Integratie: makkelijker gezegd dan gedaan

Integratie is de opname in een (groter) geheel. Het gaat daarbij voornamelijk om de opname van personen of bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij. Een belangrijk kenmerk van integratie is dat de opname van personen of bevolkingsgroepen van beide kanten komt.

Bovenstaande uitleg vond ik online. Mooi in theorie, in praktijk niet altijd even mooi en dat zullen velen met mij kunnen bevestigen. ‘Je moet er zelf voor openstaan, je moet je aanpassen aan je nieuwe land, je moet de taal/gebruiken/cultuur leren,…’ Tuurlijk, volledig mee akkoord. Maar dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is kan ik jullie verzekeren.

We zijn geen vluchtelingen, godzijdank! We zijn volledig uit vrije wil (het ene gezinslid al wat vrijer dan het andere) hierheen gekomen. We hadden pech, dat wel. 6 weken na onze aankomst stond de wereld een heel klein beetje stil: COVID. 2 jaar lang zouden we niet het ‘echte’ Zwitserland kunnen leren kennen. Maar ergens troostte dat ons ook. We wisten dat we op dat moment echt niet meer konden investeren in die integratie want alle sociale activiteiten waren zowel voor ons als voor de kinderen helemaal geschrapt. Al voelden we toch wel dat ons kinderen nog harder hun best moesten doen. Want wie zou nu een volledig nieuw of ‘vreemd’ kind uitnodigen bij zich thuis in deze onzekere en bange tijden. Voila, ik hoef er geen tekening bij te maken.

Ondertussen liggen de zwaarste COVID-tijden gelukkig al een beetje achter ons. En toch valt het me de laatste tijd zwaarder dan ooit. Ik weet dat er hoogtes en laagtes zijn in zo’n verhuisverhalen dus hoop ik gewoon dat dit een zeer snel voorbijgaande laagte mag zijn.

Maar eerlijk, ik voel me eenzaam. Het leven gaat terug door. Iedereen pikt de draad gelukkig terug op en ik voel dat ik blijf stilstaan. Nog meer dan voorheen want toen konden we alles op ‘COVID’ afschuiven. Makkelijk om dat beestje van alles de schuld te geven en anderzijds toch ergens veilig te kunnen schuilen achter het beest ook.

Ik bedenk soms op de moeilijkste momenten dat mocht ik morgen terug verhuizen of in het ergste geval plots doodvallen dat mijn omgeving (gebouw, straat, dorp, kanton) het niet eens zou opmerken. Ik vemoed dat het heeel lang zou duren voor iemand zich zou afvragen waar dat ‘Belgisch madamke’ naartoe is. Hmmm?

Ik ben heel blij dat ik nu ongeveer een jaartje geleden ‘ja’ heb gezegd op de jobaanbieding in de Nederlandse school. Het is geen fulltime job maar het is iets. Het houdt me bezig, ik kan me inzetten voor mijn leerlingen en wekelijks kan ik toch even ‘Nederlands’ praten met de collega’s.

Maar we hadden bij aanvang heel bewust gekozen voor de lokale school, een dorpsgevoel, integreren met de locals… en dat blijkt toch veel moeilijker dan gedacht. Ik doe mijn best en ik praat Duits maar verder dan wat small talk geraak ik niet. Diepe gesprekken voeren in een andere taal dan je moedertaal blijft moeilijk.

Ook voor de kinderen is het absoluut niet altijd makkelijk. Ze doen zoooo hard hun best, staken al zoveeeel energie in dat integreren maar we merken dat we op dat vlak toch misschien niet in het meest ideale dorp zijn terechtgekomen. Er werd ons verteld dat Gust en Julia hier zeker niet alleen zouden zijn als ‘nieuwkomers’. En op zich klopt dat. Bijna niemand in hun klas heeft een puur Zwitserse mama en/of papa. Ontelbare nationaliteiten in hun klas: veel Duitsers, Italianen, Zuid-Afrikanen, Amerikanen,… maar het grote verschil is dat al die kinderen hier wel geboren of heel jong verhuisd zijn. Verhuizen met een 9- en 10 jarige is toch minder voorkomend. Of die mensen kiezen dan eerder voor een internationale schoolomgeving. Maar net omdat we zo hard wilden investeren in dat integreren (Duits ipv Engels op school, contact met vriendjes in het dorp, zelfstandig boodschappen of activiteiten kunnen doen in de buurt,…) kozen we dus niet voor die internationale omgeving met vaak wisselende contacten. Was dat een inschattingsfout, ik weet het niet goed.

Ik heb voor de verhuis gewerkt als administratief medewerker in een lagere school. Ik kreeg meermaals ouders en kinderen aan de deur die geen enkel woord Nederlands konden spreken en recent hun land (en vaak hun hele hebben en houden) hadden verlaten. Ik heb steeds geprobeerd om die mensen warm te onthalen. Om ‘een taal’ te vinden die ons beiden de mogelijkheid gaf om te communiceren in het belang van het kind. Want ik kan mijn hele uitleg over de school in het Nederlands geven maar als die ouders geen woord begrijpen, hebben we beiden geen vooruitgang geboekt. Tuurlijk vond ik het fijn om te merken dat die mensen na verloop van tijd wel moeite deden maar ik heb toch steeds geprobeerd om me een beetje in hun schoenen te verplaatsen.

Hier voel ik me vaak de ‘vreemde’ mama. En ik begrijp dan al zoveel Duits en het praten lukt zeker ook al behoorlijk. Maar als je op een infoavond op school merkt dat de leerkracht na 10 minuten overschakelt op het Zwitsers Duits (terwijl ze eigenlijk Duits moeten praten) en de volle 3 uur verder informeert en animeert in het Zwitsers Duits dan schieten je ooghoeken vol, dat kan ik je verzekeren.

Ik denk en hoop dat het een proces is. En dat ik dat integreren misschien moet loslaten. Misschien heb ik gewoon te hard mijn best gedaan en doet het daarom nu misschien wat meer pijn om te beseffen dat het allemaal niet zo simpel is.

Ik blijf fan van de prachtige natuur (bergen, meren, sneeuw, groen,…) en die geeft me gelukkig heel veel energie. Ik moet er in berusten dat het ook voor de kinderen goed komt. Want hun zorgen, verdrietjes of pijntjes maken mij als mama het meest kwetsbaar. Als zij thuiskomen van een logeerpartijtje en een hele fijne tijd hadden, kan ik er weer helemaal tegen. Maar als ze anderzijds thuiskomen en weer voelden dat ze niet ‘één van hen’ zijn, huil ik diep vanbinnen.

Ik pak mezelf dan maar een zakdoekje en ga straks de natuur in…loslaten en aanvaarden…of toch proberen tenminste.

Tips and tricks 73: Horgen Bergweiher

Sommige weekends zijn tegenwoordig goed gevuld met verjaardagsfeestjes, sleepovers, sociale activiteiten en niet te vergeten… studeren (dat zou de jeugd des huizes uiteraard liever overslaan) waardoor verre berguitstappen niet altijd lukken. Tel daar natuurlijk nog eens bij dat het de laatste dagen tussen de 25° en de 31° was waardoor wij steile wandelingen liever ook skippen.

Maar omdat ik tijdens de weekends toch graag even in de natuur kom, zoeken we af en toe mooie ‘dichtbij-plaatsjes’ op. En zoals jullie weten, vind ik het warm water hier niet telkens opnieuw uit dus laat ik me heel vaak inspireren door Tania van Swiss Family Fun die deze wandeling aanraadde.

Horgenberg is zo’n 10 minuten rijden vanuit Thalwil. Zoals de naam het zelf zegt, ligt Horgenberg boven Horgen centrum op een heuvelkam. Wij parkeerden de wagen op een ietwat verscholen parking aan de busstopplaats Moorschwand (exacte adres is: Moorschwandstrasse 114, Horgen). Van aan de parking steek je de weg over en vertrek je via een kiezelpad het bos in. Onderweg kom je dit bordje naar de lokale Hoflädeli tegen. In een Hofladen (of boerderijwinkel) kan je lokale specialiteiten rechtstreeks bij de boer kopen.

Wij liepen rechtdoor tot we aan een splitsing kwamen. Daar volg je het bospad naar rechts. In deze warme temperaturen was de schaduw van de bomen zeer welgekomen. Na een tijdje bereik je een open vlakte en zie je een manège aan je rechterkant. Wie zin heeft, kan even rechts indraaien om de paardjes van de manège te bezoeken. Tegenover de manège zie je de Sternenstrasse. Wanneer je dit straatje neemt, kom je aan het meer uit. Wie liever in de schaduw blijft laat de manège rechts liggen en wandelt het bospad gewoon rechtdoor tot je aan het meer (nabij de picknickplaats met vuurstel) komt. Je kan kiezen of je het meertje in wijzer- of tegenwijzerzin neemt. Het gebied is een natuurreservaat wat voor prachtig groene en natuurlijke tafereeltjes zorgt.

Wanneer je natuurlijk slechts heel even in Zwitserland bent, zijn er spectaculairdere uitstappen maar als avondwandeling, zondagnamiddag wandeling of wanneer je na een dag in de stad toch nog even de natuur in wil trekken, kan ik dit pareltje zeker aanraden. En het zicht op de Zürichsee van bovenuit is natuurlijk ook nog een extra meerwaarde. De totale wandeling van de parking en terug duurt zo’n 45 min. zonder echt veel hoogteverschil.

Extraatje: voor de sportievelingen onder ons (uhum) kan je daar ook een activiteitenparcours volgen. Hup, hup met de beentjes!

Tips and tricks 72: La bella Italia

Italië, al lang op mijn verlanglijstje maar om één of andere reden nog nooit in het land van pasta, pizza, Fiats en Vespa’s geraakt. Toen we 2,5 jaar geleden naar Zwitserland verhuisden, beseften we plots hoe dicht we eigenlijk bij de Italiaanse grens zouden wonen (al mag je je niet focussen op enkel en alleen de kilometers in vogelvlucht, enkele serieuze bergen tussen Zürich en Italië maken de rit wat complexer).

Natuurlijk was een tripje naar Italië niet het eerste wat we planden toen we net verhuisden. Er was nog zoveel moois en nieuws te ontdekken in Zwitserland. En toen kwam corona. Lombardije, het meest noorderlijke deel van Italië, grenzend aan Zwitserland was bij aanvang van corona een uiterst zwaar getroffen gebied met talloze coronadoden en veel te weinig plaats in de lokale ziekenhuizen. Het was dan ook voor hele lange tijd niet mogelijk of zeer moeilijk om dat stuk van Italië te bezoeken.

Zelfs nu nog moet je op het openbaar vervoer een FFP2 masker dragen (zelfs op een boottochtje in openlucht) en ook al is het niet meer verplicht toch draagt de overgrote meerderheid nog een masker in de supermarkt of bij het binnengaan van een restaurant. De schrik moet er daar zeer goed ingezeten hebben, dat merk je.

Zowel Julia als ik zelf vieren in de maand mei onze verjaardag. En dus zat er een leuk verjaardagstripje aan te komen. De keuze was snel gemaakt en ik ging op zoek naar een leuk plekje met Italiaanse vibes. Ik vond het vakantieappartement ‘La Cascina’ via Booking.com in Carlazzo, gelegen aan het Piano meer (natuurreservaat) tussen het wel gekende Lago Lugano en Lago Como. De ideale uitvalsbasis om mooie dorpjes en stadjes te bezoeken aan de meren.

We zijn op vrijdag rond 16 uur vertrokken vanuit Thalwil en ook al was er dit weekend geen speciaal lang of feestweekend, toch zwelde de file voor de Gotthardtunnel al snel aan. We moesten meer dan een uur aanschuiven om de tunnel te kunnen binnenrijden. Gelukkig waren we vol verlangen en vol goeie moed voor het aankomende weekend. Net voorbij Lugano bereikten we de Italiaanse grens. We moesten niet stoppen aan de grenscontrole maar zagen dat er wel random auto’s werden tegengehouden. Gelukkig konden we vlot doorrijden.

Aangezien we toch wel een hongertje begonnen te krijgen en de langverwachte pizza of pasta al de hele rit door ons hoofd spookte, besloten we niet naar het vakantiehuisje te rijden maar meteen naar Menaggio, gelegen aan het Como meer. Nadat we de wagen in de piepkleine parkeerplaatsjes kwijtraakten, (nu begrijpen we waarom die Italianen met Fiats rondrijden, ik kreeg ook een geweldige flashback naar mijn kindertijd waarin mijn mama met een Fiat Panda rondracete 🙂 ) waren we meteen betoverd door het prachtige Como meer. De avond viel net en dus begonnen de talloze lichtjes aan de overkant van het meer te schitteren. Daar aan die overkant zouden wij de volgende dag ronddwalen, maar nu eerst pizza!

Op het marktpleintje van Menaggio vonden we een gezellig terrasje met zicht op het meer en gezellige lampjes en kaarsjes op tafel. Perfect om onze trip te starten. En naast het restaurant vonden we de eerste echte gelateria waardoor we in het donker op een bankje naast het meer heerlijk genoten van ons ijsje, elkaar en het mooie uitzicht.

Op zaterdagochtend werden we wakker in ons vakantiehuisje met een heel mooie view op het Piano meer en de omliggende bergen. Julia mocht in een woonkamer vol versiering, kaarsjes, toeters en cadeautjes en met de traditionele verjaardagsliederen wakker worden. Er werd gezongen, gedanst, geblazen en uitgepakt. Ik verzorgde een verjaardagsontbijt met pancakes, macarons, aardbeien, vers fruitsap,…

Na al dat gefeest en gezang maakten we ons klaar voor de daguitstap. We reden opnieuw een goeie 10 min. richting Menaggio waar we de auto gratis konden parkeren (parking langs het meer maar iets verder weg uit de dorpskern). We wandelden richting de haven waar we dagtickets kochten voor de ferryboot die je naar verschillende Italiaanse dorpjes aan het Como meer brengt. Een beetje anders dan in Zwitserland, dat wel. Zo spreken de ticketbediendes enkel Italiaans, moet je zelf uitzoeken welke boot waarheen vaart en blijkt dan uiteindelijk die boot toch plots ergens anders heen te varen en is er van stiptheid al zeker geen sprake. Maar we zochten en we vonden en kochten uiteindelijk voor €45 (€15 voor een volwassene, onder de 12 jaar gratis) de ticketjes. Gek om hier plots weer in Euro te denken en te betalen.

De boot bracht ons naar het eerste dorpje, Varenna. Oh la la, wat heb ik mijn hartje daar verloren… Heerlijke Italiaanse en smalle straatjes, mooi geklede Italiaanse dames en heren, talrijke restaurantjes waar je voor een appel en een ei (toch vergeleken met de Zwitserse restaurants) kan genieten van bruschetta pomodori, panini cotto, pasta pesto of pizza Italiano. Zelfs een cocktail mag niet ontbreken en is hier half zo goedkoop als in Zwitserland. We slenterden als echte toeristen met fototoestel in de aanslag door de Italiaanse steegjes en lieten geuren, kleuren, smaken en views aan ons voorbij komen.

Na een luch in Varenna namen we opnieuw de boot richting Belaggio. Belaggio vond ik iets minder charmant dan Varenna maar het feit dat het na de middag heel druk (ongelooflijk veel Amerikaanse toeristen) en heel warm werd, kan aan de basis liggen van mijn bevindingen. De winkeltjes met lokale specialiteiten zorgden voor verfrissing (thank you airco) en plezier.

In de late namiddag besloten we de boot terug te nemen richting Menaggio waar we ’s avonds opnieuw een gezellig plekje zouden zoeken om te dineren (geen stress meer dan om nog een boot te moeten halen). Plots werd echter de warmte zo drukkend dat een zomeronweer boven ons hoofd losbarste. Maar niemand vond het precies erg en de dikke druppels voelden zelfs warm aan. Dat hadden we dan ook weer meegemaakt. In Menaggio aangekomen schuilden we even in een plaatselijke bar terwijl we via tripadvisor een lekker plaatsje zochten om de avond te spenderen. We gingen eten bij ‘La Grolla’ net buiten de dorpskern waar onze wagen geparkeerd stond.

Op zondagochtend konden we nog een keertje genieten van Lago Piano alvorens we ons klaarmaakten om uit te checken en nog een dagje te genieten van de mooie omgeving. Nadat we het vakantiehuisje proper terug verlieten, zetten we koers richting Morcote. Morcote ligt eigenlijk al terug in Zwitserland maar ademt enorm veel Italië en ligt aan Lago Lugano.

In Morcotte maak je de klim richting de prachtige kerk Maria del Sasso. Via een kruisweg kan je de kerk bereiken. Wanneer je na het bezoeken van de kerk en het genieten van de prachtige vergezichten nog even verder klimt, kan je de Swing the world schommel treffen. Er zijn er meerdere in Zwitserland en deze was de derde die we vonden. In Ascona en Locarno swingden we al eerder over kliffen of rotsen 🙂

Na een stevige afdaling bereikten we de promenade langs het meer opnieuw en aten we onze laatste Italiaanse hapjes. Ondertussen was het zoooo warm geworden dat we de dag afsloten in het water (we = onze waterrat Julia). Het mooie einde van een heerlijk verjaardagsweekend dat we opnieuw meenemen in onze rugzak vol herinneringen.

Tips and tricks 71: Weg der Schweiz – Etappe 3: Flüelen – Sisikon

2 weken geleden een lentewandeling langs de Bodensee, vorige week een verse sneeuwwandeling in Raten en vandaag een lentewandeling in kanton Uri. Jup, dat is Zwitserland op z’n best!

Tijdens de herfst (november tot half december) en de lente (begin april tot half mei) kan je niet zomaar eender waar gaan wandelen of skiën of klimmen of… Door de vaak wisselende en veranderende weersomstandigheden in de bergen tijdens die maanden moet je soms wat geduld hebben. In april kan skiën bv. enkel nog in de hoog gelegen skigebieden en wandelen is vaak niet meer mogelijk omdat de kabelliften in onderhoud zijn, de wegen niet sneeuwvrij of zelfs niet bereikbaar zijn. Best altijd goed checken op de websites van je ski- of berggebied voor je vertrekt!

Vandaag dus een ideale herfst- of lentewandeling waarbij je geen kabellift of sneeuwvrije wandelwegen nodig hebt. De ‘Weg der Schweiz’, voor wie ooit al in Zwitserland ging hiken vast en zeker een gekend begrip. Het Zwitserse pad is een speciaal nationaal pad in Centraal-Zwitserland dat in 1991 werd geopend in de kantons Uri en Schwyz. Het maakt een lus rond de Urnersee, de zuidelijke arm van het Vierwoudstrekenmeer. Wikipedia

De ‘Weg der Schweiz’ is in totaal 35 kilometer lang, ingedeeld in 4 etappes en loopt volledig langs de Urnersee (uitloper van het Vierwoudstedenmeer). De 4 etappes zijn verschillend van lengte en moeilijkheidsgraad dus beter vooraf goed bekijken. Je kan de volledige tocht bv. als tweedaagse plannen (totaal geschatte duurtijd 10 uur voor ervaren hikers).

De etappe die wij vandaag wandelden is in totaal een goeie 7 km (geschatte duurtijd zonder stoppen = 2,5 uur) met een hoogteverschil van een 300 meter. Op zich een zeer doenbare wandeling maar hou er rekening mee dat er heel wat trapjes genomen worden om te stijgen en te dalen. Een beetje basis conditie is zeker wel verreist.

Wij reden vanmorgen van Thalwil naar Flüelen (iets minder dan een uur rijden) waar we de wagen aan het trein- en bootstation (en de start van de wandeling) parkeerden. Van daar volg je de wegwijzers 99 of de gele bordjes richting Sisikon.

Het eerste stuk wandel je niet meteen naast het water maar op een wandelpad langs de spoorweg en tussen de huizen. Op zich het minst mooie stuk maar het doet alvast verlangen naar meer. Na een 500 meter neem je de eerste trappen en wandel je door bos, natuur en vooral langs de stralend blauwe Urnersee met aan de overkant de magnifieke bergen (nu nog wit vanboven en groen vanonder).

Voorbeeld van de trappen onderweg die je toch een aantal keer betreedt

Het stuk van Flüelen naar Tellsplatte (met de prachtige Tellskapelle) is zo’n 4,5 km lang. Je komt voorbije de Tellskapelle waar je niet alleen wordt terug geflitst naar de mythe van Willem Tell zelf maar waar je vooral het prachtige kapelletje aan het water kan bewonderen.

Bron: Adobe Stock

Aan de bootstopplaats ‘Tellsplatte’ iets verder op de wandeling is een supermooi plekje ‘Seebleizi am Urnersee’ waar je iets lekkers kan eten of drinken. Het is het stopje waard. 1 van de mooiste terrasjes aan een Zwitsers meer met zicht op de bergen als je het mij vraagt.

Na de stop (mogelijkheid om naar het toilet te gaan ook hier) wandel je nog een 3,5 km verder langs het meer, houten brugjes en trappen in de rotsen naar de eindbestemming Sisikon. Wij vonden dat laatste stukje het mooiste. Af en toe loop je tijdens deze wandeling langs de straat/tunnel waar auto’s voorbij rijden maar op zich stoort dat niet omdat het uitzicht langs de andere kant zo adembenemend is en het echt maar hele korte stukjes zijn.

Wanneer je Sisikon bereikt, kan je nog even genieten van het supermooie uitzicht op het meer waarna je naar het station wandelt (einde van de wandeling) en de trein terug neemt naar Flüelen (let op: 1 trein per uur op xx:43 minuten).

Het dorpje Sisikon in de verte
Eindbestemming Sisikon

Een volgende keer proberen we misschien etappe 4 Sisiskon – Brunnen al zullen we daarvoor misschien nog een beetje moeten oefenen want dat klimmetje is een stukje steiler (8km en 480 meter stijgen). Dit was alvast een heerlijk voorproevertje voor de (berg)wandelingen die er binnenkort weer aan komen.

Tips and tricks 70: Winterwandeling Raten – St. Jost – Raten

Wie had gedacht dat ik op 3 april, na bijna een maand zon, warme temperaturen, verse was die op een halve dag droogde aan het rekje op het terras, de kajak die werd bovengehaald, buiten eten,… nog een tips and tricks zou schrijven over een winterwandeling.

Maar pas op, ik ben op een jaar tijd wijzer geworden. Zo had ik vorig jaar de skijassen en broeken bij het eerste lentezonnetje al gewassen en opgeborgen. Dit jaar ben ik slimmer geweest en staat dat taakje de komende weken nog op mij te wachten.

Maar we hadden het eerlijk gezegd niet meer verwacht. De eerste lager gelegen skigebieden sloten een maandje geleden al de deuren. Op de hoger gelegen gebieden in de nabijheid van Zürich sprak men over doenbare skiomstandigheden tot rond een uur of 2 in de namiddag. Daarna werd de sneeuw nogal papperig.

De voorspelde sneeuw op 1 april bleek geen aprilgrap te zijn. Zelfs in Thalwil (400 meter boven zeeniveau) viel er sneeuw. En in de hoger gelegen gebieden dus echt wel veel sneeuw. Goed voor de Belgische skiërs die net aan hun paasvakantie begonnen zijn. Verse sneeuw ten top!

02/04/2022: verse sneeuw op ons terras in Thalwil

De voorbije week was een woelige week des huizes Coucke-Berteloot. Wat commotie in de school van Gust met vertrekkende leerkrachten en daardoor enkele losgeslagen leerlingen. Pieter die een drukke week voor de boeg had met als kers op de taart een presentatie op woensdag (waar altijd meer tijd in kruipt dan men vermoedt) en als afsluiter op vrijdagavond een avondje spoedgevallen met Julia (we hadden onze vrijdagavond net iets anders voorgesteld ‘lees: een glaasje cava en een lekker hapje’). Een wondje aan het hoornvlies in het oog bleek de boosdoener. Na 5 uur wachten op de gang van een kinderziekenhuis werden we gelukkig om 23 uur ontslagen met antibiotica druppeltjes en een zalfje als oplapmiddel in de handtas.

01/04/2022: Kinderspital Zürich

En dus hadden Pieter en ikzelf vandaag heel erg veel nood aan een frisse neus en laat dat nu echt geen probleem zijn bij deze weersomstandigheden. Omdat de kinderen liever thuis bleven (na een logeeruitje, studeren voor de komende toetsen en wat op krachten komen na het avondje ziekenhuis) gingen Pieter en ikzelf alleen op stap. Liever niet te ver en niet te lang wanneer de kinderen alleen thuis zijn en dus was de keuze vrij snel gemaakt.

We gingen eerder al een paar keer richting Raten ( 30 min. rijden van Thalwil) om daar de Gotschalkenberg (winter)wandeling te maken (zie tips and tricks nr. 59 ) maar nog nooit eerder liepen we de andere kant op richting St. Jost. De wandeling naar St. Jost duurt slechts een 20-tal minuutjes. In St. Jost vind je een kapelletje, een berghutje waar je iets kan drinken en een speeltuin (nu in volle sneeuw niet toegankelijk).

Wij dronken een koffietje in de Bergbeizli (berghutje in St. Jost) die blijkbaar enkel tijdens het weekend geopend is tussen 10 uur en 17 uur. Op 20 minuten zit je midden in de natuur en de stilte. Heerlijk! We waren er iets voor 17 uur en de laatste klanten kwamen net buiten. Zouden we? Durven we? Eerst leek de berghutbaas onvriendelijk of ons niet op te merken maar al gauw kregen we toestemming om nog een koffie te drinken (zijn vrouw bracht ons letterlijk een kop zwarte koffie in het eenvoudigste kopje dat er maar bestaat). Geen koekje, geen melkje, geen onderbordje (mijn overleden schoonmoeder zou hier vast en zeker op gesproken hebben 😉 ) maar een hele fijne babbel met de baas en zijn vrouw. Over het leven in België versus het leven in Zwitserland. Huurprijzen, levenskosten, natuur, mogelijkheden om ‘plat’ te fietsen en de landbouw werden besproken. Toffe mensen, we keren zeker nog eens terug in de lente of de zomer. Dat hebben we hen beloofd.

De terugweg ging net iets vlotter dan de heenweg. Nu daal je namelijk de 20 minuten die je voorheen hebt geklommen. Geen zware klim hoor, zeker niet maar er was duidelijk verschil voelbaar.

Deze wandeling is kort maar heel mooi en ideaal als zondagnamiddag uitstap of als je in de buurt bent of gecombineerd met de Aegerisee of voor bezoekers die graag willen genieten van de natuur maar geen grote wandeling voor ogen hebben of…

Tips and tricks 69: Seewandeling van Wollishofen naar Zürich Bürkliplatz

Een zonnige maar koude winterdag, een gekuist huis, gevouwen was, een volle koelkast en zin in wat me-time waren de ingrediënten voor mijn uitstap van vandaag.

2 jaar wonen we in Thalwil, Zwitserland en vandaag pas deed ik deze ontdekking (thanks hubbymans voor de tip). Trots dat ik het ergens toch zelf uitprobeerde. Ik hou enorm van wandelingen langs het water. En al zeker als er op dat water (en mijn snoet!) een zonnetje schijnt dat een zee of meer doet schitteren als een diamant.

Als kind ben ik heel vaak met mijn ouders naar zee geweest, Nieuwpoort aan de Belgische kust. Later ging ik er met Pieter en wanneer de kinderen geboren werden, kregen ook zij ‘tzèètje’ heel regelmatig te zien. Ik kan enorm genieten van een wandeling op het harde strand, met de voetjes in het water en de zon op mijn snoet. Of een wandeling van Nieuwpoort bad naar Nieuwpoort stad langs de havengeul en dus langs het water vol pareltjes weerkaatsend in de zon.

Maar Thalwil dus… Bij ons in de gemeente Thalwil kan je ook langs het water wandelen alleen staan er soms ook huizen of gebouwen aan de waterkant waardoor je een beetje zigzaggend tussen meer en straat (de Seestrasse, thi) wandelt. Ik probeer regelmatig te gaan wandelen en ken zo al een beetje ‘mijn’ plekjes maar het liefst zou ik kilometers aan één stuk onafgebroken langs het meer kunnen wandelen. Beetje verwend nest, niet 😉

Tot Pieter me gisteren, toen ik tijdens onze middagwandeling langs het meer in Thalwil weer aan het mopperen was dat ik liever dichter bij het water zou wandelen, een tip gaf. ‘Waarom neem je niet de trein naar Wollishofen (een drietal stations verder dan Thalwil richting Zürich of zo’n 10 minuutjes sporen) en volgens mij kan je vanaf daar langs het water tot aan de kop van het meer en zelfs de andere kant wandelen.’

Het zonnetje kon mij niet tegenhouden vanmiddag en toen de kinderen weer naar school vertrokken na de lunch trok ook ik mijn jas aan om richting station te wandelen. We wonen gelukkig slechts 5 min. van het station (wel een serieus klimmetje) en de treinen rijden hier heel frequent. Ik check zelfs maar boven aan het station op de SBB app welke trein ik ga nemen. Die van 13.14 uur of die van 13.21 uur? Sprintje of niet?

In Wollishofen stap je via een ondergrondse tunnel onder de Seestrasse door en kom je meteen aan de waterkant van de straat uit. Ideaal en veilig! Die Zwitsers toch… Ik wandelde een stukje terug langs de Seestrasse richting Thalwil maar dat had een goede reden. Er is een soort loopbrug van enkele honderden meters lang tussen Wollishofen en Enge waar ik stiekem op wilde wandelen. Je kan ook meteen naar het water wandelen als je na de ondergrondse doorgang een 50-tal meter richting Zürich wandelt. Maar ik raad de loopbrug zeker aan, toch bij de start van je wandeling. Bij het terugkeren nam ik de kortste weg terug naar het station.

Je wandelt dus even weg van Zürich (nog heel even langs de Seestrasse) tot aan het GZ (Gemeinschaftszentrum) Wollishofen en daar bereik je in het park de start van de loopbrug. Het heeft wel iets en de brug is verrassend lang. Wanneer je het einde van de brug bereikt hebt, kom je in een ander stuk park met een eilandje in het water waar je een korte rondwandeling kan maken. Gezellig!

Eilandje in het water na de voetgangersbrug

En vanaf dan ben je vertrokken langs de Seepromenade tot in Zürich. Nu genieten van water, bootjes, parkjes, bankjes, wandelaars, honden, spelende kindjes, ijsberen (geen witte wollige maar de menselijke variant, ja zelfs bij deze temperatuur, respect), zwanen, eenden, vogels… Een kleine noot: tijdens mijn wandeling liep ik door strandbad Mythenquai dat tijdens de winter vrij toegankelijk is. Ik denk dat je er in de zomermaanden omheen moet lopen of betalen om het strandbad te mogen betreden. Dat moet ik later nog eens verder uitpluizen. Oh, en ik moet Julia zeker een keertje meenemen naar dat strandbad want er staat een toren met springplanken op verschillende hoogtes

De toren met 3 springplanken

En zo liep ik nog even verder te genieten tot ik aan Zürich Bürkliplatz (of de kop van het meer) kwam. Je zou kunnen terugkeren en dan zal je alles samen zo’n 6 kilometer gewandeld hebben. Een andere optie is het meer verder volgen en aan de overkant langs het water wandelen (ook daar is een prachtige promenade) of je gaat vanaf Bürkliplatz de stad Zürich in. Ik moest nog wat boodschappen doen en dus kuierde ik door de Altstadt richting stadscentrum. Na mijn laatste boodschap was ik eigenlijk zo goed als bij het station maar het prachtige (maar koude) weer riep me toe om de wandeling in omgekeerde richting terug te maken. Heel even heb ik nog getwijfeld om aan Bürkliplatz de boot richting Thalwil te nemen. En dat was goed mogelijk geweest want toen ik checkte, merkte ik dat de laatste boot binnen 10 min. ging vertrekken. Maar ik wou genieten van het wandelen langs het water zoals ik had gedaan op doortocht.

En ja, met een stralende zon op de overkant van het meer werd het wel al iets frisser langs mijn kant maar een dikke sjaal en handschoenen brachten soelaas. In geen tijd bereikte ik het station van Wollishofen opnieuw (deze keer zonder de houten voetgangersbrug).

Deze wandeling ga ik vast en zeker herhalen en ik hoop deze ‘ontdekking’ heel snel met mijn huisgenoten te kunnen delen. Zalig!

Kleine tip of extra noot voor wie met de wagen gaat ipv de trein. Parkeren op de (verborgen) parking in de Forellenstrasse 9 Zürich).

Tips and tricks 68: Eguisheim + Colmar (Elzas,Frankrijk)

Vandaag ga ik geheel gepermitteerd even vreemd. Vreemd als ‘in het buitenland’ bedoel ik natuurlijk.

Toen we naar Zwitserland verhuisden, kregen we via collega’s van Pieter of andere aangemeerde Belgen vaak te horen dat het zo fijn is om naast Zwitserland zelf uiteraard, ook de buurlanden te kunnen bezoeken zonder uren te moeten rijden of vliegen.

Tripjes naar Barcelona, Venetië, Milaan, Noord-Italië, Liechtenstein, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland,… stonden ons dus te wachten. Maar natuurlijk stak het C-beest daar een stokje voor en bleven we braafjes in eigen land.

Nu, eerlijk, tot hiertoe hadden we daar eigenlijk ook niet zoveel behoefte aan omdat we nog wekelijks verrast worden door de prachtige plaatsjes in Zwitserland zelf. Maar dat het een duur land is, is geweten. En zo eens een heerlijk menuutje gaan eten in Frankrijk of Italië begint toch stilletjes aan te lonken.

Maar alle maatregelen veranderen zoals jullie weten net zoals het weer. De voorbije zomer was door Frankrijk rijden zelfs moeilijk voor ons. Niet eens stoppen ofzo, nee gewoon doorkruisen, was een opdracht. Zo moesten we Gust voor vertrek laten testen met een PCR-test. Voor ons was het geen probleem want wij waren gevaccineerd en Julia was onder de 11 jaar dus die kon ook zorgeloos mee maar Gust was dus het ‘moeilijke geval’.

En zo gaat het ook bij vele andere landen. In dit land moet iedereen gevaccineerd of getest worden, in het andere land enkel wij, in nog een ander land moet niemand iets voorleggen en ga zo maar verder.

Maar omdat Frankrijk grenst aan Zwitserland kunnen gevaccineerden (65+ wel verplicht boosterprik) boven de 11 jaar (wat telt voor mezelf, Pieter en Gust) vrij heen en weer rijden.

En zo gebeurde het dat wij dit weekend de grens over reden richting ‘La France’. Op anderhalf uur rijden van Thalwil zijn wij al in l’ Alsace (De Elzas is een streek en bestuurlijk gebied in het uiterste oosten van Frankrijk. Wikipedia) gekend voor zijn wijngaarden, gekleurde vakwerkhuisjes, met bloemen versierde dorpjes…

We besloten de stad Colmar en het dorpje Eguisheim, op zo’n 4 kilometer van Colmar zelf, te bezoeken. Al veel over gehoord en al veel over gelezen en nu gingen we gewoon zelf ontdekken.

Eguisheim is een klein en oud dorpje met ringvormige straten met centraal de kerk en de burcht. Je parkeert je wagen op de parking net voor het autovrije middeleeuws dorpje. Je betaalt €4 voor een parkeerticket (ongeacht hoelang je blijft) en elektrische wagens kan je gratis laden (er waren wel slechts 4 laadplaatsen dus in de zomermaanden misschien wel wat drukker). Er is ook een parking voorzien voor mobilhomes. Duidelijk een vakantietrekpleister!

Eguisheim kan je zeker op een halve dag bezoeken en zelfs combineren met de stad Colmar. Ik waande mezelf een beetje in een Nachtwacht aflevering (voor de mensen met Ketnet fans). Vanaf de ingang van het dorpje kan je een bewegwijzerde route volgen om de mooiste plaatsjes te ontdekken.

Na Eguisheim reden we door richting Colmar waar we de wagen parkeerden in de ondergrondse parking (Parking place Rapp) net aan de rand van de oude binnenstad. Van daaruit volgden we (deels) een bewegwijzerde route doorheen de stad.

Frédéric Auguste Bartholdi of beter gekend als de man die het vrijheidsbeeld heeft ontworpen, is geboren in Colmar (Frédéric Auguste Bartholdi was een Frans beeldhouwer. Zijn belangrijkste werken zijn: het Vrijheidsbeeld in New York, standbeelden in Colmar, Parijs en Union Square in New York. Wikipedia). Door de vergulde plaatjes op de grond te volgen, kom je niet alleen langs zijn geboortehuis maar ook langs de mooiste plaatsjes van Colmar. Vergeet zeker niet ‘Petite Venice’ waar je je in Venetië waant.

En om de dag helemaal goed af te sluiten passeerden wij langs de typische Franse grootwarenhuisketen E. Leclerc om nog wat betaalbaar vlees (opgepast max. 1 kg vlees per inzittende aan de grens) en andere, iets meer gekende, producten (bv garnalen of Franse kazen) in te slaan. Iedereen blij en voldaan en zeker voor herhaling vatbaar!

Tips and tricks 67: Hallwilersee

Wanneer je Zwitserland bezoekt tijdens een familiereis ga je uiteraard voor de grote toppers en prachtige uitzichten. Zo kon ik er direct 2 handjes vol noemen aan vrienden of familie die het land reeds bezochten. Beetje afhankelijk van budget, interesses en fitnessgraad uiteraard.

Maar wanneer je in Zwitserland zelf woont, besef je na 2 jaar (jaja, wij wonen hier sinds deze week 2 jaar) dat je niet elk weekend een zogezegde ‘topper’ kan bezoeken. Mijn lijstje is nog lang niet op maar niet alle bestemmingen liggen binnen het uur à anderhalf uur rijden van Thalwil en voor die verdere trips heb je algauw overnachting nodig. En dat is dan weer zeer prijzig in dit landje.

Zwitserland is toch niet zo groot hoor ik jullie misschien denken maar vergeet niet dat rijden van Basel naar Ticino een beetje ‘heuvelachtiger’ is dan rijden van Verviers naar Zuienkerke 😉 Die mooie en machtige Alpen liggen nu en dan eens in de weg voor een vlotte of snelle reis naar de andere kant van het land.

Maar goed, wat ik jullie eigenlijk wil vertellen, is dat we op het punt gekomen zijn dat we niet meer elk weekend ‘de ontdekking’ van ons leven kunnen doen op doenbare rijdafstand van ons huis. Dus gaan we ook op zoek naar de kleine(re) ‘ooohtjes en aaahtjes’ in Zwitserland. Misschien niet de tripjes die ik meteen aan reizigers zou aanraden maar zeker wel het bezoeken waard voor de expats.

Vorige week keken we even op onze kaart van Zwitserland en zagen we dat we al heel veel meren (grote en kleine, denk maar aan de Wägitalersee ten opzichte van een Vierwaldstättersee natuurlijk) bezochten maar dat er hier en daar toch nog eentje overblijft. Het was een zondag, 2 januari om precies te zijn, de feestdagen zaten nog wat in de kleren en de start van het schooljaar stond de volgende dag geduldig op ons te wachten. Niemand had er veel zin dus besloten we nog een klein tripje te maken. Zo eentje niet te ver weg zodat je ’s avonds geheel voorbereid (lees: boekentassen netjes gemaakt, verse kleren klaargelegd, iedereen proper gedoucht, de ontbijttafel gedekt en de koffie reeds klaargezet) de nieuwe schoolweek kan starten.

En dus werd het de Hallwilersee. (Het Hallwilermeer is een Zwitsers meer op de grens van het kanton Aargau en het kanton Luzern. De oppervlakte van het meer bedraagt ongeveer 10,3 km² en het diepste punt ligt op 47 meter diepte; het meer ligt op een hoogte van 449 m. Wikipedia)

We reden naar Schloss Hallwyl (wat we ook ingaven op de gps) in de gemeente Seengen, kanton Aargau, als vertrekpunt van onze wandeling. Het kasteel is geopend van april tot oktober dus een bezoekje aan het kasteel zelf zat er deze keer niet in. Geen probleem, dan hebben we een reden om nog eens terug te keren en op zich is de trip niet zo ver weg ( zo’n 45 min. rijden vanuit Thalwil).

Voor het kasteel is voldoende parking en van daaruit kan je de wandeling naar het Hallwilermeer meteen starten. Van het kasteel naar het meer wandel je een halve kilometer ongeveer langs een bospad. Na die halve kilometer bereik je de top (of het einde, afhankelijk hoe je het bekijkt) van het meer waar je langs de linkerkant op een mooi wandelpad eindeloos kan wandelen.

Wanneer je 1 kant van de oever volledig ten einde wil wandelen, zal je ongeveer zo’n 9 km gestapt hebben. Uiteraard sta je dan aan de andere kant van het meer en niet aan je wagen. Gelukkig kan je in de meeste dorpjes onderweg de bus terugnemen naar het kasteel (of in de zomermaanden het ferryschip)

Wij wandelden 4,5 km langs de Seeweg tot aan restaurant Delphin waar we onszelf trakteerden op (nooit gedacht dat ik dit zou zeggen) superlekkere Schnipo (Schnitzel mit Pommes). Nadat ons buikje vol was, zochten we de busplaats in de gemeente Meisterschwanden en keerden we lekker lui met de bus terug.

Een heerlijke uitwaai wandeling voor een verloren zaterdag of zondag. We keren zeker nog eens terug in de lente of de zomer want Julia zag enkele zwemplaatsjes (Badi) en het kind wil nu eenmaal in elk Zwitsers meer gedoken hebben. Tijdens de warmere maanden van het jaar vaart de ferry ook uit waardoor je je wandeling ook kan combineren met een boottocht op dit idyllische meer. Nog genoeg te beleven dus!

Tips and tricks 66: Lanternliweg Schwägalp

Tijdens deze kerstvakantie maken we met de familie uit België enkele winteruitstappen.

De meeste uitjes heb ik vooraf uitgekiend en uitgeprobeerd. Zo gingen we vandaag op chocolade beleving in Maestrani’s chocolarium en bezochten we aansluitend het immer charmante dorpje Appenzell.

Op terugweg richting Thalwil maakten we nog een stopje in Schwägalp, aan de voet van de Säntis berg. Van hieruit vertrekt de ‘Lanternliweg’. Deze rondweg is een 2 tal kilometer lang met een lichte steiging en daling. Wij vertrokken rond 17.30 uur bij valavond maar al gauw was het volledig donker en heel mysterieus. De bewegwijzerde rondweg, aangeduid met lantaarntjes, is in het kerstland Zwitserland het neusje van de zalm. Sneeuw, dennenbomen, lantaarns en de reusachtige bergen rondom jou.

We parkeerden op de grote parking nabij de Schwebebahn in Schwägalp en volgden de wegwijzers van de Lanternliweg. En omdat we vonden dat we al snel terug aan de auto stonden en het zo magisch mooi was, maakten we ommekeer en deden we de rondweg gewoon nog eens in de omgekeerde richting.

Toppertje! Oh, en wie wil kan even stoppen voor een glühwein bij de houten chalet helemaal ingericht in winters thema.

De Zwitserse chalet waar je kan opwarmen bij een glühweintje.

Tips and tricks 65: Winterwandeling Ibergeregg

Een Google day off en de start van de vakantie voor de kinderen staan gelijk aan heerlijk genieten (en moederken die weer op zoek gaat naar een mooie winterwandeling).

Uitslapen hebben we, of beter ik, niet gedaan. Julia moest volgens Zwitserse traditie vanmorgen om 6 uur op school zijn. Schulsylvester, of door de straten van Thalwil lopen en veeeeel lawaai maken, hoort hier bij de afsluit van het jaar. 1 voordeel, vanaf 10 uur zijn de schoolkinderen dan wel vrij. Juuhui!

Om 10.30 uur sprongen we, met een omgeklede Julia, in de wagen richting Ibergeregg. Slechts 1 kindje mee vandaag. Aja, onze Sekundarschuler had met een vriend afgesproken om in Zürich naar de nieuwe Spiderman 4DX film te gaan kijken in de Arena’s cinema. Geen oudertjes die brengen of halen maar 2 kerels alleen met de trein richting de grote stad. Ik gun het hem zo heel erg!

De start van de wandeling (zo’n 50 minuten rijden vanuit Thalwil) bereik je met de wagen op 1406m. De klim is goed te doen en de hoofdweg was sneeuwvrij. Ik zou het niet proberen wanneer de sneeuw echt vers valt maar nu was het zeker veilig.

Wij deden de Ibergeregg rundweg van een goeie 4km met een stijging en daling van ongeveer 200m. Je start de wandeling aan de terraskant van restaurant Passhöhe en neemt de gedeelde ski- en wandelweg. Je blijft de roze palen volgen voor de wandelweg. Nu en dan moet je een skipiste oversteken of even delen maar dat viel enorm goed mee.

Je start de wandeling met een stevige daling wat Julia fantastisch vond. We hadden de slee mee en die daling was daarvoor natuurlijk enorm geschikt.

Na de daling stop je bij bergrestaurant Grossenboden (1295m) waar wij na het middaguur even verpoosden op het terras met wat lekkers. De felle zon op onze snoet deed ons naar de zonnecrème grijpen en de skijassen werden al snel opzij gelegd. Ik spotte er zelfs een dame in zomertopje. Geweldig!

Na bergrestaurant Grossenboden start je het klimmen. Pittig maar doenbaar (we deden het heel erg take it easy met sneeuwballengevechten tussendoor inbegrepen). De zwaarste klim gaat tot het knooppunt Müsliegg (1427m). Vanaf daar is het voornamelijk genieten van het prachtige uitzicht.

Tussen knooppunt Müsliegg en restaurant Passhöhe (start van de wandeling) kom je nog 2 berghutten met prachtig terras tegen. Op het laatste stuk kon Julia opnieuw heerlijk glijden.

Tijdens de wandeling kan je genieten van het uitzicht op de Grosse Mythen en de Stoos regio. Hopelijk kunnen we dit pareltje binnenkort nog eens delen met de familie. Zeker een aanrader!