s kant. Grootmoeder had 6 kinderen en 13 kleinkinderen. Een mooie bende dus elk jaar met nieuwjaar. En telkens werden er 3 tafels gereserveerd in een feestzaal naar believen. 1 tafel voor de oudjes (grootmoeder, tantes en nonkels), 1 tafel voor de oudere neven en nichten en 1 tafel voor de jongere neefjes en nichtjes. En aangezien mijn eigen mama de jongste van de 6 kinderen is, kan je mijn plaatsje aan tafel al bedenken. De ‘jongsten’ kregen altijd te horen: ‘Wacht tot jij 30 bent!’ Maar, nu ik 40 ben, mag ik nu eindelijk aan de tafel van de oudere neven en nichten wetende dat zij nu stilletjes aan de 50 naderen?
Ik ben er klaar voor, voor het leven als 40-jarige vrouw. En morgen wordt waarschijnlijk niet anders dan vandaag. Ik ga mijn man en kinderen morgen nog even graag zien (tenzij mijn midlife crisis me op andere ideeën brengt natuurlijk), ik ga nog steeds mijn skinny jeans met sneakers aantrekken en ik ga nog evenveel dagcrème gebruiken als gisteren. Al ga ik nu en dan toch wel eens denken: He, jij daar, 40-jarige vrouw, just be your fabulous self!