Tips and tricks 76: Roadtrip Klausenpass

34° voorspeld in Zwitserland dit weekend. Dat betekent voor vele Zwitsers de hele dag doorbrengen aan één of andere badi (badplaats aan het meer). Wij vinden zo tijdens de zomermaanden dagelijks een sprongetje in het meer geweldig maar om nu een hele dag met je luie kont in het gras te zitten…hmmm, minder ons ding.

Dus gingen we op zoek naar een leuke activiteit tijdens deze warme dagen. Een bergwandeling durfden we ook niet zo goed want soms kan het frisser zijn in de bergen (op grote hoogte) maar soms loop je ook echt in de volle zon op open velden of bergheuvels.

Tot ik in de loop van de voormiddag op het idee kwam om een soort roadtrip te maken langs mooie (en indien mogelijk koele) plaatsjes. De Klausenpass, reeds lang op het verlanglijstje en al meermaals stukjes richting de pas gedaan, maar ooit ook helemaal moeten terugkeren omdat de pas door de smeltende sneeuw volledig was afgesloten. Dat zou nu vandaag hopelijk niet meer het geval zijn dachten we (als die sneeuw nu nog niet gesmolten is, zucht, puf, warm).

De rondrit is een 200 km lang dus best wel veel. Je kan beter ’s morgens op het gemak vertrekken zodat je de kans hebt om onderweg te stoppen waar je wil en hoe lang je wil want dat is net het voordeel van deze prachtige roadtrip. Wij reden vanuit Thalwil richting Zugersee, Goldau, Lauerz, Ingenbohl, Sisikon, Altdorf, Bürglen, Spiringen, Unterschächen, Linthal, Glarus, Näfels en zo terug de snelweg A3 richting Thalwil.

Wij stopten op volgende plaatsen maar dat is geheel naar eigen goesting, smaak of tijd in te vullen.

  • Tellskapelle Sisikon: Hier maakten we een eerstje stop kort na de middag voor een koffie en een ijsje in de Seebeizli am Urnersee in Tellsplatte. Je moet hiervoor een kleine afdaling doen naar het meer maar het uitzicht is adembenemend. De ijsjes zijn er de moeite waard dus iedereen happy.
  • Altdorf: Bezoek aan het oude stadscentrum met standbeeld van Willem Tell
  • Bürglen: De moeite waard om even te stoppen aan het kerkje en daar de Tellskapelle en de oude typische Zwitserse huisjes te aanschouwen.
  • Unterschächen: Deze stop mag je niet overslaan. Je parkeert je auto aan de start van de vallei in de Bielenstrasse. Net voor je de vallei ‘Brunnital’ zou binnenrijden (aan zo’n koeienoversteekplaats op de weg) zijn enkele parkeerplaatsen. Daar parkeer je de wagen en loop je een stukje de vallei in langs het kabbelende water van de Hinter Schächen rivier. Ongelooflijk mooi daar. Puur Zwitserland. Mocht je daar geen plaats vinden (want de plaatsjes zijn beperkt) kan je in Unterschächen zelf ook parkeren op een grotere parkeerplaats en moet je nog een klein stukje stappen naar de vallei. De grotere parking bevindt zich nabij hotel Alpina maar staat ook duidelijk aangegeven langs de weg. In tips and tricks 54 beschrijf ik hoe we daar ook parkeerden om de watervalwandeling in Aesch (Staubbachfall) te maken.
  • Klausenpas: Nadat we even in de vallei in Unterschächen genoten van het frisse water en de mooie natuur, startten we eindelijk onze weg naar de Klausenpas. Let op, vanaf nu gaat het behoorlijk kronkelen dus absoluut niet het moment om een boek te lezen op de achterbank of iets op je GSM op te zoeken. Nuja, dat zou gewoon ook zonde zijn want de weg naar en door de Klausenpas is ongelooflijk mooi. Wij zijn onderweg zeker op 10 plaatsjes kort gestopt om even te genieten of een mooie foto te maken. Je komt ook een paar plaatsjes tegen waar je iets kan eten of drinken. Een iets langere stop maakten wij aan restaurant Klausenpass (niet te verwarren met het vrij moderne hotel Klausenpass dat je hiervoor tegenkomt). Aan restaurant Klausenpass zagen wij sneeuw op bereikbare hoogte en besloten we onze ‘cool down’ dag echt waar te maken met een sneeuwballengevecht. Heerlijk! We maakten na het dollen ook nog een korte wandeling naar een mooi uitzichtpunt over de Klausenpas (links van het restaurant vertrekken op een goed begaanbaar pad tot je op een soort uitkijkpunt komt. Dit is ongeveer 15 min. stappen van de parking maar zeker de moeite waard.
  • Glarus: Tijdens de afdaling kwamen we nog leuke stopplaatsjes en nog een waterval (Berglistüber) tegen. Wij reden door tot in Glarus waar we de wagen even aan het station parkeerden en voor de Pokémon vangende zoon even een klein toertje deden in het stadspark met verfrissende fonteinen. Daarna vervolgden we onze weg terug tot in Thalwil.

Maar bij deze nogmaals heel belangrijk om te onthouden. Je kiest echt waar en wanneer en hoelang je stopt naar eigen verlangens. Maak er gewoon een ontspannende dag van (desnoods met picknick stops) al kom je onderweg ook een aantal supermarkten (oa meerdere Volg supermarkten) en restaurants tegen. Een frisse pint smaakt nog altijd beter op een leuk terrasje met een mooi uitzicht.

Have fun, geniet en laat je lekker verrassen zou ik zeggen 🙂

Tips and tricks 75: Seeuferweg Wädenswil – Richterswil

Jullie weten al langer dat ik het liefst langs de oevers van één of ander Zwitsers meer wandel. Dat maakt me happy, rustig en doet mijn hartje een vreugdesprongetje maken. Een tijdje geleden schreef ik in tips and tricks 69 over de zeeoeverweg Seerose (van Wollishofen Seerose naar Zürich Burkliplatz). Zo eentje die je zeker met bezoekers moet gedaan hebben. Ideaal qua afstand en vol met mooie geniet-momentjes.

Ergens in februari nam ik samen met een vriendin de trein richting Flumserberg (laaaang geleden toen er nog sneeuw op de bergen lag) en zag ik tijdens het treinritje dat er rond Richterswil ook zo’n mooi Seeuferpad was. Met de trein natuurlijk moeilijk in te schatten waar je precies bent maar ik was benieuwd en ik ging korte tijd later op zoek. We parkeerden de wagen in Richterswil Horn en begonnen langs het meer te stappen maar vonden het mooie houten pad op het water niet. Jammer, al hadden we natuurlijk ook een mooie wandeling gemaakt. Bleek toen achteraf dat de wandeling gewoon de andere kant vanaf de parking was.

Vorig weekend namen we opnieuw de trein richting Flumserberg (waar we onze eerste zomerwandeling van het seizoen deden nl. Flumserberg Tannenboden – Seebenalp) en zag ik tijdens de treinrit opnieuw het houten pad over het water. En ik wist het, ik moest en zou deze week opnieuw op zoek gaan. En zo geschiedde… 🙂

Na de middag (onze kindertjes komen hier elke middag thuis eten) nam ik de trein vanuit Thalwil richting Wädenswil. 10 minuutjes rijden langs de Zürichsee dus snel zal je je niet vervelen. In Wädenswil liep ik via de ondergrondse doorgang richting het meer om al eventjes te genieten en merkte ik een leuke Seebar op, Engel Seeplatz, waar ik een volgende keer (wanneer ik de wandeling misschien eens in omgekeerde richting doe) zeker zal stoppen voor een koffietje of iets fris.

Ik vond de bordjes die de wandeling ‘Richterswil Seeuferweg’ aangeven (de typische gele wandelbordjes) al snel en toen bleek dat ik de ondergrondse doorgang onder de sporen richting het dorp moest nemen. Daar vond ik de bordjes opnieuw en raakte ik een beetje in de war. Maar eigenlijk kan ik besluiten dat je best van aan het station van Wädenswil de bus neemt (inbegrepen in je treinticket wanneer je een dagticket neemt) naar Wädenswil Giessen. Ikzelf wandelde langs de Seestrasse maar tussen de auto’s is dat stuk niet echt aangenaam. Beter even de bus op tot de start van het mooie deel.

Busstopplaats Giessen van waar je de wandeling best start

Aan busstopplaats Giessen stap je af, steek je de Seestrasse over en loop je kort naar rechts. Al snel zie je een spoorweg en een klein, oud trapje dat je onder de spoorweg richting het meer leidt. Vanaf daar kan je de gele wandelbordjes richting Richterswil volgen en kan je eigenlijk niet meer fout wandelen.

Al snel voelde ik het, dit wordt weer één van mijn ‘even-weg-van-huis-wandelingetjes’. Net als de wandeling Seerose maar nu kan ik gewoon afwisselen. De ene keer dit stuk van het meer, de andere keer het andere stuk. Ideaal!

Langs de Seeuferweg loop je uiteraard langs het meer maar heb je prachtige stop- en uitkijkpuntjes: bankjes, fauna en flora onderweg, een houten uitkijktoren, meerdere mogelijkheden om het water in te gaan, ligbanken, een vuurplaats om een worstje te grillen,…

Wanneer je bijna in Richterswil aankomt kan je niet meer verder langs het meer en moet je via een ondergrondse doorgang even terug onder het spoor lopen. Dan wandel je kort langs het meer maar met de spoorweg tussen het meer en het wandelpad. Maar je komt wel voorbij een prachtige oude Zwitserse boerderij.

In Richterswil steek je dan een brug over de sporen over waardoor je terug aan het meer en in een park, Richterswil Horn, komt. Ik wandelde door het park met speeltuintje en bar ‘Beizli am See’ waar ik even halt hield voor een heerlijke latte Macchiato met bijhorend stukje chocoladebrownie. Een aanrader, ik kan het weten!

Ik checkte even de trein terug richting Thalwil en zag dat ik enige tijd later gewoon de hoek om moest richting station Richterswil. Op mijn weg naar het station kwam ik nog een pedaloverhuurder tegen waar ik Gust en Julia binnenkort eens mee naartoe neem (pedalo met glijbaantje inclusief).

De wandeling is zo’n 4 km lang en ik zelf wandelde er (vanaf de busplaats gerekend) zo’n 40 min. over. De wandeling is zeker niet zwaar want naast een meer heb je gelukkig weinig hoogteverschil. Je kan de wandeling in beide richtingen doen maar ik denk dat het stuk Wädenswil – Richterswil net iets mooier is door het zicht op de bergen. In omgekeerde richting kijk je op Zürich. Een kwartiertje na vertrek met de trein uit Richterswil stond ik weer in ons vertrouwde Thalwil, net op tijd om de kindertjes te ontvangen en het weekend in te vliegen.

Tips and tricks 74: Neuchâtel

Zoals jullie misschien wel weten, houden we hier een landkaart van Zwitserland bij waarop we telkens met een pinnetje aanduiden welke stad of dorp we bezochten sinds onze verhuis naar Zwitserland. Ondertussen is die landkaart al goed gevuld geraakt al zitten er hier en daar nog gaatjes in. Natuurlijk is de omgeving op minder dan anderhalf uur rijden van Zürich het drukst bezocht maar we maakten ook al enkele weekendtrips wat verder weg.

Vandaag stond Neuchâtel, een kleine twee uur rijden vanuit Zürich, op de planning. Neuchâtel is de hoofdstad van het gelijknamige Zwitsers kanton Neuchâtel. De gemeente heeft ongeveer 33.600 inwoners, ligt op 430 meter hoogte en omvat 1805 hectare. De stad ligt direct aan het meer van Neuchâtel. De stad bezit uitgebreide culturele mogelijkheden. Wikipedia

Wisten jullie trouwens dat het meer van Neuchâtel het grootste meer is dat volledig in Zwitserland ligt. Bij menige quizvragen wordt er wel eens gegokt dat het meer van Genève het grootste is maar dat ligt niet volledig in Zwitserland zelf. Tot zover de wist-je-datjes voor vandaag 😉

Wij parkeerden op een grote buitenparking ‘Jeunes-Rives’ nabij de haven van Neuchâtel. Naar Zwitserse normen een vrij goedkope parking want voor een goeie halve dag parkeren betaalden we CHF4. Zodra je van de parking weg wandelt, flaneer je langs het meer van Neuchâtel, voorbij de haven met mooie privé- en openbaar toegankelijke boten.

Aan de haven zelf liepen we richting het stadscentrum en besloten we het bureau voor toerisme even te bezoeken dat, hoe raad je het natuurlijk, net gesloten was. Maar gelukkig hingen er bakjes met een stadsplan en stadswandeling aan de gesloten (uhum) voordeur. We besloten de stadswandeling te volgen al maakten we na enige tijd eigenlijk onze eigen wandeling (geleid door Pokémon jagende Gust die vandaag extra veel werk had omdat het Pokémon Go Fest 2022 is dit weekend).

De highlights in deze stad zijn de mooie centrumstraatjes in de Altstadt die je niet kan missen. Slenter gerust links en rechts en je zal wel zien wanneer je het oude stadscentrum verlaat. Topper is de klim naar het kasteel en de kerk met prachtig zicht over het meer van Neuchâtel. Daar hebben we toch wel wat tijd doorgebracht in de kerk, de tuin van het kasteel en de mooi ommuurde kasteel wallen. De straatjes naar of van het kasteel zijn ook bijzonder charmant.

Omdat rondslenteren in een stad + bijhorende klim naar het kasteel in meer dan 28 graden en volle zon behoorlijk intensief waren, besloten we een mooi terrasje te zoeken in de schaduw. We vonden een heel mooi Frans ogend pleintje waar we een crêperie aantroffen, die blijkbaar heel populair zijn in Neuchâtel. Wij hielden halt bij crêperie Le Sud waar we volgens eigen goesting genoten van een hartige of een zoete pannenkoek. Pieter ging voor de crêpe roquefort met gestoofde peertjes en ikzelf vond mijn goesting bij de crêpe Suisse (met raclette kaas, uitjes en augurk). De kinderen kozen uiteraard voor de crêpe au chocolat. Wat anders?

Niet alleen de pannenkoek smaakte ons maar de Grimbergen blond en rouge van het vat smaakten bij deze temperaturen nog meer. En geef toe, een Grimbergen van het vat in combinatie met een crêpe Suisse, dat is toch het beste van 2 werelden samen?

Na de lunch besloten we het water op te zoeken en hoopten we op wat verfrissing. We zochten en we vonden ook de ‘Passerelle de l’utopie’ waarover ik online had gelezen maar die we tot hiertoe nog niet waren tegengekomen. Deze passerelle is een soort uitkijkpunt over het water. Mooi, ydillisch en uiteraard veel fotoklikplezier waard.

Foto online gevonden, wij hadden pech vandaag want de bergen waren niet zo goed zichtbaar.

Omdat de zon zo fel op ons bolleke scheen en we de stad nu wel voldoende hadden kunnen verkennen, trok het vrouwelijk geweld van de familie bikini of badpak aan en zochten we een mooi plaatsje (waar de mannen in de schaduw konden vertoeven) om het frisse water in te duiken. Ik had me dit jaar, tot hiertoe, nog niet aan het Zwitserse meerwater gewaagd maar vandaag lonkte de verkoeling te hard. En hey, hoe cool is het niet om te kunnen zeggen dat je zwom in het grootste meer van Zwitserland. Toch?

Integratie: makkelijker gezegd dan gedaan

Integratie is de opname in een (groter) geheel. Het gaat daarbij voornamelijk om de opname van personen of bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij. Een belangrijk kenmerk van integratie is dat de opname van personen of bevolkingsgroepen van beide kanten komt.

Bovenstaande uitleg vond ik online. Mooi in theorie, in praktijk niet altijd even mooi en dat zullen velen met mij kunnen bevestigen. ‘Je moet er zelf voor openstaan, je moet je aanpassen aan je nieuwe land, je moet de taal/gebruiken/cultuur leren,…’ Tuurlijk, volledig mee akkoord. Maar dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is kan ik jullie verzekeren.

We zijn geen vluchtelingen, godzijdank! We zijn volledig uit vrije wil (het ene gezinslid al wat vrijer dan het andere) hierheen gekomen. We hadden pech, dat wel. 6 weken na onze aankomst stond de wereld een heel klein beetje stil: COVID. 2 jaar lang zouden we niet het ‘echte’ Zwitserland kunnen leren kennen. Maar ergens troostte dat ons ook. We wisten dat we op dat moment echt niet meer konden investeren in die integratie want alle sociale activiteiten waren zowel voor ons als voor de kinderen helemaal geschrapt. Al voelden we toch wel dat ons kinderen nog harder hun best moesten doen. Want wie zou nu een volledig nieuw of ‘vreemd’ kind uitnodigen bij zich thuis in deze onzekere en bange tijden. Voila, ik hoef er geen tekening bij te maken.

Ondertussen liggen de zwaarste COVID-tijden gelukkig al een beetje achter ons. En toch valt het me de laatste tijd zwaarder dan ooit. Ik weet dat er hoogtes en laagtes zijn in zo’n verhuisverhalen dus hoop ik gewoon dat dit een zeer snel voorbijgaande laagte mag zijn.

Maar eerlijk, ik voel me eenzaam. Het leven gaat terug door. Iedereen pikt de draad gelukkig terug op en ik voel dat ik blijf stilstaan. Nog meer dan voorheen want toen konden we alles op ‘COVID’ afschuiven. Makkelijk om dat beestje van alles de schuld te geven en anderzijds toch ergens veilig te kunnen schuilen achter het beest ook.

Ik bedenk soms op de moeilijkste momenten dat mocht ik morgen terug verhuizen of in het ergste geval plots doodvallen dat mijn omgeving (gebouw, straat, dorp, kanton) het niet eens zou opmerken. Ik vemoed dat het heeel lang zou duren voor iemand zich zou afvragen waar dat ‘Belgisch madamke’ naartoe is. Hmmm?

Ik ben heel blij dat ik nu ongeveer een jaartje geleden ‘ja’ heb gezegd op de jobaanbieding in de Nederlandse school. Het is geen fulltime job maar het is iets. Het houdt me bezig, ik kan me inzetten voor mijn leerlingen en wekelijks kan ik toch even ‘Nederlands’ praten met de collega’s.

Maar we hadden bij aanvang heel bewust gekozen voor de lokale school, een dorpsgevoel, integreren met de locals… en dat blijkt toch veel moeilijker dan gedacht. Ik doe mijn best en ik praat Duits maar verder dan wat small talk geraak ik niet. Diepe gesprekken voeren in een andere taal dan je moedertaal blijft moeilijk.

Ook voor de kinderen is het absoluut niet altijd makkelijk. Ze doen zoooo hard hun best, staken al zoveeeel energie in dat integreren maar we merken dat we op dat vlak toch misschien niet in het meest ideale dorp zijn terechtgekomen. Er werd ons verteld dat Gust en Julia hier zeker niet alleen zouden zijn als ‘nieuwkomers’. En op zich klopt dat. Bijna niemand in hun klas heeft een puur Zwitserse mama en/of papa. Ontelbare nationaliteiten in hun klas: veel Duitsers, Italianen, Zuid-Afrikanen, Amerikanen,… maar het grote verschil is dat al die kinderen hier wel geboren of heel jong verhuisd zijn. Verhuizen met een 9- en 10 jarige is toch minder voorkomend. Of die mensen kiezen dan eerder voor een internationale schoolomgeving. Maar net omdat we zo hard wilden investeren in dat integreren (Duits ipv Engels op school, contact met vriendjes in het dorp, zelfstandig boodschappen of activiteiten kunnen doen in de buurt,…) kozen we dus niet voor die internationale omgeving met vaak wisselende contacten. Was dat een inschattingsfout, ik weet het niet goed.

Ik heb voor de verhuis gewerkt als administratief medewerker in een lagere school. Ik kreeg meermaals ouders en kinderen aan de deur die geen enkel woord Nederlands konden spreken en recent hun land (en vaak hun hele hebben en houden) hadden verlaten. Ik heb steeds geprobeerd om die mensen warm te onthalen. Om ‘een taal’ te vinden die ons beiden de mogelijkheid gaf om te communiceren in het belang van het kind. Want ik kan mijn hele uitleg over de school in het Nederlands geven maar als die ouders geen woord begrijpen, hebben we beiden geen vooruitgang geboekt. Tuurlijk vond ik het fijn om te merken dat die mensen na verloop van tijd wel moeite deden maar ik heb toch steeds geprobeerd om me een beetje in hun schoenen te verplaatsen.

Hier voel ik me vaak de ‘vreemde’ mama. En ik begrijp dan al zoveel Duits en het praten lukt zeker ook al behoorlijk. Maar als je op een infoavond op school merkt dat de leerkracht na 10 minuten overschakelt op het Zwitsers Duits (terwijl ze eigenlijk Duits moeten praten) en de volle 3 uur verder informeert en animeert in het Zwitsers Duits dan schieten je ooghoeken vol, dat kan ik je verzekeren.

Ik denk en hoop dat het een proces is. En dat ik dat integreren misschien moet loslaten. Misschien heb ik gewoon te hard mijn best gedaan en doet het daarom nu misschien wat meer pijn om te beseffen dat het allemaal niet zo simpel is.

Ik blijf fan van de prachtige natuur (bergen, meren, sneeuw, groen,…) en die geeft me gelukkig heel veel energie. Ik moet er in berusten dat het ook voor de kinderen goed komt. Want hun zorgen, verdrietjes of pijntjes maken mij als mama het meest kwetsbaar. Als zij thuiskomen van een logeerpartijtje en een hele fijne tijd hadden, kan ik er weer helemaal tegen. Maar als ze anderzijds thuiskomen en weer voelden dat ze niet ‘één van hen’ zijn, huil ik diep vanbinnen.

Ik pak mezelf dan maar een zakdoekje en ga straks de natuur in…loslaten en aanvaarden…of toch proberen tenminste.

Tips and tricks 73: Horgen Bergweiher

Sommige weekends zijn tegenwoordig goed gevuld met verjaardagsfeestjes, sleepovers, sociale activiteiten en niet te vergeten… studeren (dat zou de jeugd des huizes uiteraard liever overslaan) waardoor verre berguitstappen niet altijd lukken. Tel daar natuurlijk nog eens bij dat het de laatste dagen tussen de 25° en de 31° was waardoor wij steile wandelingen liever ook skippen.

Maar omdat ik tijdens de weekends toch graag even in de natuur kom, zoeken we af en toe mooie ‘dichtbij-plaatsjes’ op. En zoals jullie weten, vind ik het warm water hier niet telkens opnieuw uit dus laat ik me heel vaak inspireren door Tania van Swiss Family Fun die deze wandeling aanraadde.

Horgenberg is zo’n 10 minuten rijden vanuit Thalwil. Zoals de naam het zelf zegt, ligt Horgenberg boven Horgen centrum op een heuvelkam. Wij parkeerden de wagen op een ietwat verscholen parking aan de busstopplaats Moorschwand (exacte adres is: Moorschwandstrasse 114, Horgen). Van aan de parking steek je de weg over en vertrek je via een kiezelpad het bos in. Onderweg kom je dit bordje naar de lokale Hoflädeli tegen. In een Hofladen (of boerderijwinkel) kan je lokale specialiteiten rechtstreeks bij de boer kopen.

Wij liepen rechtdoor tot we aan een splitsing kwamen. Daar volg je het bospad naar rechts. In deze warme temperaturen was de schaduw van de bomen zeer welgekomen. Na een tijdje bereik je een open vlakte en zie je een manège aan je rechterkant. Wie zin heeft, kan even rechts indraaien om de paardjes van de manège te bezoeken. Tegenover de manège zie je de Sternenstrasse. Wanneer je dit straatje neemt, kom je aan het meer uit. Wie liever in de schaduw blijft laat de manège rechts liggen en wandelt het bospad gewoon rechtdoor tot je aan het meer (nabij de picknickplaats met vuurstel) komt. Je kan kiezen of je het meertje in wijzer- of tegenwijzerzin neemt. Het gebied is een natuurreservaat wat voor prachtig groene en natuurlijke tafereeltjes zorgt.

Wanneer je natuurlijk slechts heel even in Zwitserland bent, zijn er spectaculairdere uitstappen maar als avondwandeling, zondagnamiddag wandeling of wanneer je na een dag in de stad toch nog even de natuur in wil trekken, kan ik dit pareltje zeker aanraden. En het zicht op de Zürichsee van bovenuit is natuurlijk ook nog een extra meerwaarde. De totale wandeling van de parking en terug duurt zo’n 45 min. zonder echt veel hoogteverschil.

Extraatje: voor de sportievelingen onder ons (uhum) kan je daar ook een activiteitenparcours volgen. Hup, hup met de beentjes!

Tips and tricks 72: La bella Italia

Italië, al lang op mijn verlanglijstje maar om één of andere reden nog nooit in het land van pasta, pizza, Fiats en Vespa’s geraakt. Toen we 2,5 jaar geleden naar Zwitserland verhuisden, beseften we plots hoe dicht we eigenlijk bij de Italiaanse grens zouden wonen (al mag je je niet focussen op enkel en alleen de kilometers in vogelvlucht, enkele serieuze bergen tussen Zürich en Italië maken de rit wat complexer).

Natuurlijk was een tripje naar Italië niet het eerste wat we planden toen we net verhuisden. Er was nog zoveel moois en nieuws te ontdekken in Zwitserland. En toen kwam corona. Lombardije, het meest noorderlijke deel van Italië, grenzend aan Zwitserland was bij aanvang van corona een uiterst zwaar getroffen gebied met talloze coronadoden en veel te weinig plaats in de lokale ziekenhuizen. Het was dan ook voor hele lange tijd niet mogelijk of zeer moeilijk om dat stuk van Italië te bezoeken.

Zelfs nu nog moet je op het openbaar vervoer een FFP2 masker dragen (zelfs op een boottochtje in openlucht) en ook al is het niet meer verplicht toch draagt de overgrote meerderheid nog een masker in de supermarkt of bij het binnengaan van een restaurant. De schrik moet er daar zeer goed ingezeten hebben, dat merk je.

Zowel Julia als ik zelf vieren in de maand mei onze verjaardag. En dus zat er een leuk verjaardagstripje aan te komen. De keuze was snel gemaakt en ik ging op zoek naar een leuk plekje met Italiaanse vibes. Ik vond het vakantieappartement ‘La Cascina’ via Booking.com in Carlazzo, gelegen aan het Piano meer (natuurreservaat) tussen het wel gekende Lago Lugano en Lago Como. De ideale uitvalsbasis om mooie dorpjes en stadjes te bezoeken aan de meren.

We zijn op vrijdag rond 16 uur vertrokken vanuit Thalwil en ook al was er dit weekend geen speciaal lang of feestweekend, toch zwelde de file voor de Gotthardtunnel al snel aan. We moesten meer dan een uur aanschuiven om de tunnel te kunnen binnenrijden. Gelukkig waren we vol verlangen en vol goeie moed voor het aankomende weekend. Net voorbij Lugano bereikten we de Italiaanse grens. We moesten niet stoppen aan de grenscontrole maar zagen dat er wel random auto’s werden tegengehouden. Gelukkig konden we vlot doorrijden.

Aangezien we toch wel een hongertje begonnen te krijgen en de langverwachte pizza of pasta al de hele rit door ons hoofd spookte, besloten we niet naar het vakantiehuisje te rijden maar meteen naar Menaggio, gelegen aan het Como meer. Nadat we de wagen in de piepkleine parkeerplaatsjes kwijtraakten, (nu begrijpen we waarom die Italianen met Fiats rondrijden, ik kreeg ook een geweldige flashback naar mijn kindertijd waarin mijn mama met een Fiat Panda rondracete 🙂 ) waren we meteen betoverd door het prachtige Como meer. De avond viel net en dus begonnen de talloze lichtjes aan de overkant van het meer te schitteren. Daar aan die overkant zouden wij de volgende dag ronddwalen, maar nu eerst pizza!

Op het marktpleintje van Menaggio vonden we een gezellig terrasje met zicht op het meer en gezellige lampjes en kaarsjes op tafel. Perfect om onze trip te starten. En naast het restaurant vonden we de eerste echte gelateria waardoor we in het donker op een bankje naast het meer heerlijk genoten van ons ijsje, elkaar en het mooie uitzicht.

Op zaterdagochtend werden we wakker in ons vakantiehuisje met een heel mooie view op het Piano meer en de omliggende bergen. Julia mocht in een woonkamer vol versiering, kaarsjes, toeters en cadeautjes en met de traditionele verjaardagsliederen wakker worden. Er werd gezongen, gedanst, geblazen en uitgepakt. Ik verzorgde een verjaardagsontbijt met pancakes, macarons, aardbeien, vers fruitsap,…

Na al dat gefeest en gezang maakten we ons klaar voor de daguitstap. We reden opnieuw een goeie 10 min. richting Menaggio waar we de auto gratis konden parkeren (parking langs het meer maar iets verder weg uit de dorpskern). We wandelden richting de haven waar we dagtickets kochten voor de ferryboot die je naar verschillende Italiaanse dorpjes aan het Como meer brengt. Een beetje anders dan in Zwitserland, dat wel. Zo spreken de ticketbediendes enkel Italiaans, moet je zelf uitzoeken welke boot waarheen vaart en blijkt dan uiteindelijk die boot toch plots ergens anders heen te varen en is er van stiptheid al zeker geen sprake. Maar we zochten en we vonden en kochten uiteindelijk voor €45 (€15 voor een volwassene, onder de 12 jaar gratis) de ticketjes. Gek om hier plots weer in Euro te denken en te betalen.

De boot bracht ons naar het eerste dorpje, Varenna. Oh la la, wat heb ik mijn hartje daar verloren… Heerlijke Italiaanse en smalle straatjes, mooi geklede Italiaanse dames en heren, talrijke restaurantjes waar je voor een appel en een ei (toch vergeleken met de Zwitserse restaurants) kan genieten van bruschetta pomodori, panini cotto, pasta pesto of pizza Italiano. Zelfs een cocktail mag niet ontbreken en is hier half zo goedkoop als in Zwitserland. We slenterden als echte toeristen met fototoestel in de aanslag door de Italiaanse steegjes en lieten geuren, kleuren, smaken en views aan ons voorbij komen.

Na een luch in Varenna namen we opnieuw de boot richting Belaggio. Belaggio vond ik iets minder charmant dan Varenna maar het feit dat het na de middag heel druk (ongelooflijk veel Amerikaanse toeristen) en heel warm werd, kan aan de basis liggen van mijn bevindingen. De winkeltjes met lokale specialiteiten zorgden voor verfrissing (thank you airco) en plezier.

In de late namiddag besloten we de boot terug te nemen richting Menaggio waar we ’s avonds opnieuw een gezellig plekje zouden zoeken om te dineren (geen stress meer dan om nog een boot te moeten halen). Plots werd echter de warmte zo drukkend dat een zomeronweer boven ons hoofd losbarste. Maar niemand vond het precies erg en de dikke druppels voelden zelfs warm aan. Dat hadden we dan ook weer meegemaakt. In Menaggio aangekomen schuilden we even in een plaatselijke bar terwijl we via tripadvisor een lekker plaatsje zochten om de avond te spenderen. We gingen eten bij ‘La Grolla’ net buiten de dorpskern waar onze wagen geparkeerd stond.

Op zondagochtend konden we nog een keertje genieten van Lago Piano alvorens we ons klaarmaakten om uit te checken en nog een dagje te genieten van de mooie omgeving. Nadat we het vakantiehuisje proper terug verlieten, zetten we koers richting Morcote. Morcote ligt eigenlijk al terug in Zwitserland maar ademt enorm veel Italië en ligt aan Lago Lugano.

In Morcotte maak je de klim richting de prachtige kerk Maria del Sasso. Via een kruisweg kan je de kerk bereiken. Wanneer je na het bezoeken van de kerk en het genieten van de prachtige vergezichten nog even verder klimt, kan je de Swing the world schommel treffen. Er zijn er meerdere in Zwitserland en deze was de derde die we vonden. In Ascona en Locarno swingden we al eerder over kliffen of rotsen 🙂

Na een stevige afdaling bereikten we de promenade langs het meer opnieuw en aten we onze laatste Italiaanse hapjes. Ondertussen was het zoooo warm geworden dat we de dag afsloten in het water (we = onze waterrat Julia). Het mooie einde van een heerlijk verjaardagsweekend dat we opnieuw meenemen in onze rugzak vol herinneringen.

Tips and tricks 71: Weg der Schweiz – Etappe 3: Flüelen – Sisikon

2 weken geleden een lentewandeling langs de Bodensee, vorige week een verse sneeuwwandeling in Raten en vandaag een lentewandeling in kanton Uri. Jup, dat is Zwitserland op z’n best!

Tijdens de herfst (november tot half december) en de lente (begin april tot half mei) kan je niet zomaar eender waar gaan wandelen of skiën of klimmen of… Door de vaak wisselende en veranderende weersomstandigheden in de bergen tijdens die maanden moet je soms wat geduld hebben. In april kan skiën bv. enkel nog in de hoog gelegen skigebieden en wandelen is vaak niet meer mogelijk omdat de kabelliften in onderhoud zijn, de wegen niet sneeuwvrij of zelfs niet bereikbaar zijn. Best altijd goed checken op de websites van je ski- of berggebied voor je vertrekt!

Vandaag dus een ideale herfst- of lentewandeling waarbij je geen kabellift of sneeuwvrije wandelwegen nodig hebt. De ‘Weg der Schweiz’, voor wie ooit al in Zwitserland ging hiken vast en zeker een gekend begrip. Het Zwitserse pad is een speciaal nationaal pad in Centraal-Zwitserland dat in 1991 werd geopend in de kantons Uri en Schwyz. Het maakt een lus rond de Urnersee, de zuidelijke arm van het Vierwoudstrekenmeer. Wikipedia

De ‘Weg der Schweiz’ is in totaal 35 kilometer lang, ingedeeld in 4 etappes en loopt volledig langs de Urnersee (uitloper van het Vierwoudstedenmeer). De 4 etappes zijn verschillend van lengte en moeilijkheidsgraad dus beter vooraf goed bekijken. Je kan de volledige tocht bv. als tweedaagse plannen (totaal geschatte duurtijd 10 uur voor ervaren hikers).

De etappe die wij vandaag wandelden is in totaal een goeie 7 km (geschatte duurtijd zonder stoppen = 2,5 uur) met een hoogteverschil van een 300 meter. Op zich een zeer doenbare wandeling maar hou er rekening mee dat er heel wat trapjes genomen worden om te stijgen en te dalen. Een beetje basis conditie is zeker wel verreist.

Wij reden vanmorgen van Thalwil naar Flüelen (iets minder dan een uur rijden) waar we de wagen aan het trein- en bootstation (en de start van de wandeling) parkeerden. Van daar volg je de wegwijzers 99 of de gele bordjes richting Sisikon.

Het eerste stuk wandel je niet meteen naast het water maar op een wandelpad langs de spoorweg en tussen de huizen. Op zich het minst mooie stuk maar het doet alvast verlangen naar meer. Na een 500 meter neem je de eerste trappen en wandel je door bos, natuur en vooral langs de stralend blauwe Urnersee met aan de overkant de magnifieke bergen (nu nog wit vanboven en groen vanonder).

Voorbeeld van de trappen onderweg die je toch een aantal keer betreedt

Het stuk van Flüelen naar Tellsplatte (met de prachtige Tellskapelle) is zo’n 4,5 km lang. Je komt voorbije de Tellskapelle waar je niet alleen wordt terug geflitst naar de mythe van Willem Tell zelf maar waar je vooral het prachtige kapelletje aan het water kan bewonderen.

Bron: Adobe Stock

Aan de bootstopplaats ‘Tellsplatte’ iets verder op de wandeling is een supermooi plekje ‘Seebleizi am Urnersee’ waar je iets lekkers kan eten of drinken. Het is het stopje waard. 1 van de mooiste terrasjes aan een Zwitsers meer met zicht op de bergen als je het mij vraagt.

Na de stop (mogelijkheid om naar het toilet te gaan ook hier) wandel je nog een 3,5 km verder langs het meer, houten brugjes en trappen in de rotsen naar de eindbestemming Sisikon. Wij vonden dat laatste stukje het mooiste. Af en toe loop je tijdens deze wandeling langs de straat/tunnel waar auto’s voorbij rijden maar op zich stoort dat niet omdat het uitzicht langs de andere kant zo adembenemend is en het echt maar hele korte stukjes zijn.

Wanneer je Sisikon bereikt, kan je nog even genieten van het supermooie uitzicht op het meer waarna je naar het station wandelt (einde van de wandeling) en de trein terug neemt naar Flüelen (let op: 1 trein per uur op xx:43 minuten).

Het dorpje Sisikon in de verte
Eindbestemming Sisikon

Een volgende keer proberen we misschien etappe 4 Sisiskon – Brunnen al zullen we daarvoor misschien nog een beetje moeten oefenen want dat klimmetje is een stukje steiler (8km en 480 meter stijgen). Dit was alvast een heerlijk voorproevertje voor de (berg)wandelingen die er binnenkort weer aan komen.

Tips and tricks 70: Winterwandeling Raten – St. Jost – Raten

Wie had gedacht dat ik op 3 april, na bijna een maand zon, warme temperaturen, verse was die op een halve dag droogde aan het rekje op het terras, de kajak die werd bovengehaald, buiten eten,… nog een tips and tricks zou schrijven over een winterwandeling.

Maar pas op, ik ben op een jaar tijd wijzer geworden. Zo had ik vorig jaar de skijassen en broeken bij het eerste lentezonnetje al gewassen en opgeborgen. Dit jaar ben ik slimmer geweest en staat dat taakje de komende weken nog op mij te wachten.

Maar we hadden het eerlijk gezegd niet meer verwacht. De eerste lager gelegen skigebieden sloten een maandje geleden al de deuren. Op de hoger gelegen gebieden in de nabijheid van Zürich sprak men over doenbare skiomstandigheden tot rond een uur of 2 in de namiddag. Daarna werd de sneeuw nogal papperig.

De voorspelde sneeuw op 1 april bleek geen aprilgrap te zijn. Zelfs in Thalwil (400 meter boven zeeniveau) viel er sneeuw. En in de hoger gelegen gebieden dus echt wel veel sneeuw. Goed voor de Belgische skiërs die net aan hun paasvakantie begonnen zijn. Verse sneeuw ten top!

02/04/2022: verse sneeuw op ons terras in Thalwil

De voorbije week was een woelige week des huizes Coucke-Berteloot. Wat commotie in de school van Gust met vertrekkende leerkrachten en daardoor enkele losgeslagen leerlingen. Pieter die een drukke week voor de boeg had met als kers op de taart een presentatie op woensdag (waar altijd meer tijd in kruipt dan men vermoedt) en als afsluiter op vrijdagavond een avondje spoedgevallen met Julia (we hadden onze vrijdagavond net iets anders voorgesteld ‘lees: een glaasje cava en een lekker hapje’). Een wondje aan het hoornvlies in het oog bleek de boosdoener. Na 5 uur wachten op de gang van een kinderziekenhuis werden we gelukkig om 23 uur ontslagen met antibiotica druppeltjes en een zalfje als oplapmiddel in de handtas.

01/04/2022: Kinderspital Zürich

En dus hadden Pieter en ikzelf vandaag heel erg veel nood aan een frisse neus en laat dat nu echt geen probleem zijn bij deze weersomstandigheden. Omdat de kinderen liever thuis bleven (na een logeeruitje, studeren voor de komende toetsen en wat op krachten komen na het avondje ziekenhuis) gingen Pieter en ikzelf alleen op stap. Liever niet te ver en niet te lang wanneer de kinderen alleen thuis zijn en dus was de keuze vrij snel gemaakt.

We gingen eerder al een paar keer richting Raten ( 30 min. rijden van Thalwil) om daar de Gotschalkenberg (winter)wandeling te maken (zie tips and tricks nr. 59 ) maar nog nooit eerder liepen we de andere kant op richting St. Jost. De wandeling naar St. Jost duurt slechts een 20-tal minuutjes. In St. Jost vind je een kapelletje, een berghutje waar je iets kan drinken en een speeltuin (nu in volle sneeuw niet toegankelijk).

Wij dronken een koffietje in de Bergbeizli (berghutje in St. Jost) die blijkbaar enkel tijdens het weekend geopend is tussen 10 uur en 17 uur. Op 20 minuten zit je midden in de natuur en de stilte. Heerlijk! We waren er iets voor 17 uur en de laatste klanten kwamen net buiten. Zouden we? Durven we? Eerst leek de berghutbaas onvriendelijk of ons niet op te merken maar al gauw kregen we toestemming om nog een koffie te drinken (zijn vrouw bracht ons letterlijk een kop zwarte koffie in het eenvoudigste kopje dat er maar bestaat). Geen koekje, geen melkje, geen onderbordje (mijn overleden schoonmoeder zou hier vast en zeker op gesproken hebben 😉 ) maar een hele fijne babbel met de baas en zijn vrouw. Over het leven in België versus het leven in Zwitserland. Huurprijzen, levenskosten, natuur, mogelijkheden om ‘plat’ te fietsen en de landbouw werden besproken. Toffe mensen, we keren zeker nog eens terug in de lente of de zomer. Dat hebben we hen beloofd.

De terugweg ging net iets vlotter dan de heenweg. Nu daal je namelijk de 20 minuten die je voorheen hebt geklommen. Geen zware klim hoor, zeker niet maar er was duidelijk verschil voelbaar.

Deze wandeling is kort maar heel mooi en ideaal als zondagnamiddag uitstap of als je in de buurt bent of gecombineerd met de Aegerisee of voor bezoekers die graag willen genieten van de natuur maar geen grote wandeling voor ogen hebben of…

Tips and tricks 69: Seewandeling van Wollishofen naar Zürich Bürkliplatz

Een zonnige maar koude winterdag, een gekuist huis, gevouwen was, een volle koelkast en zin in wat me-time waren de ingrediënten voor mijn uitstap van vandaag.

2 jaar wonen we in Thalwil, Zwitserland en vandaag pas deed ik deze ontdekking (thanks hubbymans voor de tip). Trots dat ik het ergens toch zelf uitprobeerde. Ik hou enorm van wandelingen langs het water. En al zeker als er op dat water (en mijn snoet!) een zonnetje schijnt dat een zee of meer doet schitteren als een diamant.

Als kind ben ik heel vaak met mijn ouders naar zee geweest, Nieuwpoort aan de Belgische kust. Later ging ik er met Pieter en wanneer de kinderen geboren werden, kregen ook zij ‘tzèètje’ heel regelmatig te zien. Ik kan enorm genieten van een wandeling op het harde strand, met de voetjes in het water en de zon op mijn snoet. Of een wandeling van Nieuwpoort bad naar Nieuwpoort stad langs de havengeul en dus langs het water vol pareltjes weerkaatsend in de zon.

Maar Thalwil dus… Bij ons in de gemeente Thalwil kan je ook langs het water wandelen alleen staan er soms ook huizen of gebouwen aan de waterkant waardoor je een beetje zigzaggend tussen meer en straat (de Seestrasse, thi) wandelt. Ik probeer regelmatig te gaan wandelen en ken zo al een beetje ‘mijn’ plekjes maar het liefst zou ik kilometers aan één stuk onafgebroken langs het meer kunnen wandelen. Beetje verwend nest, niet 😉

Tot Pieter me gisteren, toen ik tijdens onze middagwandeling langs het meer in Thalwil weer aan het mopperen was dat ik liever dichter bij het water zou wandelen, een tip gaf. ‘Waarom neem je niet de trein naar Wollishofen (een drietal stations verder dan Thalwil richting Zürich of zo’n 10 minuutjes sporen) en volgens mij kan je vanaf daar langs het water tot aan de kop van het meer en zelfs de andere kant wandelen.’

Het zonnetje kon mij niet tegenhouden vanmiddag en toen de kinderen weer naar school vertrokken na de lunch trok ook ik mijn jas aan om richting station te wandelen. We wonen gelukkig slechts 5 min. van het station (wel een serieus klimmetje) en de treinen rijden hier heel frequent. Ik check zelfs maar boven aan het station op de SBB app welke trein ik ga nemen. Die van 13.14 uur of die van 13.21 uur? Sprintje of niet?

In Wollishofen stap je via een ondergrondse tunnel onder de Seestrasse door en kom je meteen aan de waterkant van de straat uit. Ideaal en veilig! Die Zwitsers toch… Ik wandelde een stukje terug langs de Seestrasse richting Thalwil maar dat had een goede reden. Er is een soort loopbrug van enkele honderden meters lang tussen Wollishofen en Enge waar ik stiekem op wilde wandelen. Je kan ook meteen naar het water wandelen als je na de ondergrondse doorgang een 50-tal meter richting Zürich wandelt. Maar ik raad de loopbrug zeker aan, toch bij de start van je wandeling. Bij het terugkeren nam ik de kortste weg terug naar het station.

Je wandelt dus even weg van Zürich (nog heel even langs de Seestrasse) tot aan het GZ (Gemeinschaftszentrum) Wollishofen en daar bereik je in het park de start van de loopbrug. Het heeft wel iets en de brug is verrassend lang. Wanneer je het einde van de brug bereikt hebt, kom je in een ander stuk park met een eilandje in het water waar je een korte rondwandeling kan maken. Gezellig!

Eilandje in het water na de voetgangersbrug

En vanaf dan ben je vertrokken langs de Seepromenade tot in Zürich. Nu genieten van water, bootjes, parkjes, bankjes, wandelaars, honden, spelende kindjes, ijsberen (geen witte wollige maar de menselijke variant, ja zelfs bij deze temperatuur, respect), zwanen, eenden, vogels… Een kleine noot: tijdens mijn wandeling liep ik door strandbad Mythenquai dat tijdens de winter vrij toegankelijk is. Ik denk dat je er in de zomermaanden omheen moet lopen of betalen om het strandbad te mogen betreden. Dat moet ik later nog eens verder uitpluizen. Oh, en ik moet Julia zeker een keertje meenemen naar dat strandbad want er staat een toren met springplanken op verschillende hoogtes

De toren met 3 springplanken

En zo liep ik nog even verder te genieten tot ik aan Zürich Bürkliplatz (of de kop van het meer) kwam. Je zou kunnen terugkeren en dan zal je alles samen zo’n 6 kilometer gewandeld hebben. Een andere optie is het meer verder volgen en aan de overkant langs het water wandelen (ook daar is een prachtige promenade) of je gaat vanaf Bürkliplatz de stad Zürich in. Ik moest nog wat boodschappen doen en dus kuierde ik door de Altstadt richting stadscentrum. Na mijn laatste boodschap was ik eigenlijk zo goed als bij het station maar het prachtige (maar koude) weer riep me toe om de wandeling in omgekeerde richting terug te maken. Heel even heb ik nog getwijfeld om aan Bürkliplatz de boot richting Thalwil te nemen. En dat was goed mogelijk geweest want toen ik checkte, merkte ik dat de laatste boot binnen 10 min. ging vertrekken. Maar ik wou genieten van het wandelen langs het water zoals ik had gedaan op doortocht.

En ja, met een stralende zon op de overkant van het meer werd het wel al iets frisser langs mijn kant maar een dikke sjaal en handschoenen brachten soelaas. In geen tijd bereikte ik het station van Wollishofen opnieuw (deze keer zonder de houten voetgangersbrug).

Deze wandeling ga ik vast en zeker herhalen en ik hoop deze ‘ontdekking’ heel snel met mijn huisgenoten te kunnen delen. Zalig!

Kleine tip of extra noot voor wie met de wagen gaat ipv de trein. Parkeren op de (verborgen) parking in de Forellenstrasse 9 Zürich).

Tips and tricks 68: Eguisheim + Colmar (Elzas,Frankrijk)

Vandaag ga ik geheel gepermitteerd even vreemd. Vreemd als ‘in het buitenland’ bedoel ik natuurlijk.

Toen we naar Zwitserland verhuisden, kregen we via collega’s van Pieter of andere aangemeerde Belgen vaak te horen dat het zo fijn is om naast Zwitserland zelf uiteraard, ook de buurlanden te kunnen bezoeken zonder uren te moeten rijden of vliegen.

Tripjes naar Barcelona, Venetië, Milaan, Noord-Italië, Liechtenstein, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland,… stonden ons dus te wachten. Maar natuurlijk stak het C-beest daar een stokje voor en bleven we braafjes in eigen land.

Nu, eerlijk, tot hiertoe hadden we daar eigenlijk ook niet zoveel behoefte aan omdat we nog wekelijks verrast worden door de prachtige plaatsjes in Zwitserland zelf. Maar dat het een duur land is, is geweten. En zo eens een heerlijk menuutje gaan eten in Frankrijk of Italië begint toch stilletjes aan te lonken.

Maar alle maatregelen veranderen zoals jullie weten net zoals het weer. De voorbije zomer was door Frankrijk rijden zelfs moeilijk voor ons. Niet eens stoppen ofzo, nee gewoon doorkruisen, was een opdracht. Zo moesten we Gust voor vertrek laten testen met een PCR-test. Voor ons was het geen probleem want wij waren gevaccineerd en Julia was onder de 11 jaar dus die kon ook zorgeloos mee maar Gust was dus het ‘moeilijke geval’.

En zo gaat het ook bij vele andere landen. In dit land moet iedereen gevaccineerd of getest worden, in het andere land enkel wij, in nog een ander land moet niemand iets voorleggen en ga zo maar verder.

Maar omdat Frankrijk grenst aan Zwitserland kunnen gevaccineerden (65+ wel verplicht boosterprik) boven de 11 jaar (wat telt voor mezelf, Pieter en Gust) vrij heen en weer rijden.

En zo gebeurde het dat wij dit weekend de grens over reden richting ‘La France’. Op anderhalf uur rijden van Thalwil zijn wij al in l’ Alsace (De Elzas is een streek en bestuurlijk gebied in het uiterste oosten van Frankrijk. Wikipedia) gekend voor zijn wijngaarden, gekleurde vakwerkhuisjes, met bloemen versierde dorpjes…

We besloten de stad Colmar en het dorpje Eguisheim, op zo’n 4 kilometer van Colmar zelf, te bezoeken. Al veel over gehoord en al veel over gelezen en nu gingen we gewoon zelf ontdekken.

Eguisheim is een klein en oud dorpje met ringvormige straten met centraal de kerk en de burcht. Je parkeert je wagen op de parking net voor het autovrije middeleeuws dorpje. Je betaalt €4 voor een parkeerticket (ongeacht hoelang je blijft) en elektrische wagens kan je gratis laden (er waren wel slechts 4 laadplaatsen dus in de zomermaanden misschien wel wat drukker). Er is ook een parking voorzien voor mobilhomes. Duidelijk een vakantietrekpleister!

Eguisheim kan je zeker op een halve dag bezoeken en zelfs combineren met de stad Colmar. Ik waande mezelf een beetje in een Nachtwacht aflevering (voor de mensen met Ketnet fans). Vanaf de ingang van het dorpje kan je een bewegwijzerde route volgen om de mooiste plaatsjes te ontdekken.

Na Eguisheim reden we door richting Colmar waar we de wagen parkeerden in de ondergrondse parking (Parking place Rapp) net aan de rand van de oude binnenstad. Van daaruit volgden we (deels) een bewegwijzerde route doorheen de stad.

Frédéric Auguste Bartholdi of beter gekend als de man die het vrijheidsbeeld heeft ontworpen, is geboren in Colmar (Frédéric Auguste Bartholdi was een Frans beeldhouwer. Zijn belangrijkste werken zijn: het Vrijheidsbeeld in New York, standbeelden in Colmar, Parijs en Union Square in New York. Wikipedia). Door de vergulde plaatjes op de grond te volgen, kom je niet alleen langs zijn geboortehuis maar ook langs de mooiste plaatsjes van Colmar. Vergeet zeker niet ‘Petite Venice’ waar je je in Venetië waant.

En om de dag helemaal goed af te sluiten passeerden wij langs de typische Franse grootwarenhuisketen E. Leclerc om nog wat betaalbaar vlees (opgepast max. 1 kg vlees per inzittende aan de grens) en andere, iets meer gekende, producten (bv garnalen of Franse kazen) in te slaan. Iedereen blij en voldaan en zeker voor herhaling vatbaar!