Vanmorgen werden we wakker in complete stilte omgeven door zonovergoten bergen in hotel Ermitage in Kandersteg (waar we de wagen trouwens gratis konden laden = pluspunt). Het ‘speciale’ moederdagontbijt bleek eerder Zwitsers overdreven maar we kunnen niet klagen: vers brood, croissants, Zwitserse Butterzopf, eitjes en spek, verschillende soorten yoghurt, kaas en ander beleg, enkele soortjes confituur, vruchtensappen en een goeie koffiemachine. Perfect voor mij om de dag te starten.
Na het ontbijt pakten we in en checkten we uit. Aangezien we de geplande Oeschinensee de dag ervoor al konden bezichtigen, moesten we nog op zoek naar een nieuwe trip. Adelboden ligt in de buurt en ooit zag ik ergens een blog of website over de ‘Giant swing‘ daar. We ontdekten een tijdje geleden een andere Giant swing in Locarno maar degene in Adelboden leek me echt wawie! Toch kon ik er in het hotel niet veel over terugvinden (lang leve een laptop om trips voor te bereiden). We besloten naar Adelboden te rijden (30 minuten van Kandersteg) en daar even te bekijken wat we konden doen. Adelboden is eigenlijk de vallei naast de vallei van Kandersteg maar je moet eerst naar Fruttigen rijden om van vallei te kunnen wisselen. 🤔
Nog niet alle kabelliftjes zijn geopend vonden we op het internet dus zouden we onze ogen wat openhouden tot we een werkend gondeltje of liftje zouden spotten. En jipie, zo blij als 4 kleine kindjes waren wij toen de Tschentenalplift open bleek. We parkeerden ons op een openbare parking in Adelboden en namen het liftje naar boven. Onderweg vielen de mondjes opnieuw open.
En dit gaan jullie nooit geloven. Bijna boven zag ik opeens de Giant Swing verschijnen. In mijn ooghoeken eerlijk waar traantjes van geluk. Totaal onverwacht en onvoorbereid. Zalig!!! Het was er ook helemaal niet druk waardoor we ons picknickdeken konden openplooien naast de swing en konden genieten van zon, veeeel bergen en deze unieke schommel. Happiness!!!
Mijn dag was geslaagd en om af te sluiten genoten we nog even na op het terras van de plaatselijke berghut bij een pintje en een typische Flammkuchen. Eentje om te delen want op het picknickdeken hadden we al gesmuld van de zelf meegebrachte sandwiches en onze eigen pot choco 😉
Dat het weer een zalig weekend was, moet ik jullie niet vertellen waarschijnlijk? Morgen back to normal. School, Google en de was wachten. Ohja, volgende week Hemelvaart. Hmmm, sounds like planning 😀
Deze trip stond al even op het verlanglijstje en nu weet ik waarom. We bevinden ons dit weekend in Kandersteg in het kanton Bern. De rit naar Kandersteg gaat van Zürich naar kanton Aargau, over Basel tot je kanton Bern binnenrijdt. Het grootste deel van de rit gaat over het vlakste stuk van Zwitserland maar eens we Kandersteg naderden veranderde het landschap in machtige en prachtige bergen. Onderaan het ontluikende groen, bovenaan de besneeuwde bergtoppen. Ik werd er weer stil, of nee, eerder wat hyper van. Hubbylief stopte zelfs op een verlaten parking langs de snelweg om mij wat mooie foto’s te laten nemen. Thanks hubbymans, it means a lot to me.
Na een goeie 2 uur rijden, bereikten we Blausee. Blausee ligt in een afgesloten natuurpark en dus betaal je ingang om het park te bezoeken. Wij kochten een familieticket voor CHF30. De meningen over Blausee zijn verdeeld. Omdat het precies wordt uitgebaat als een pretpark (met parkeerwachters, kassa’s, een scansysteem om binnen te komen,…) oogt het vrij toeristisch maar anderzijds las ik op het web dat het goed is dat het park wordt uitgebaat om zo de controle op toerisme, vervuiling en oa. natuurbeheer te behouden. Ik heb genoten, absoluut. Het heeft me niet gestoord eigenlijk. Deze plek is een Instagram hotspot en de Aziatische jonge meisjes die we vandaag ontmoetten maakten wel 2 uur lang onophoudelijk foto’s. 1,2,3, links… 1,2,3 recht… En klikken maar.
In het natuurgebied bevindt zich ook een hotel, een vakantiehuisje, een 3-tal take away mogelijkheden, een speeltuin, een forelkwekerij en een prachtig sprookjesbos. Ohja, en een gratis boottochtje is inbegrepen in de prijs. Ik had het eerlijk gezegd niet willen missen en persoonlijk vind ik dat je het toch minstens 1 keer moet gezien hebben.
‘Waarom het water zo blauw kleurt?’, hoor ik jullie denken. Er is de wetenschappelijke uitleg en de legende. De legende is net iets romantischer dan de wetenschap. Een koppeltje zou het meer regelmatig bezocht hebben. Tot de jongen kwam te sterven. Elke dag keerde het meisje terug naar ‘hun’ plekje. Haar tranen kleurden het meer blauw. Tot ze uiteindelijk zelf stierf van verdriet (booohoooo, snif, snuiter). De wetenschappelijke versie vertelt dat er zich onder het water bronnen bevinden. Door de mineralen in het water wordt bij lichtinval de rode kleur uit het kleurenpalet onttrokken met dit prachtige resultaat als gevolg (saaaiii).
Het meisje in het meer op haar knieën.
Wij bleven er een goeie 2 uur en namen onze picknick mee van thuis. Leuke en ideale picknick hotspots genoeg daar en zeker in niet toeristische periodes. Geen idee wat ik mij er op topdagen bij moet voorstellen. Maar he, dit pakken ze ons opnieuw niet meer af. Check ✅
Vanaf Blausee was het nog een tiental minuutjes rijden (klimmen) naar Kandersteg zelf waar we voor de nacht een hotelletje reserveerden. We verblijven in hotel Ermitage Kandersteg. Het hotel ligt vlak bij de kabelbaan ‘Kandersteg- Oeschinensee’. Het is een typisch Zwitsers hotel en onze familiekamer biedt naast 1 dubbel bed en 2 stapelbedden niet veel meer luxe. ‘Ah, we doen er alleen maar onze ogen toe.’ besluiten we. Voor chique hotels moet je niet in Zwitserland zijn tenzij je je graag blauw betaalt (haha, van toepassing op ons meer vandaag).
Eigenlijk planden we deel 2 van de dag pas voor morgen maar aangezien we al rond 14.30 uur in het hotel incheckten, besloten we vandaag toch nog de kabellift naar de Oeschinensee te nemen. In het hotel krijg je een reductiekaart van 20% maar met onze halftaxcard krijgen we 50% korting en betalen de kinderen niks.
Een steile klim neemt je mee langs de bergen naar boven. De Oeschinensee zelf zagen we nog niet meteen. We moesten zo’n anderhalve kilometer stappen (vooral dalen) om het betoverende (ook weer blauwe) meer te bereiken. Al waren we een klein beetje teleurgesteld. Het meer was nog steeds bevroren (in de winter kan je een ice walk maken op het meer) waardoor zijn prachtige blauwe kleur niet zo zichtbaar was. Maar niet getreurd, de omliggende bergen en rotsen zijn zo adembenemend dat we het bevroren meer minder erg vonden.
Nadat we wat genoten van het uitzicht op de rotsblokken aan het meer keerden we terug richting kabelbaan. Het laatste ritje vertrekt om 17 uur richting dal en aangezien we in het heengaan vooral daalden, wisten we dat we nog een klimmetje tegoed hadden. Het pintje aan het bergstation met zicht op de bergen smaakte als nooit tevoren.
Terug beneden genoten we nog even in de tuin en op het terras van het hotel voor we ons klaarmaakten voor het avondmaal. Het Zwitsers 3-gangen menutje ging vlotjes binnen en na het avondmaal pikten we nog de ondergaande zon op de bergtoppen mee.
Benieuwd wat de dag morgen brengt? Ik weet alvast hoe hij starten zal: wakker worden met zicht op de bergen en een moederdagontbijt aangeboden door het hotel. ‘Morgen is het een beetje anders dan anders mevrouw. Dan serveren we ons moederdagontbijt.’ Woehoe!!! Mijn dag kan nu al niet meer stuk. Aan alle meelezende moederkes jong of oud (en dan vooral mijn eigen moederke natuurlijk)… Happy mother’s day!
Maandag 3 mei was het zover. Tiny in de bergen, herself, werd 41 jaar. Vorig jaar 40 in volle lockdown verzacht door de liefde en kleine attenties van mijn lieve huisgenoten. Dit jaar 41 en nog steeds ver verwijderd van familie en vrienden. Ik droomde stiekem al enkele weken van een lekkere taart in één of andere Vlaamse tuin overgoten door volop Vlaamse gesprekken en getater. Maar het mocht niet zijn. 7 dagen quarantaine + 2 testen bij het reizen naar België en op de koop toe 10 dagen quarantaine bij het terugkeren naar Zwitserland. Nope, daar gaan we niet aan beginnen. Nog even geduld dan maar zeker?
Maar ik mag niet klagen. Mijn Couckemannetjes waren al vroeg uit de veren en dat op zich is al heel speciaal. Pieter stond om 7.20 uur bij de bakker om dan vast te stellen dat die pas om 7.30 uur open ging. Ik heb het mogen horen 🙂
Ik werd verwend met een overheerlijk ontbijt en een erg praktisch geschenk. De mooie foto’s op social media en mijn blog werden tot hiertoe steeds gemaakt met de Google Pixel 4 camera op Pieters smartphone die hij via het werk verkreeg maar met trots kan ik vanaf nu vermelden dat ik zelf de trotse bezitter ben van zo’n Pixel 4a camera/smartphone. Niet enkel een cadeau voor mezelf maar Pieter is stiekem blij dat hij eindelijk tijdens de wandelingen en uitstappen zijn eigen GSM terug heeft.
Maar de Pilatus dus. Huisberg van Luzern, waar ik al eerder mijn hart verloor. (Pilatus is een berg met een hoogte van 2137 meter boven zeeniveau in centraal Zwitserland en is gelegen aan het Vierwoudstrekenmeer in de buurt van de stad Luzern. De berg is een geliefde bestemming voor toeristen. Het hoogste punt wordt de Tomlishorn genoemd. Wikipedia) De Pilatus valt een beetje in de categorie van de toeristische Jungfrau berg die we het voorbije coronajaar ook al konden bezoeken zonder overvolle bussen of treinen toeristen voor ons. Het leek ons slim om de Pilatus, die na corona waarschijnlijk ook weer overspoeld zal worden, nu nog mee te pikken. En we hadden geluk. We waren er bijna alleen. Deze week is er nog voorjaarsvakantie in kanton Zürich maar in de meeste andere kantons is de vakantie al voorbij. Dat in combinatie met een voorspelde zonnige dag leek ons het ideale recept voor een bezoekje aan ‘Mount Pilatus’.
We reden met de wagen een klein uurtje naar Kriens, naar het startpunt van de kabelbaan (Schlossweg 1, 6010 Kriens). Daar parkeerden we de wagen op de voorziene parking waarvoor je CHF5 per dag betaalt. We kochten met onze Halfcard en Junior cards 4 ticketjes naar het bovenste bereikbare puntje van de Pilatus, nl. Pilatus Kulm. De kinderen reizen gratis en wij betaalden CHF36 per persoon. De gondellift neemt je mee van Kriens naar Krienseregg waar we bleven zitten. Van daar met de gondellift door naar Fräkmüntegg. In Fräkmüntegg moesten we overstappen op de grote gondellift die om de 15 minuten vertrekt richting het hoogste punt, Pilatus Kulm 2132m.
Op het kaartje hierboven zie je beide mogelijkheden om de top van de pilatus te bereiken. Voor de toeristen wordt de ‘Goldene Rundfahrt’ aangeboden. Op die manier maken toeristen gebruik van gondelliften, een kabelspoortrein, de boot op het Vierwaldstedenmeer of de combinatie van trein en bus. Wij kozen voor een heen- en terugticket Kriens – Pilatus Kulm.
Eigenlijk planden we vanuit Pilatus Kulm een kleine wandeling naar het allerhoogste topje van de Pilatus berg, nl. Tomlishorn. De korte wandeling die wij planden, maar wegens nog teveel sneeuw niet mogelijk was, vind je hier: https://swissfamilyfun.com/pilatus-tomlishorn/
In Kriens vertrokken we met een kleine 20 graden en bij Pilatus Kulm zakte de temperatuur tot een luttele 2 graden. Gelukkig hadden we winterjassen (die vorige week netjes gewassen en opgeborgen werden grrr), mutsen en handschoenen bij. In het bezoekerscentrum van Pilatus Kulm zijn er voor de kinderen enkele leuke belevenissen en activiteiten rond de drakenlegende en kan je klimmen naar een uitzichtspunt van waar je normaal een prachtig zicht hebt op het Vierwaldstedenmeer maar uiteraard ook de hoogste bergen van Zwitserland kan spotten. We hadden pech want 1 vervelende wolk bleef koppig rondom ons zweven. We hoopten en probeerden zelfs eventjes hard te blazen maar tevergeefs.
En eigenlijk heel bizar maar toen we van Pilatus Kulm de gondellift terug namen naar Fräkmüntegg duurde het geen minuut tot we uit de wolken waren en het meer zagen schitteren.
Foto’s tijdens het dalen van Pilatus Kulm naar Fräkmüntegg.
In Fräkmüntegg moesten we sowieso uitstappen om het kleine gondelliftje terug naar Krienseregg of zelfs Kriens terug te nemen maar we besloten toch nog even daar te blijven om te genieten van het uitzicht en een koffietje op het terras van het plaatselijke restaurant. We ontdekten dat er in Fräkmüntegg voor kinderen veel te beleven valt. Er is een rodelbaan (die nu nog gesloten was), een touwenparcours (gratis) een klimparcours (CHF21 voor 3 uur) en de dragon glider (CHF6 voor een ritje).
Gust en Julia probeerden het gratis touwenparcours uit en genoten van een ritje op de Dragon glider. In deze coronatijden toch fijn dat ze naast alle wandelingen ook eens van zo’n activiteiten kunnen genieten. Het blijven kinderen, niet?
Na de hippe activiteiten in Fräkmüntegg zakten we wat verder richting Krienseregg waar Julia in het heengaan al een leuke speeltuin had ontdekt vanuit het gondelliftje. Ook daar maakten we een stopje en terwijl Pieter en ik nog even konden nagenieten, in het zonnetje met een lekker biertje, speelden Gust en Julia op de speeltuin. Zalig zo even dat momentje onder ons tweetjes.
Voldaan en blij dat we de Pilatus in deze kalme, niet-toeristische periode konden bezoeken, keerden we terug richting Thalwil waar nog een heerlijk birthday kaasfonduetje op me stond te wachten. Ik heb genoten en vond de 41 precies iets minder pijnlijker dan de 40. En dat stukje taart in één of ander Vlaamse tuin zal ik tegoed houden. Het (West) Vlaamse getetter ook.
Schrijven helpt… dus dan doe ik dat maar. Want dat het nodig is, is heel duidelijk. De mascara is serieus uitgelopen deze namiddag en een pleistertje met eenhoorns zal deze keer jammergenoeg niet volstaan.
Waar begin ik? Eind januari vroeg de mama van een Zwitsers vriendje van Gust of hij geen zin had om mee te gaan op omnisport kampje. Haar zoon zou deze Frühlingsferien (de komende 2 weken hebben de kinderen hier lentevakantie) en tijdens de zomer een kampje volgen bij Milandia. Ik twijfelde. De zomer was geen optie. Nog te ver weg en ik wou de kans om naar België te gaan of hier mensen te kunnen ontvangen niet mislopen tijdens de ‘slechts’ 5 weken durende zomervakantie. Maar misschien was de lentevakantie wel een optie. De tweede week zou Pieter een weekje verlof nemen dus week 1 werd de kampweek.
Ik vulde braafjes in het Duits het online inschrijfformulier in en stuurde de bevestigingsmail ter controle nog eens naar de mama. Alles geregeld en gedaan. Zowel Gust en Julia zouden tijdens week 1 op kamp gaan. Mijn weke moederhartje twijfelde wel of ik hier goed aan deed: Ik heb eigenlijk geen opvang nodig, het kampje is Zwitsers geprijsd, de kinderen gaan dagelijks 40 minuten zelf met de trein (een begeleider pikt hen op in de trein) richting kampplaats,… Maar dan heb je stoere en sterke maximan die de gemoederen bedaart en er van overtuigd is dat Gust de week van zijn leven zal beleven samen met de vriend en Julia opnieuw zoveel grenzen zal verleggen door nieuwe vriendjes te maken.
We betaalden netjes het inschrijvingsgeld en ik las de toegestuurde infobrochure helemaal na. Vandaag besloot ik de mama van het vriendje nog even te Whatsappen om concreet af te spreken voor maandag. I know… Miss ‘van plannen is nog niemand doodgegaan’.
Maar toen ik het berichtje van de mama terug kreeg schoof de aarde toch even onder mijn voeten weg. Of nee, pak het hele universum anders. De mama schreef doodleuk dat ze 3 weken geleden het omnisport kampje een weekje verschoof. Ze had 2 weken opvang nodig en tijdens week 1 was er plaats vrijgekomen in het tafeltenniskampje. Dus efkes vlot geswitcht. Ohja, ik kreeg er nog even bij vermeld dat ze helemaal in haar gedachten had dat de jongens in de zomer samen zouden gaan en niet in de voorjaarsvakantie. En dat was het dan. Ze stelde nog even voor om in mijn plaats in het Duits te bellen of ik eventueel ook nog de andere week kon nemen. Euh merci, Pieter kan de 100 ingeplande online meetings niet zomaar even van week verschuiven. Misschien een klein technisch detail.
Ik heb gehuild, geroepen, tegen de muur geklopt… Ik was en ik ben kwaad. Kwaad maar vooral teleurgesteld. Ken je dat gevoel wanneer iemand met z’n voet een sigaret uitduwt op je hart. Wel, zoiets ongeveer.
Gelukkig nemen Gust en Julia het nog fijn op. Julia wil echt gaan en Gust zei (hij is nooit een kampjesfan geweest): ‘Ik had al niet veel zin en nu heb ik nog minder zin maar kzal wel gaan.’ Knap van hen, echt waar.
En toch doet het nog zeer. En na een gesprek met een good ‘old’ Vlaams vriendinnetje (zo eentje van die soort waar je wel op kan rekenen) besefte ik waarom het uren later nog zoveel pijn deed. De mama van dat vriendje is mijn bijna enige sociale contact hier. De persoon waaraan ik iets kon vragen tot hier toe. Kleine dingen: de naam van een goeie oogarts of een toffe kinderbrillenwinkel in town, de Duitse naam voor ‘aangetekende zending’, waar je goeie mayonaise kan vinden (blijft ter discussie ;-)),…
Deze teleurstelling zit dus dieper. Ik dacht op iemand te kunnen rekenen hier en met 1 WhatsApp viel deze ‘droom’ aan dingelen. Ploep, ballonnetje doorprikt.
Voor de mama slechts een ‘Oeps, misverstand!’ maar voor mij een kras op het hart. En er zitten er nog, meer dan eentje.
We gaan maar duimen dat het straks een onvergetelijke week mag worden voor mijn kanjers en dat ze goed voor elkaar zorgen (ben ik eigenlijk zeker van) maar het zal toch met een klein hartje zijn hier. En je zou Miss plan niet zijn als het lijstje voor volgende week niet al opgesteld is: ruiten kuisen, skikleren wassen en opbergen, de auto vanbinnen schoonmaken, de berging opruimen,…
We hebben de vakantie vanavond toch een beetje gezellig ingezet met een traditioneel Zwitsers racletje nadat ook Julia vanavond met geschaafde knieën thuiskwam. Opnieuw gevallen met de step onderweg naar huis: ‘Ik wou de vakantie invliegen mama maar ik vloog plots iets te snel.’ Ah, die knietjes genezen wel, vlugger dan je denkt.
We sliepen goed in Hotel des Voyageurs in Lausanne en na een verkwikkende douche verschenen we alle 4 fris en monter (de één al wat meer dan de ander) aan het ontbijtbuffet.
We hadden geluk, we waren de eersten dus alles was nog lekker onaangeroerd en de uiterst vriendelijke dame die het buffet constant aanvulde was blij om volk in haar ontbijtruimte te mogen ontvangen. We sloegen een Frans praatje met haar aangezien Lausanne zich in het Franssprekend deel van Zwitserland bevind. Ik was verwonderd dat het me na meer dan 1 jaar Duits praten toch nog steeds beter afgaat om een gesprek in het Frans te voeren. Ik denk dat mijn leerkracht Frans van het 6de middelbaar bijzonder verwonderd zou kijken als ze dit zou lezen. In Humbeek hadden we een Franstalige poetsvrouw. Néné, oh wat mis ik haar. Niet voor het poetsen op zich maar wat was dat een warme vrouw. Elke woensdag sloegen we een praatje voor ik haar naar huis bracht met de wagen. En mijn Frans werd er week na week beter op. De flaters zullen we hier maar niet opnoemen hé Pieter 😉
Na het ontbijt maakten we ons valiesje, checkten we uit en wandelden we terug naar Parking du Centre waar we tijdens de nacht de auto gratis konden laden. Rond 10.30 uur reden we met een volgeladen wagen richting Montreux (Montreux is een stad in het kanton Vaud in Zwitserland en maakt sinds 1 januari 2008 deel uit van het district Riviera-Pays-d’Enhaut. Voor 2008 maakte de gemeente deel uit van het toenmalige district Vevey. Het ligt aan het meer van Genève en heeft 25.440 inwoners. Wikipedia)
Van Lausanne naar Montreux rijd je ongeveer een halfuurtje. Rond 11 uur parkeerden wij de auto in één van de ondergrondse garages langs de Grand Rue in Montreux. Van daaruit kan je de hoofdweg oversteken en kan je meteen de prachtige wandeling starten langs de ‘Seeufer’. Ik voelde me precies op vakantie. Een wandelpromenade, wat marktkraampjes, leuke kunstobjecten langs de kaai… maar vooral de bloemenpracht. Kilometers lang wordt de wandelpromenade van het meer gescheiden door een kleurenpracht. Allerlei soorten, vormen en kleuren bloemen die ik nog nooit eerder zag. We hebben oma Bibo meermaals genoemd. Want oma Bibo hield van bloemen, maar niet van paarse bloemen. Ze zou haar ogen uitgekeken hebben. En dan voel je opeens die drang om haar op te bellen en haar en opa bibo honderduit te vertellen over deze uitstap. Zoals afgesproken maken we een hartje met onze handen en vertellen we het hen op deze manier. Opa en oma Bibo zijn vorige week trouwens respectievelijk 9 en 4 jaar geleden overleden. Mooier konden de bloemen in Montreux niet zijn, speciaal voor hen.
We bleven langs de promenade wandelen tot we Chateau de Chillon bereikten (ongeveer 6 kilometer wandelen van Montreux naar Chateau de Chillon). Het middeleeuws kasteel dat precies half in het water staat had ik al vaker op brochures of foto’s van Zwitserland zien verschijnen. Ik wou er zeker ooit eens naartoe. Et voila, we waren er. Een familieticket kost CHF 35 en je mag er zolang vertoeven als je wil. Je kan een bewegwijzerde route volgen zodat je zeker alle verborgen kamers en gangen van het kasteel kan bezichtigen. Het kasteel is vrij groot en zeer goed bewaard gebleven. Wij waren er net iets minder dan 2 uur. Wie zeker wil zijn, kan vooraf tickets online bestellen.
Na het bezoek namen wij recht tegenover het kasteel de bus die ons in een goeie 10 minuten terug naar het centrum van Montreux bracht. We besloten opnieuw richting Thalwil te keren na een heel fijn en verrassend weekend.
Naast Knabenschiessen (Knabenschiessen is een traditionele schietwedstrijd in Zürich, die elk jaar in het tweede weekend van september wordt gehouden. Het festival, voor het eerst officieel gehouden in 1889, is een van de oudste in Zwitserland en dateert uit de 17e eeuw. Wikipedia) houden ze er hier in kanton Zürich nog een andere feestdag op na nl. Sechseläuten (De Sechseläuten is een traditionele lentevakantie in de Zwitserse stad Zürich, gevierd in zijn huidige vorm, meestal op de 3e maandag van april, sinds het begin van de 20e eeuw. Wikipedia)
Knabenschiessen
Sechseläuten
Terwijl ze tijdens de eerste feestdag dus niet met jongetjes schieten maar jongetjes laten schieten, wordt er tijdens de tweede feestdag een soort ontvlambare sneeuwpop in brand gestoken. Volgens de legende is het zomerweer afhankelijk van hoelang het duurt voor de Böög (sneeuwpop) ontploft.
Böögg
Natuurlijk kunnen of konden beide feesten door Covid niet echt doorgaan maar gelukkig hebben de schoolgaande kinderen en de meeste werknemers uit kanton Zürich toch een halve of volledige dag vrijaf. Gust en Julia moeten dus maandag 19 april niet naar school en Pieter krijgt een halve dag vrij. Jullie kunnen het al raden, ik moest niet lang nadenken toen ik de rode stip in onze agenda zag blinken. Een weekendje weg misschien? YOLO, (aan de generatie 60+: You Only Live Once, want ik zag ons moederke haar wenkbrauwen al fronsen) dus waarom niet?
Ik bekeek onze landkaart van Zwitserland en bedacht dat we de lege plaatsjes op de kaart misschien maar eens moeten opvullen. In Kanton Uri, Solothurn, Neuchâtel en Genève zijn we nog niet geweest en de kantons Walais en Vaud bezochten we nog maar voor een klein stukje. Dus nog uitstapjes genoeg op de planning.
Het meer van Genève, daar waren we nog niet geweest (Het Meer van Genève, Frans: Lac Léman of Lac de Genève, Arpitaans: Lèman, is een groot meer op de grens tussen Zwitserland in het noorden en Frankrijk in het zuiden. Het heeft een oppervlakte van 584 km² en is maximaal 310 m diep. Wikipedia) Vanuit Zürich toch een goed 2,5 uur rijden dus voor een daguitstap minder geschikt. Via een bevriend Belgisch koppel hier kreeg ik de tip om de stad Lausanne zeker eens te bezoeken. Ok, het begon te kriebelen en het weekendje weg begon stilletjes aan vorm te krijgen.
Links onder zie je het meer van Genève en de steden Lausanne, Montreux, en Genève. Ook Chateau de Chillon (tips and tricks 46) kan je op dit kaartje terugvinden.
Als uitvalsbasis koos ik de stad Lausanne (Lausanne, de hoofdstad van het Zwitserse kanton Vaud, ligt in het Franstalige deel van Zwitserland, aan het Meer van Genève. Het is de vierde grootste stad van Zwitserland. De stad ligt op 495 m hoogte, in een wijnstreek, en herbergt een van de mooiste gotische kerken van Zwitserland. Wikipedia.) Op zaterdagochtend vertrokken we al om 7.30 uur vanuit Thalwil. Ons ontbijtje, de avond voordien klaargemaakt door Gust en Julia, verorberden we onderweg in de auto. Om precies 10 uur stonden we geparkeerd in de ondergrondse parkeergarage aan het station van Lausanne. Van daaruit vertrok de stadswandeling die ik online terugvond. De wandeling van een 3-tal kilometer brengt je langs de mooiste bezienswaardigheden van het oude stadsgedeelte. Opgelet, kuiten vooraf beter insmeren want er wordt in Lausanne nogal geklommen. En alsof het klimmen alleen nog niet genoeg was, besloten we ook nog eens de toren van de prachtige kathedraal Notre-Dame te beklimmen. Mijn quadriceps hebben het geweten! Dan denk je dat je ondertussen al wat getraind bent, uhu!
De kathedraal is niet alleen mooi maar het beklimmen van de toren zorgt voor een prachtig zicht op de 2 stadsdelen van Lausanne. Helemaal onderaan vind je de wijk Ouchy aan het meer zelf. Iets hoger gelegen ligt het oude stadsgedeelte of de wijk Le Flon. Beide stadsdelen zijn verbonden door een metro waardoor je als bewoner je quadriceps niet dagelijks hoeft te trainen of te pijnigen. De stadswandeling hierboven beschreven gaat alleen door Le Flon. Toen we rond 14 uur incheckten in Hotel des Voyageurs, in het hart van de stad, mochten we van de dame aan de balie nog een stadsplannetje ontvangen. Op dat plannetje stonden 2 routes. De rode route gaat ook door het oude stadsgedeelte en is gelijkaardig aan de route die wij volgden en de gele route laat je op een aangename manier wandelen van Le Flon naar Ouchy of het meer dus.
Stadsplan met de rode (city) en gele (lake) route
We waren blij om in de namiddag het rustiger deel van Lausanne te kunnen opzoeken. In het oude stadscentrum werd het behoorlijk druk aangezien ook de bekende winkelketens zich in dat stuk van de stad bevinden. Blij dat we de stadswandeling in de voormiddag of kort na de middag konden doen. We wandelden via de gele route naar beneden en hielden een lange pauze aan een groot speelplein in stadspark ‘Place de Milan’. Steden bezoeken is voor kinderen niet altijd een topattractie al kunnen we eigenlijk niet echt klagen maar toen Julia het speelplein zag, begonnen de oogjes toch wel te blinken. Pieter en ikzelf waren eerlijk gezegd ook blij om even de benen en onderrug wat rust te bezorgen. Dus iedereen weer tevreden.
Na nog een kilometer of 2 dalen, bereikten we eindelijk het meer van Genève. De bergketen aan de overkant aan de Franse grens verstopte zich jammergenoeg wat achter een mist. Maar de rust overviel ons en met ons 4 genoten we van een wandeling langs de Quai de Belgique (toevallig he) met het zonnetje op onze snoet. Een ijsje mocht hier niet ontbreken. Tip: de lekkerste ijs ever eet je nabij het haventje bij Glaces Veneta. Ongelooflijk hoeveel nieuwe en traditionele smaken ze te bieden hebben. Aan de rij wachtenden te zien, wisten we al dat we geen verkeerde keuze gemaakt hadden. De caramel salé of chocolat salé, latte macchiato en meringue double crème kunnen wij alvast aanraden.
Behoorlijk moe maar heel tevreden namen we de metro terug richting het oude stadsgedeelte waar ons hotel zich bevond. We fristen ons even op en installeerden onze pyjama onder ons hoofdkussen 😉 Voor de zon zou ondergaan wilden we onze avondactiviteit nog bereiken. En hier hadden we echt naar uitgekeken. Die avond zouden we frietjes eten bij een Belgische friturist ‘Belga‘. Belga werd opgericht door 2 Waalse vrienden die in 2016 in Zwitserland terecht kwamen. Frikandel, bitterballen, kipcorn, een kaas- of garnaalkroketje… mmmm, het water kwam ons al in de mond bij het bekijken van de website. En of ze smaakten! We vonden gelukkig een bankje met tafeltje in het park net boven de frituur (aan een universiteit of hoge school vermoeden we). Want door Covid was het nog steeds niet mogelijk om de frietjes ergens gezellig binnen te kunnen eten. Maar dit pakken ze ons niet meer af: Belgische frietjes smikkelen met zicht op de Notre-Dame kathedraal en het meer van Genève tijdens een ondergaande avondzon. Zeg nu zelf… het beste uit 2 werelden!
Met meer dan 20 000 stappen op onze teller vielen we die avond behoorlijk snel in slaap.
Nog een kleine tip: bij het hotel kregen we 2 voordelen. Enerzijds een halve prijs kaart voor parking du Centre. Daar konden we de auto tijdens de nacht ook gratis laden aan de Tesla Destination Charger. Het hotel ligt midden in het centrum waardoor je 500 meter verder moet parkeren in een openbare parking. Als je maar 1 of 2 nachtjes blijft, is dat qua bagage geen probleem normaal. Het 2de voordeel was een soort Traveller Pass waarmee we gratis de tram of bus konden nemen in Lausanne en bij het bezoeken van de meeste musea (als ook de kathedraal) korting kregen. Mooi meegenomen dus.
De Bodensee, daar waren we in de zomer van 2019 al op doorreis naar Oostenrijk. We logeerden toen 2 nachten in Friedrichshafen en bezochten Konstanz, Mainou, Lindau en Friedrichshafen zelf. De Bodensee grenst aan 3 landen: Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Deze keer bevonden we ons aan de overkant van Friedrichshafen, nl. Romanshorn. Vanuit Romanshorn kan je de overzetboot (met auto) naar Friedrichshafen (of omgekeerd) nemen. Dat willen we zeker nog een keertje doen wanneer alle grenzen weer normaal geopend zijn.
Het vertrekpunt van de wandeling is het station van Romanshorn waar je verschillende parkeermogelijkheden vindt. Direct aan het station grenst de haven van Romanshorn van waar de tocht effectief start.
Je wandelt langs het haventje en de Bodensee tot je aan het Seebad komt en niet meer verder kan langs het water. Daarna wandel je een stukje langs een betonnen pad met aan de ene kant de spoorweg en de andere kant de charmante huisjes die uitkijken op de Bodensee. Niks leuker dan even binnenpiepen in de tuinen van deze villa’s (gewoon gezonde interesse noem ik dat hoor).
In Uttwil kan je terug rechts afslaan en verder wandelen langs de Bodensee. Eerlijk, ik voelde me precies op een Caraïbisch eiland. Blauwe lucht, helblauw water, strandjes en uberschattige vissershuisjes. Sorry, ik kon het niet laten en fotografeerde ze bijna allemaal.
Onderweg kom je hier en daar wat take away kraampjes tegen en zelfs een camping waar je je innerlijke zelve even kan verrijken. Tijdens de zomer kan je ook stoppen bij het Seebad van Romanshorn dat volgens de kinderen absoluut een bezoekje waard lijkt.
Wij stapten een 8-tal kilometer tot in Kesswil. Daar namen we de trein (5 min. verwijderd van het wandelpad) terug naar Romanshorn waar onze auto geparkeerd stond. Even wel een kleine noot bij het nemen van die trein. De trein stopt niet automatisch in het station van Kesswil en dus moet je op de stopknop in het station drukken. Dat hadden wij net iets te laat door en dus zoefde de eerste trein netjes aan onze neus voorbij. Ook op de trein moet je op de stopknop drukken (een beetje zoals in een bus of tram) wanneer je bij het volgende station de trein wil verlaten. We vermoeden dat dit niet nodig is in het hoofdstation Romanshorn maar voor de zekerheid drukten we toch maar. Iets van een ezel…
De eigenlijke wandeling liep nog verder tot in Altnau (1 van de 15 etappes van de Thurgauer Rundwanderweg) maar uiteindelijk kies je zelf tot waar je wil stappen natuurlijk. Romanshorn – Altnau is 12 kilometer lang en opnieuw kan je dan vanuit het station van Altnau de trein terug nemen. Of wie een kortere wandeling wil (bv met kleinere kinderen) kan reeds in Uttwil stoppen of te voet terugkeren. Dat is eigenlijk het fijne aan dit wandelpad. Ofwel wandel je een lang stuk en keer je terug met de trein of je wandelt een korter stuk en keert langs hetzelfde pad gewoon terug. Onderweg kom je ook een 2-tal speelpleintjes tegen wat misschien fijn is voor het jonge volkje.
Zeker nog veel mogelijkheden hier. Zo willen we heel graag nog 1 of meerdere etapes van de Thurgauer Rundwanderweg uitproberen of misschien de Apfelweg in Altnau. Een andere optie is het huren van fietsen aan het station van Romanshorn en langs de Bodensee (heerlijk plat) fietsen. Voor mensen die graag kamperen met tent, mobilhome of liever een stacaravan huren zijn er zeker ook verschillende mogelijkheden. Campingplatz Buchen kwamen wij onderweg tegen. Het pad waar wij wandelden is deels ook een rolschaatspad dus ideaal voor de wieltjesmensen onder ons.
Best dat wij onlangs besloten om nog wat langer in die Schweiz te blijven want ik voel het al, we hebben het hier zeker nog niet allemaal gezien.
De ideale manier om de mooiste straatjes, steegjes, kerken, shops en plaatsjes in Zürich city te ontdekken. Aan alle chocoladeverslaafde vriendjes of vriendinnetjes van mij (en ik weet dat het er veel zijn, ohja), be my guest tijdens je volgende bezoekje. Ik zal je met veel plezier en enthousiasme rondleiden.
De ingenomen calorietjes werk je netjes terug af want tijdens deze citytrip wandel je toch wel een goeie 5 kilometer.
Wij namen van thuis een blikken voorraaddoos mee (thank you Jules Destroopere en moederke lief om de voorraad Belgische ‘lukken’ hierheen te brengen) om de winkels kosten en energie voor het inpakwerk te besparen. Gust en Julia kregen als opdracht om alle chocoladewinkels te zoeken en mochten in elke winkel 1 praline uitkiezen. We merkten dat de meeste winkels geen problemen hebben met het kopen van slechts 2 pralines alleen is het tijdens coronatijden soms wat vervelend als je maar met 4 de winkel mag betreden en er buiten een naar chocolade smachtende rij staat aan te schuiven.
Het idee van deze trip heb ik niet zelf bedacht. Je hoeft het warme water niet steeds opnieuw te willen uitvinden denk ik dan bij mezelf. Tania, de number one blogster hier in Zwitserland en mijn grootste inspiratiebron had deze trip al uitgeschreven op haar blog (in het Engels wel).
Wij zijn onze chocoladetoer gestart nabij Zürich Hauptbahnhof. Al heel snel bereik je Bäckerei Confiserie Bachmann in de Bahnhofstrasse (hoofdwinkelstraat van Zürich). Bachmann is een bakkerij uit Luzern vooral gekend om zijn broodjes en taartjes. In Zürich deelt de winkel zijn gebouw met chocolatier Lindt. De winkel is een bezoekje waard door zijn chocoladetrap en chocolademuur. Wat je zeker moet uitproberen zijn de pralines gepresenteerd op gouden vleugeltjes. Volgens Julia ‘veeeeeeel te lekker’!
2a. De tweede stop die we maakten bevindt zich iets verder in de winkelstraat, al moet je even een klein insprongetje maken. Globus, een department store om U tegen te zeggen. Sowieso het bezoeken waard en dan vooral de benedenverdieping met lekkere en verrassende specialiteiten. Een foodlover komt hier absoluut aan zijn trekken. En uiteraard tref je er ook de chocoladeafdeling aan. Losse pralines vind je niet meteen terug maar hier gingen we voor de verpakte pralines van Venchi, het Italiaanse chocolademerk sinds 1878. Grote en aantrekkelijke glazen bokalen gevuld met heerlijke, fijne Italiaanse chocolade. Mmmmmm. Ik voelde me een beetje een kleuter in een snoepwinkel.
2b. De derde stop die we maakten bevindt zich nog wat verder in de Bahnhofstrasse (eigenlijk de Seidengasse) en is een beetje een gelijkaardig verhaal als Globus. Jelmoli is ook een fancy department store waar je zeker eens moet passeren en opnieuw tref je op de benedenverdieping de food afdeling. Hier hebben we niks gekocht maar komen we heel graag eens lekker rondneuzen. Vergeet zeker ook niet eens binnen te gluren in het authentieke kaaswinkeltje op de benedenverdieping. Opnieuw… foodlovers, ga uw gang.
3. Iets voorbij Jelmoli maakt de winkelstraat een soort splitsing. In de Rennweg vind je confiserie en tea-room Honold. Honold is blijkbaar bekend om zijn Shoggi tram die jaarlijks eind oktober voor een week of 2 de Zürichse tramsporen onveilig maakt. Tijdens een tochtje met de tram ontdek je niet alleen mooie plaatsjes maar kan je ook genieten van hun bekende warme chocolademelk vergezeld van lekkere pralines. Zelf konden wij dit nog niet uitproberen door Covid maar misschien een vinkje voor op onze to do. Ik ken er 2 die geen neen zullen zeggen.
4. Door de smalle straatjes van Zürich slenterden we verder richting Vanini Swiss Chocolate 1871 in de Kuttelgasse. Nu en dan was het wat zoeken naar de winkeltjes en al zeker als het iets kleinere zaken waren maar hier kon je onmogelijk aan voorbij lopen. Een rij van minstens 30 wachtenden leidde ons richting Vanini. Tijdens mooie lentedagen blijkbaar adres nr. 1 voor een heerlijk ijsje. We hebben deze trekpleister aan ons laten voorbij gaan maar keren ooit nog eens terug om hun ijsjes uit te proberen.
8. Wij hebben de volgorde van de nummertjes zoals je op het plannetje kan terugvinden niet gevolgd omdat die weg ons minder logisch leek. Eerst bezochten we alle chocoladeshops aan de ene kant van de Limmat, daarna staken we over via een brug en liepen we zo langs de andere kant van de rivier. Daarom ga ik hier even verder met nummer 8, Max Chocolatier. Alleen hadden we een beetje pech want Max was niet geopend. Het kleine winkeltje vind je in de Schlüsselgasse. Zeker als het pand gesloten is, moet je je ogen goed open houden om het kleine winkeltje niet voorbij te lopen. Blijkbaar is Max niet zomaar een chocoladewinkeltje maar een ware ontdekking van geuren en smaken met gepersonaliseerde pralines. Je kan er ook een chocolade-abo kopen en op die manier elke maand 1 of meerdere pralines toegestuurd krijgen. Misschien wel een leuk cadeauideetje? Ik vond het persoonlijk niet zo erg dat het winkeltje gesloten was. Ik ben niet helemaal overtuigd of ze het hier zo charmant zouden vinden dat 2 kinderen 2 pralines komen kopen. Nuja, misschien is dat gewoon mijn idee?
9. Nummer 9 leidde ons naar nog een chocoladewinkel van dergelijk kaliber als Max. Ook chocolatier Dieter Meier was gesloten maar aan het pand te zien is dit geen 13 in een dozijn chocoladewinkel. Blijkbaar hebben ze hier maar 6 tot 8 soorten pralines per seizoen. Na enkele weken of maanden komt er dan een nieuwe selectie. Ook hier zou het me misschien wat moed vragen om binnen te stappen al denk ik dat de meeste winkeliers eigenlijk gewoon heel blij zouden zijn om hun chocoladeverhaal te mogen vertellen. Ooit waag ik het wel eens…
10. Nummertje 10 is een specialleke. Bij de eerste aanblik van chocoladewinkel Teuscher in de Storchengasse wist ik niet zeker of het een bloemenwinkel of een chocoladeshop was of iets tussen beide. Het heeft iets kitscherigs en gezelligs tegelijkertijd. Toch wel zeker de moeite om eens binnen te wandelen. Van de prijzen val je dan weer wat achterover. Een geschenkdoosje pralines voor CHF 79. Ok, tuurlijk, geef mij er anders maar 2 (uhum!!!). Gust koos voor een melkchocolade eendje. ‘Volle melk, volledig gevuld’, riep de vrolijke dame nog. Ok, dat hebben we dan ook weer gevoeld aan de volle prijs. Ah, voor 1 keertje. Hopelijk smaakt het eendje hem.
11. Nummertje 11 is geen onbekende meer voor ons. Sprüngli, met verschillende vestigingen in en rond Zürich city, is een beetje de place to be. En dan niet alleen voor de chocolade maar vooral voor de macarons, Luxemburgerli. Je kan kiezen uit verschillende lekkere smaken zoals chocolade, caramel, hazelnoot, aardbei, pistache,… en je eigen assortiment samenstellen of een voorverpakt doosje kopen. Ook deze winkel is een bezoekje waard en binnenlopen zonder te kopen is absoluut geen probleem. Genieten maar! Ohja, wij bezochten de vestiging op de Paradeplatz.
6. We staken via 1 van de vele brugjes over de Limat door naar de overkant van de rivier op zoek naar de laatste 3 chocolade-ervaringen. Nummertje 6 is een prachtige zaak, Schwarzenbach, gelegen in de Münstergasse. We liepen er al vaak voorbij en bij de etalage staan we dan even stil om te genieten van de vele specerijen en specialiteiten. Links bevindt zich de chocoladezaak. Je mocht de zaak maar met 3 klanten tegelijk binnengaan waardoor ik besloot manlief en de kroost de kans te geven. Bij het buitenkomen slikte het grootste exemplaar even en hoopte luidop dat het dan maar best lekkere pralines zullen zijn. CHF3 per stuk, het is maar dat je het weet.
7. Aan de overkant van de straat zit nog een pareltje verstopt, Conditorei Schober. Een prachtig klein maar uiterst charmant winkeltje waar je in niet-coronatijden kan genieten van een kopje koffie of chocolademelk met een assortiment pralines of 1 van hun heerlijke taartjes. Ok, checklist!!! (Ondertussen hebben we dit kunnen uitproberen en kan ik alleen maar aanraden om tijdens een bezoek aan Zürich hier halt te houden. Koffie, taartje, pralines, warme chocolademelk en zelfs de ijsjes zijn superlekker volgens ijsjeskenner Julia). De winkel ging bijna sluiten (op zaterdag om 17 uur) maar de vriendelijke verkoopster, in charmante outfit waarin je je in 1842 waant, liet ons nog snel binnen. Opnieuw een mini assortiment pralines maar dat ze lekker waren dat kon ik beamen. Ik mocht er eentje kiezen van Julia en ging voor de mango-praline. Als mango verslaafde (niet alleen het fruit op zich maar ook het sap, de yoghurt, mangotaart, mangomilkshake, mangomousse,… en ga zo maar verder) was ik helemaal in mijn nopjes. Voor mij misschien het mooiste winkeltje van het lijstje.
5. En om het lijstje af te sluiten wandelden we nog een stukje verder naar de Niederdorfstrasse naar Berg und Tal. Hier een totaal andere ervaring dan de andere zaken waar we vandaag voorbij kwamen. Bij Berg und Tal koop je niet echt losse pralines maar de winkel is een speciaalzaak met allerlei lekkernijen. Ambachtelijke koekjes, specerijen, rookworsten, thee, koffie en zelfs wat decospullen. Zeker een bezoekje waard en binnenwandelen kan zonder problemen. We kochten er een tabletje chocolade in plaats van losse pralines en sloten zo de dag tevreden af.
We namen de trein terug richting Thalwil na een fijne namiddag. Niet alleen een zoektocht maar ook een stadswandeling en vooral gewoon een heel fijne ontdekking.
De blikken doos werd thuis netjes uitgestald en smachtend keken we uit naar de proeverij later op de avond na het avondmaal.
Hmmm, het traditionele weekendje in Haspengauw met mijn familie. Wandelen tussen de bloesems, kindjes die vrolijk lachen en giechelen onderweg, familiefotoshoots op de mooiste plekjes… Deze herinneringen pieken op een paasdag als vandaag net iets meer. Geen paaseitjes zoeken in de tuin van oma dit jaar. Weeral niet. En dat heeft niks met onze verhuis naar Zwitserland te maken. Al 2 jaar op rij kunnen we Zwitserland niet uit tijdens de paasperiode.
We laten het natuurlijk niet helemaal aan ons hartje komen en proberen er zoals steeds het beste van te maken. Bij het vroege ochtendgloren werden er paaseitjes gezocht (al telefoneerde de paashaas gisteren met Pieter om te melden dat hij dit jaar iets later zou zijn dan normaal. Kwestie van niet al om 6 uur met dolgedraaide kindertjes op een Zürichs terras paaseieren te lopen zoeken). In België maakten we meermaals mee dat wij al vrolijk gezocht hadden en van een paasontbijt aan het smullen waren terwijl de buurman zijn eitjes nog aan het verstoppen was. ‘Even de gordijntjes toe, kindjes!’ En dat zelfs op een regenachtige paasochtend.
We genoten van het ontbijt en maakten de herinneringen aan Pasen met de familie dan maar levendig door verhaaltjes op te halen. Weet je nog toen…? Ohja, en toen…!
Het zonnetje scheen volop vanmorgen en op mijn to do lijstje stond een ideale uitstap voor vandaag. De Chriesliwäg in kanton Aargau. Chriesli betekent kers. In het voorjaar kan je tijdens deze uitgestippelde wandeling tussen de bloesems kuieren. Tijdens de oogst van de kersen mag je bij bepaalde bomen vrij plukken en her en der staan tijdens de wandeling kraampjes die heerlijke en verse kersen verkopen. We komen dus nog een keertje terug, dat staat nu al vast.
We parkeerden de wagen aan het station van Frick. Recht tegenover het station staat de eerste wegwijzer. Je stapt eerst langs de spoorweg tot aan de echte start van de wandeling. Eigenlijk kan en wil ik hier niet veel meer over vertellen maar wil ik jullie het liefste laten meegenieten aan de hand van de foto’s . En ohja, dit is maar een selectie foto’s. Had ik nog een fototoestel met rolletjes dan gebruikte ik vandaag zeker meer dan 1 filmrolletje.
De wandeling zelf is slechts 5 km lang. Het stukje van en naar het station telt nog voor 1 exta kilometer. Onderweg kan je kiezen om een stukje bij te doen. Dan wandel je in totaal 9 km. De wandeling is opnieuw Zwitsers plat al voelden die kuitjes toch wat gespannen aan. Misschien ligt het aan het feit dat we al enkele dagen na elkaar aan het wandelen gingen.
Maar ik blijf erbij, bloesems geven je hoop, doen je verlangen naar de lente of doen je zelfs al even dromen van een heerlijke zomer. Ik weet het zeker, ik hou van bloesems. En misschien kan ik op een dag de familie meenemen naar de Zwitserse bloesems?
Toegegeven, winters Zwitserland is mooi. En wit, dit jaar heel erg wit zelfs. Maar nu heb ik het gehad. Voor mij mogen de skikleren, de winterwandelschoenen, de sleetjes en het thermisch ondergoed even naar ons keldertje verdwijnen. Deze week konden we 100% genieten van het lentegevoel. Niet alleen de temperaturen waren dik ok maar overal zie je narcissen, kersenbloemens en eindelijk… blaadjes aan de bomen ontpoppen. Al vrees ik dat ik mijn winterwandelschoenen best nog niet te ver wegstop als ik het weerbericht voor de komende week bekijk.
Maar vandaag dus ideaal wandelweer, 4 dagen Osterferien voor de mini’s en de maxi en veel goesting om er weer in te vliegen. Alleen is het op dit moment van het jaar niet zo eenvoudig om geschikte wandelingen te vinden. Op de hogere bergen vind je nog sneeuw maar deze sneeuw is niet meer zo ideaal om te wandelen. Op de zonnige kanten van de berg is de sneeuw veranderd in een soort moes wat absoluut niet aangenaam is om in te wandelen.
Daarnaast moet je ook rekening houden met de winterstop van vele kabelliften. Het winterseizoen van de kabelliften is ongeveer van half december tot eind maart en het zomerseizoen start rond begin of half mei tot eind oktober. Dat wil zeggen dat je telkens een goeie maand tussen beide seizoenen hebt waarin de liftjes niet werken. Er gebeurt dan ook een halfjaarlijks onderhoud. Op dit moment is het dus niet zo eenvoudig om een geschikte wandeling te vinden en vraagt een uitstap zeker voldoende voorbereiding.
Maar ik zocht en ik vond: Panoramaweg Sihlsee. De wandeling start in Einsiedeln waar we al eerder waren en waar je het prachtige klooster met de Zwarte Madonna kan bezichtigen. Dat alleen al is een uitstapje waard maar als je er dan nog een heerlijke lentewandeling aan kan koppelen is dat helemaal ideaal.
De panoramawandeling is 9,4 km lang en valt in de categorie lichte wandelingen. Je stijgt en daalt ongeveer 145 m. Voor ons ondertussen een ‘platte’ wandeling. De wandeling start in het centrum van Einsiedeln. Parkeren kan op meerdere plaatsen maar wij kiezen meestal voor de ondergrondse parking ‘Parkhäuser Brüel’. Van aan de parking wandel je tot aan het klooster, door de binnenplaats van het klooster naar de start van de wandeling. Je kan het klooster zelf voor of na de wandeling bezoeken volgens je eigen voorkeur. We volgden de duidelijk omschreven bordjes met daarop een gele sticker ‘Panoramaweg Sihlsee’.
De wandeling start met een klimmetje maar meteen ben je ook overdonderd door het mooie zicht op de Sihlsee en de besneeuwde bergen in de verte. Vergeet zeker niet even een kleine aftakking te maken naar het uitzichtspunt ‘Vogelherd’ van waar je prachtige vergezichten hebt.
Vanaf Vogelherd daal je terug richting Sihlsee. De Sihlsee is een kunstmatig meer in het Zwitserse kanton Schwyz, nabij de stad Einsiedeln. Het meer is ontstaan door de rivier de Sihl af te dammen en een deel van de bovenste Sihl-vallei te overstromen. Wikipedia
De wandeling gaat voor een groot stuk langs de Sihlsee tot je aan het strandbad Sihlsee komt. Daar kan je even stoppen voor een versnapering of bij hele warme dagen voor een verfrissend zwemmetje in het meer. Na het strandbad gaat de wandeling verder over een heuvelrug tussen de groene velden. Mijn favoriete stuk van de wandeling. Links zie je het meer met de bergen in de verte en rechts zie je groene velden met grazende koetjes. Zalig om te kunnen genieten van beide tafereeltjes.
Het allerlaatste stuk van de wandeling is een beetje teleurstellend. Nadat je een drukkere weg via een ondergrondse tunnel hebt overgestoken, wandel je meer tussen de huizen van Einsiedeln. Maar gelukkig heb je op het einde van die weg als mooie afsluiter opnieuw een prachtig zicht op het klooster. Wij sloten af op het speelpleintje voor het klooster waar Julia nog even haar hartje kon ophalen. Die 9,4 km verdiende toch een kleine beloning op het einde vond ze zelf.
Voor mij mag de temperatuur nog wel even zo blijven want ik kijk enorm uit naar onze toekomstige berg- en natuurwandelingen. Ik heb nog zoooooveeeel uitjes op de planning staan dus laat maar komen dat zonneke!