Tips and tricks 56: Hoch Ybrig panorama hike

Begin juli, ondertussen al een goeie week vakantie in België. Hier nog niet, nog eventjes volhouden en de laatste schooldagen afwerken. Deze staan gevuld met schoolreizen (Gust mag volgende week zelfs nog een dag of 2 naar Ticino), afscheidsfeestjes en recepties, interscolaire voetbalmatchen, een diploma-uitreiking,… en ga zo maar verder.

Maar binnen precies 1 week mogen we hier in kanton Zürich ook de grote vakantie of ‘Sommerferien’ inluiden. En dat staat gelijk met socializen, socializen en…socializen. Iets wat we het voorbije anderhalf jaar toch wel wat gemist hebben en corona heeft het ons op dat vlak zeker niet gemakkelijk gemaakt. Maar waar we eigenlijk het meest naar uitkijken is het delen van onze ervaringen en ons leven hier. En binnenkort is het dan zover. Dus hoog tijd voor mij om een laatste keer voor de zomervakantie op prospectie te gaan en nog een mooi plekje in Zwitserland te spotten.

Vandaag waren we opnieuw in de buurt van Sattel-Hohstuckli en Sattelegg maar ook al bevind je je in dezelfde streek toch zijn het 3 totaal verschillende wandelingen en ervaringen. Vandaag een eerder korte wandeling met toch wel heel mooie highlights.

Je rijdt met de wagen naar de Waagtalstrasse 126 in Unteriberg. Vanuit Thalwil zo’n 45 minuutjes rijden. Je kan er parkeren op de zeer grote en gratis parking. Aan de kassa koop je best een dagkaart of Tageskarte waarmee je alle kabel- en zetelliftjes op deze helling kan nemen. Een dagkaart kost CHF28 per persoon, kinderen tot 15 jaar rijden sowieso gratis mee en voor de hondenliefhebbers onder ons betaal je CHF5 per hond.

Op het kaartje hierboven krijg je een heel duidelijk zicht van de wandeling. Je start in Weglosen op 1035m waar je je wagen parkeerde. Van daaruit neem je de grote kabellift naar Seebli op 1465m hoogte. Deze kabellift vertrekt telkens op het uur en het halfuur. In Seebli aangekomen liepen we meteen door naar de zetelliftjes om te genieten van het uitzicht richting Sternen. In Sternen start de panaromawandeling waarbij je ongeveer een uurtje stapt richting Spirstock. Tijdens de wandeling klim en daal je een klein beetje. Alleen op het laatste, net voor je Spirstock bereikt maak je nog een klim langs een trappenwand. Beetje pittig maar dan heb je ook wel het doel van de dag bereikt.

De trappen naar Spirstock

Maar voor ik verder vertel wil ik jullie er nog even op wijzen dat je in Sternen (voor je de wandeling begint) je eigen grenzen kan verleggen. Daar bevindt zich namelijk de langste ‘Seilrutsche’ van Europa. Met een topsnelheid van 110 km/u kan je naar beneden glijden tot in Seebli waar je dan met je dagkaart terug de zetellift naar Sternen kan nemen. Zo’n ritje kost veel (CHF70 voor een volwassene en CHF50 voor kinderen vanaf 9 jaar) maar je weet nooit dat onze nonkel Dries of tante Fifi deze zomer eens helemaal zot willen doen.

De ‘Seilrutsche’ is trouwens opgesplitst in 2 delen. Het eerste deel gaat steil naar beneden maar daar zit/hang je gewoon recht. Het tweede gaat iets minder steil maar daar krijg je de kans om omgekeerd naar beneden te bengelen (zie foto’s hierboven). Voor alle duidelijkheid, wij hebben dit niet uitgeprobeerd 😉

Maar de wandeling dus. Je loopt eigenlijk op een bergkam waardoor je langs beide zijden mooie zichten hebt. Links kijk je over het prachtige Muotathal met in de verte de besneeuwde bergen en rechts kijk je op de groene heuvels en bergen rond Einsiedeln en de Sihlsee. Halverweg de wandeling zie je Lake Lucerne of het Vierwaldstedenmeer ook opduiken.

Wanneer je Spirstock hebt bereikt, kan je aan de self-service gelegendheid verpozen bij een lekker drankje op het terras. Nadien neem je de zetellift vanuit Spirstock terug richting Seebli. Van aan het eindstation van die zetellift wandel je nog een kwartiertje rond een meertje terug naar het station van de kabellift die je weer tot in Weglosen brengt.

Zicht op het meertje aan Seebli

Deze wandeling kan je op een halve dag maken aangezien je eigenlijk maar een 4-tal kilometer in totaal wandelt (de zetelliften nemen ook wel wat tijd in beslag maar zijn superleuk om te genieten van het uitzicht). Als tip wil ik graag nog meegeven dat je op terugweg eventueel nog een stopje kan maken in Einsiedeln en een bezoekje kan brengen aan het prachtige klooster en de kloostertuinen daar. Have fun!

Tips and tricks 55: Sattelegg – Wildegg – Sattelegg

Het was even geleden dat we onze wandelstokken nog nodig hadden. Een lange winter en een korte lente zorgden er voor dat zwaardere wandelingen iets langer uitbleven. Maar vandaag gingen we nog eens voor een pittig tripje. 9,5 kilometer maar vooral een stevig klimmetje naar de top van de Chli Aubrig berg.

We reden vanmorgen naar Satteleggpass, Vorderthal. Dit is meteen ook wat je ingeeft in de GPS. Sattelegg is slechts een halfuurtje rijden van Thalwil. Op het laatste stukje van de rit steek je de Sihlsee over op een dun brugje. Ook al lijkt het op het eerste zicht niet zo maar 2 wagens kunnen elkaar net kruisen. Maar ik geef toe, ik zat in de wagen met gesloten ogen en dichtgeknepen billen 🙂

Willerzell Viadukt über den Sihlsee, Einsiedeln SZ

Je wagen parkeer je op een grote en volledig gratis parking net voor restaurant Sattelegg. Van daaruit start de rondwandeling. Je vertrekt helemaal op het einde van de parking (weg van het restaurant) waar je de eerste wegwijzers naar Wildegg en Chli Aubrig zal terugvinden. Wij startten de loop langs de rechtse kant. Op het einde keer je terug langs de linkse kant.

Het eerste stuk van de wandeling tot Wildegg (bereik je na zo’n 3,5 km) is gevarieerd en klimt lichtjes maar doenbaar. Onderweg zie je mooie, groene en heuvelachtige tafereeltjes en hoor je de koebellen vrolijk rinkelen. Net voor je Wildegg bereikt, beklim je nog wat houten trapjes in de groene omgeving. Maar na deze klim kan je heerlijk verpozen op 1 van de eenvoudigste maar misschien wel mooiste terrasjes in de bergen. Het berghutje is enkel tijdens de zomer geopend (opgelet: gesloten op vrijdag dus misschien wel belangrijk bij het plannen van deze trip). Een verfrissend drankje en een bordje gemengd met zo’n prachtig zicht kon ons absoluut bekoren.

Maar misschien hadden we de beloning moeten sparen tot na de beklimming van de Chli Aubrig berg. Hier ontstond er een kleine miscommunicatie. Ik volgde opnieuw de wandeling die ik vond bij swissfamilyfun maar blijkbaar had ik een stukje niet zo goed begrepen. Ik dacht dat we de Chli Aubrig berg sowieso moesten beklimmen om de wandeling verder te zetten dus konden we beter even halt houden bij het enige berghutje dat je tijdens de wandeling tegenkomt. Gust vloog als een berggeit naar boven, zelf had ik vandaag duidelijk de benen maar Julia vond de klim toch wel stevig. Pieter haalde zijn volledige trucendoos boven om Julia te motiveren en uiteindelijk aan de top van de Chli Aubrig te krijgen. Tot ze boven kwam en ik de pret bederfde met de volgende mededeling: ‘Pieter, Julia, ik moet jullie eigenlijk iets bekennen. Deze klim is blijkbaar optioneel tijdens de wandeling, we moesten dus niet echt naar boven geklommen zijn.’ Julia’s gezicht werd binnen de 3 seconden een donderwolk en ook al is ze er nu al over heen, ik krijg nog steeds een heel erg boze blik wanneer we de anekdote bovenhalen.

Maar eigenlijk zijn we heel blij dat we de top bereikt hebben. En hadden we vooraf geweten dat het eigenlijk niet nodig was, ik beken dat ik misschien vriendelijk had bedankt. Boven op de top vind je het typische kruis en in een soort brievenbus naast het kruis kan je iets in het gastenboek schrijven. Gust was heel origineel en schreef: ‘Wir haben es geschaft!’ Tuurlijk, wees maar zeker dat we het geschaft hebben.

Neem hier zeker de tijd om een leuk plekje in het gras te zoeken en even te genieten van het mooie uitzicht op de besneeuwde bergen met daaronder het zomergroene landschap. Wanneer je voldoende ‘bergenergie’ hebt geladen, neem je dus dezelfde weg terug naar beneden (I know Julia, my fault). De wandelstokken kwamen bij de afdaling goed van pas en ook al had ik 2 stokken in de hand, toch ben ik er in geslaagd mijn voet op een gladde steen neer te poten en jup, jullie raden het al… Dit had je in slow motion moeten zien volgens Pieter die precies achter mij wandelde. Het jonge koppel naast me dat net de berg aan het beklimmen was, keek nogal verschrikt. Maar om mijn gezicht te redden, sprong ik als een energiek kitten terug recht en stamelde ik: ‘No worries, it looks worse than it is.’ Al stond ik 5 minuten later nog steeds te trillen op mijn benen hoor.

Wanneer je terug aan de berghut in Wildegg komt, mag je vanaf nu de wegwijzers ‘Sattelegg’ blijven volgen tot je de grote parking terug bereikt. Vanaf nu ga je voornamelijk dalen op een toch wel moeilijke ondergrond. Modder, houten plankjes, stenen, kiezels, een bos… zorgen er voor dat de wandeling 100% avontuurlijk blijft. Goeie wandelschoenen en wandelstokken zijn hier geen overbodige luxe. Maar de afdaling is o zo mooi en gevarieerd. En let vooral op de prachtige wilde bloemen onderweg in de mooiste kleurtjes en vormen.

Op de foto hieronder zie je tijdens onze afdaling de Chlie Aubrig berg die we beklommen hebben. Serieus de moeite, niet?

Volgens de blog van Tanya van swissfamilyfun doe je deze wandeling in 3 uur. Wij deden er bijna het dubbele over met alle stopjes en natuurlijk tijd om te genieten van het uitzicht. Voorzie dus best een hele dag voor deze trip. Het voordeel is wel dat je niet hoeft te rushen om het laatste kabelliftje naar beneden te halen want je wandelt gewoon terug naar de parking waar je wagen geparkeerd staat. Een ander voordeel is dat deze hele mooie wandeling helemaal gratis is (gratis parking, geen kabelliften,…)

Met stip komt deze wandeling in onze top 10 dichtbij huis!

Tips and tricks 54: Watervalwandeling Unterschächen – Aesch

In het mooie kanton Uri zit een pareltje verstopt, nl. het dorpje Unterschächen. Enkele weken geleden maakten we tijdens een druileringe voorjaarsdag een roadtrip van Thalwil naar Luzern en verder naar kanton Schwyz met een stopje in het ‘Wilhelm Tell’ dorp Altdorf. Dat dorpje is zeker een stopje waard. Van daar reden we toen verder naar Spiringen langs mooie rotswanden en de Schächen rivier. Plan was toen om de Klausenpas (De Klausenpas vormt de verbinding tussen de Zwitserse kantons Uri en Glarus. De huidige weg is aangelegd tussen 1893 en 1899. Gedurende het winterseizoen is de pasweg afgesloten voor verkeer vanwege zware sneeuwval. Vanuit Altdorf voert de weg omhoog door het Schächental dat is uitgesleten door de gelijknamige rivier. Wikipedia) te nemen en via kanton Glarus terug te keren richting Thalwil. Ideaal op een mindere dag qua weer en toch kom je voorbij heel mooie plaatsjes in Zwitserland.

Maar we hadden een beetje pech toen. Door de late en vele sneeuwval van de voorbije winter en het voorjaar was de Klausenpas nog afgesloten en dat merkten we natuurlijk maar op toen we aan de tunnel zelf stonden. Enige troost was toen dat we precies niet de enige waren die het bordje ‘Klausenpas geschlossen’ niet gezien hadden. Ahja, we waren toen onderweg zo verwonderd door de schoonheid van het dal. We besloten terug te keren (want er zat eigenlijk niks anders op) en toch nog even te stoppen in het mooie Unterschächen waar we net waren doorgereden. We parkeerden de wagen op een kleine parkeerplaats voor een auto of 4 en ontdekten het Brunnital (weg door een vallei naar Brunni). In het gemiezer wandelden we toen een klein stukje in dat Brunnital en besloten hier zeker nog terug te keren bij mooi weer. De foto’s hieronder tonen hoe prachtig het dal dan al was zelfs bij minder weer. Door de laaghangende wolken had het zelfs iets mysterieus.

Ondertussen zijn we enkele weken verder maar het dal bleef door mijn hoofd spoken. Verjaardagsfeestjes, voetbalmatchen en andere hobby’s van de kinderen zorgden ervoor dat ik nog niet naar ‘mijn dal’ was kunnen terugkeren. Maar vandaag was het zover. Tijd, mooi weer (beetje te mooi weer, lees ‘te warm’) en heel veel goesting brachten ons vandaag langs dezelfde weg terug naar Altdorf. Vandaag besloten we geen stopje te maken in het charmante dorpje wegens ‘te warm om in een dorp rond te tsjoolen’. We reden rechtstreeks van Thalwil naar Unterschächen waar we onze wagen op een kleine parking in het dorp parkeerden.

In het Brunnital dat we de vorige keer ontdekten vond ik op het web niet meteen haalbare wandelingen terug maar ik had een ander mooi alternatief gevonden. Unterschächen – Aesch. Een ander stukje van de vallei dat tegen de bergwanden ten einde loopt. Enkel de Klausenpass(die een stukje hoger ligt) kan je aan de andere kant van de vallei brengen.

De wandeling van Unterschächen naar Aesch is maar een drietal kilometer lang (heen en terug dus zo’n 6 kilometer). Je start op 1000 meter hoogte en eindigt in Aesch op een 1250 meter hoogte ongeveer. Het klimmen valt op zich goed mee maar met een temperatuur van 30 graden hebben we gepuft en gezweet vandaag. Het eerste stukje van de wandeling is in de volle zon waardoor enkele kinderbeentjes het na een halve kilometer al voor bekeken wilden houden. Maar we hebben doorgezet en gelukkig maar. Je wandelt bijna de hele tijd naast de rivier Schächen en meestal tussen bomen die voor wat verkoeling zorgen. Het wandelpad zelf is een pad in grind dat eigenlijk niet echt door auto’s bereden mag worden tenzij je CHF10 betaalt (op z’n Zwitsers moet je die 10 Frank gewoon in een omslag in een houten brievenbus duwen op eigen initiatief). Ik vrees dat er in België veel bereden en weinig betaald zou worden. Ergens is het wel jammer dat er auto’s op het pad mogen komen. Rap kunnen ze niet rijden want de ondergrond is niet ideaal maar het opwaaiende stof (zeker bij 30 graden) is minder aangenaam.

Maar wanneer je in Aesch aankomt, vergeet je het stof heel snel en sta je toch wel even met open mond naar de Staubenfall, een krachtige en machtige waterval op het einde van de vallei, te kijken. In Aesch staan een 10-tal berghuisjes, een kapelletje, een Gasthöfli waar je iets kan drinken of eten naar believen en een 30-tal loslopende bergkoeien. Wij dronken er een fris biertje op het terras met zicht op de waterval. Opnieuw viel ons op hoe vriendelijk de mensen in de bergen zijn, dat in schril contrast met de mensen in de steden en omringende dorpen. Of zoals Pieter het zei: ‘Je moet verdorie naar een doodlopend dal komen om een pint van een vriendelijk madammeke te ontvangen.’

Na de frisse pint, die we ons inziens meer dan verdiend hadden bij deze temperaturen, besloten we ons nog een stapje dichter bij de waterval te wagen. Heel dicht geraak je niet maar we vonden een koel plaatsje langs de rivier waar man en kinderen zich nog wat konden bezighouden met het traditionele steentjes werpen.

Tijdens de terugweg daal je de 3 kilometer weer richting Unterschächen en kan je genieten van het mooie zicht op de kloven, kleinere watervallen en het dorpje zelf.

En om onszelf heerlijk te verwennen, stopten we op terugweg met de wagen in de Burger King in Altdorf en trakteerden we onzelf op een KING shake strawberry. Oh my god, de waterval was top maar deze shake was DE ideale verfrissing.

Tips and tricks 53: Boottocht op de Walensee

Nu reizen stilletjes aan terug binnen het bereik ligt en vele gezinnen terug aan het dromen en plannen gaan, wil ik jullie deze tips and tricks nog meegeven.

Geen wandeling of chocolade-overload vandaag maar een zalig boottochtje op de Walensee. De Walensee bereik je op een goed halfuurtje vanuit Thalwil. Wij rijden naar Weesen en parkeren ons op parking ‘Speerplatz’ met mogelijkheid tot het laden van elektrische wagens. Vanaf die parking wandel je nog een kleine 10 minuutjes naar het haventje van Weesen.

Weesen zelf is heel charmant en de Walensee is een diepblauw meer omgeven door imposante bergen. Aan het haventje vind je Bootsvermietung Weesen waar je naast pedalo’s met en zonder glijbaantje ook roeiboten en motorboten met en zonder vaarbewijs kan huren voor 1 uur, 2 uur, een halve dag of een hele dag. Je reserveert best telefonisch en dat minstens 2 dagen vooraf. Ikzelf belde vrijdagavond en kon op zondag nog een boot huren voor een halve dag. Maar het is natuurlijk nog geen topseizoen.

Aangezien niemand in ons gezin (tot hier toe) een vaarbewijs heeft, kozen we voor de motorboot zonder Führerschein. En eigenlijk was dat heel erg ok. We kregen een mooie boot met plaats voor 2 bestuurders en daarnaast minstens nog 4 personen op de zitbanken rond een tafeltje. Het tafeltje is wel handig want ik had een aperitiefje en een koude pastasalade voorzien.

Ook al is besturen pas toegelaten vanaf 18 jaar, toch vonden Gust en Julia het fijn om het roer ook even te kunnen overnemen. Voor mij was zalig genieten van het zonnetje meer dan voldoende.

We vaarden tot voorbij het autovrije dorpje Quinten waar we picknickten op de boot zelf. Julia nam na het eten een frisse duik in het water. Daarna vaarden we terug richting Weesen. Bij het terugkeren kregen we golven en wind waardoor we als echte zeemannen (-en vrouwen) op de golven bonkten en de deugddoende spetters van het water op ons gezicht voelden.

Het was superfijn en we hebben er alle 4 ongelooflijk van genoten. Zeker voor herhaling vatbaar. En als je bedenkt hoeveel onderhoud een eigen boot bv heeft, kan je beter enkele keren per jaar deze boot huren en zonder zorgen genieten.

I said yes!

Geen paniek, nee, hij is niet op één of andere Zwitserse berg op zijn knieën gegaan. Stel je voor, zo met je knie recht op zo’n bergpunt.

Ik heb ‘ja’ gezegd op een totaal onverwacht telefoontje dat ik begin deze week kreeg. Maandagmiddag, letterlijk en figuurlijk ergens tussen de soep en de patatten, werd ik opgebeld door de directie van de Nederlandse school hier in Zug. Of ik volgend schooljaar een opdracht in groep 4 (2de leerjaar) zou zien zitten.

Kinderen van expats (waarvan tenminste 1 ouder Nederlands praat thuis) kunnen naschools Nederlandse les volgen om hun moedertaal bij te houden. Dat is niet alleen handig wanneer deze gezinnen eventueel terugkeren naar België/Nederland maar sowieso is het onderhouden van je eigen taal op sociaal-emotioneel vlak heel belangrijk. Dat kan je thuis zelf stimuleren door het lezen van Nederlandse boekjes, kijken naar tv-programma’s met ondertiteling, luisterverhalen, zelf les geven,… maar er is dus ook de Nederlandse school.

Lesgeven, of eerder een eigen klasje… Het is toch wel al eventjes geleden. 2008 om heel eerlijk te zijn. Net voor ik zwanger werd van Gust. Daarna was ik nog heel vaak in school- en klasomgevingen te zien. Zo heb ik de jaren als fulltime mama heel veel uurtjes vrijwillig doorgebracht in de school van Gust en Julia: zwemmama, bibmama, spelletjesmama, de huiswerkklas op poten gezet, knutselmama, secretaris van de ouderraad,… En dat heb ik met veel liefde en enthousiasme gedaan tot ik bedacht dat het misschien stilletjes aan tijd werd om ‘echt’ iets voor mezelf te doen.

Zonder eigenlijk te zoeken, rolde toen de job als secretariaatsmedewerker in een dorpsschooltje op mijn pad. Een nieuwe uitdaging maar nog steeds elke dag in, op, onder, naast en tussen de schoolbanken. Want dat het een veelzijdige job was, kan ik jullie verzekeren. Maar ik heb het zooooo graag gedaan. Het schooltje (met zijn kindertjes, ouders en collega’s) kroop heel snel in mijn hart. Er waren uiteraard ups en downs maar wanneer ik ’s morgens om 8 uur werd onthaald door de kindjes van de opvang en ze bijna vochten om me te kunnen helpen bij het dragen van de koffiekannen en verse koffiekopjes kon mijn dag al niet meer stuk. ‘Mag ik je helpen, juf Tine?’ Ook al stond ik niet meer echt voor de klas, de voorbije 5 jaar bleef ik nog steeds juf Tine van ’t secretariaat.

Tot we de knoop doorhakten om naar Zwitserland te verhuizen. Dat verhaal is niet nieuw voor jullie. Juf Tine werd door collega’s, ouders, directie en natuurlijk de liefste leerlingen uitgezwaaid en overladen met fijne woorden, knuffels (mocht toen gelukkig nog) en geschenkjes. Hier werken was absoluut niet mijn eerste bezorgdheid. Ik wou er zijn voor de kinderen tijdens het aanpassen aan de nieuwe taal, de nieuwe school en het nieuwe leven in het algemeen. Ik wou er sowieso zijn voor het gezin want ook voor Pieter was de nieuwe job intensief. Ik wou daarnaast tijd maken om onze weekends zinvol te plannen en Zwitserland echt te kunnen ontdekken. En oh wat was ik blij dat ik tijdens de hele lockdown periode geen job had. Fulltime mama werd opeens en onverwacht toch weer fulltime juf. Van de ene slaapkamer spurten naar de andere. Zoom-meetings met de klas vanop de zijkant meevolgen om zoveel mogelijk van de Duitse informatie te kunnen opschrijven om (indien nodig) achteraf eventjes door Mr. Google translate, mijn beste vriend, te laten vertalen. Hevig, maar we did it! Helemaal!

Maar gelukkig vonden die kindertjes hun draai hier en hebben ze mama steeds minder nodig. Niet alleen voor het school- of huiswerk. Het is soms even slikken maar ze worden echt groot. Bij het voorstel om mooie herfstblaadjes te zoeken in het bos of op zoek te gaan naar de baby-eendjes in het meer beginnen de ogen steeds vaker te rollen. Slik, maar verstaanbaar. Ze willen onder leeftijdsgenoten zijn en na deze intensieve coronaperiode hebben ze daar uiteraard meer dan nood aan. Dus werd juf Tine een beetje geklasseerd en bleef er vooral nog stofzuig, afwas, kuis- en plooiwerk over. Ik ben graag in mijn huisje bezig, altijd al geweest, maar om dat nu als je enige bezigheid te hebben. Nope, ik mis de uitdaging toch een beetje.

En dan komt er plots weer zo’n geweldig aanbod op je pad voorbij. Net op het moment dat je er eigenlijk heel veel nood aan hebt. Al is het absoluut niet allemaal rozegeur en maneschijn. Ik heb getwijfeld, gewikt en gewogen en er echt wel uurtjes slaap voor gelaten maar 4 uur telefoneren, met enkele besties, later zei ik volmondig ‘ja’!

Ik vind het nog steeds spannend en mijn vragenlijstje voor de vertrekkende juf wordt met de minuut langer maar anderzijds heb ik er heel veel zin in. Juf Tine will be back!

En wanneer ik even twijfel dan zal ik me sterken met de mooie woorden van de allerliefste dochter ooit. Nadat ze de voorbije dagen de twijfel heel sterk voelde bij mij (miss extra voelspriet) nam ze me gisterenavond stevig vast en zei ze: ‘Mama, ik ben zo trots op jou en ik ben zo blij dat ik opnieuw kan zeggen dat mijn mama een juf is. Oh, en mag ik je soms helpen wanneer je je lesjes moet voorbereiden? Dan kunnen we samen op zoek naar ideetjes want ik weet nu eenmaal wat kindjes leuk vinden, toch?’ Slik, snif, zucht…

De bevrijding

Ik was er niet bij in 1944 toen er een einde kwam aan de Duitse bezetting maar toch voel ik me momenteel één of ander Vlaams moederke wiens hartje een vreugdesprongetje maakte toen uit de grote parlofoons te horen was: ‘België bevrijd, de Duitsers zijn weg…’

Vanmorgen kregen we te horen dat België een groot deel van Zwitserland als ‘oranje’ heeft gemarkeerd. Concreet wil dit zeggen dat wij vanuit Zwitserland terug naar België kunnen zonder testen of quarantaine in België. Mannekes, jullie kunnen niet geloven wat een gevoel dit teweeg brengt. 2x gevaccineerd + 14 dagen wachttijd zou ook verlossing of bevrijding brengen maar dat is nog even aftellen.

We zijn er natuurlijk nog niet, net zoals de Belgen in 44 waarschijnlijk nog niet meteen uit de miserie verlost waren na het vertrek van ‘den Duits’. Zwitserland plaatst België nog steeds op zijn rode lijst en dat wil, zonder volledige vaccinatie, zeggen dat we wel nog steeds 10 dagen in quarantaine moeten bij terugkeer uit België. En nee, zomaar over de grens rijden zonder controle is niet evident. Je rijdt namelijk van een EU land naar een non EU land en dus is de controle veel frequenter. Daarnaast lopen de boetes in Zwitserland op tot CHF10 000 per persoon. Nope, dat heb ik er niet voor over hoor als Vlaams moederke.

Maar lieve Belgjes, jullie zijn goed bezig meen ik te lezen in meerdere kranten en nieuwsberichten. Dus volhouden hé daar. En misschien is Zwitserland België nu ook wel goed gezind na ‘den schonen move’ van België naar Zwitserland toe. Komaan, bevrijdingsoperatie ten top alstublieft want dit Vlaams moederke is de sociale isolatie en het ‘gevangen’ gevoel meer dan beu.

We gaan er zoals deze soldaten vanavond dan maar een pintje op moeten drinken zeker? Gaan we voor een Stella (B) of een Feldschlossen (CH)?

Tips and tricks 52: Maestrani’s Chocolarium – Sankt Gallen

Jullie weten al dat ik vaak de mosterd bij Abraham haal. Niet elke uitstap die wij maken heb ik helemaal zelf gevonden maar door het volgen van blogs, instapagina’s en andere sociale media selecteer ik wat haalbaar of tof zou zijn voor ons gezin. En zo kwam ik deze week (gelukkig voor Pieter) niet bij de mosterdfabriek maar bij Maestrani’s Chocolarium terecht.

We bezochten eerder Maison Cailler in Broc nabij Gruyère en Home of Chocolate Lindt in Kilchberg (10 minuten van onze woonplaats). Als ik tot hiertoe een soort puntenlijst moet geven aan de verschillende chocolademusea dan staat voor ons gezin op nr. 1 Maestrani’s Chocolarium, nr. 2 Maison Cailler en nr. 3 Lindt. Ik denk dan vooral aan de interactiviteit en het fun gedeelte voor kinderen. De chocolade vergelijken is moeilijker. Sowieso blijf ik fan van de Belgische chocolade maar sssst, niet verklappen aan de Zwitsers. Het ligt gevoelig.

Maestrani’s Chocolarium doet je echt wel wat denken aan Willy Wonka’s chocoladefabriek. Veel kleur, verbeelding, leuke muziekjes en allerlei voorwerpen waar kinderen aan kunnen draaien of waarop ze kunnen duwen. De inleiding in het hele verhaal gebeurt via een filmpje. Je gaat een mini cinemazaal binnen waar je mag plaatsnemen op zeteltjes die lijken op stukjes chocolade. Het filmpje is Duits gesproken met Engelse ondertitels.

Na de film word je meegesleurd in het verhaal dat het hele concept van Maestrani wil uitstralen. ‘Hoe komt geluk in Maestrani’s chocolade?’

Ik ga niet alles verklappen want dan zou het bezoekje natuurlijk niet meer zo spannend en vol verrassingen zijn. Ik zou zeggen, ga er heen en laat je helemaal meeslepen in het ‘chocoladegeluksverhaal’. Ohja, en vergeet vooral niet te proeven, mogelijkheden genoeg.

Nog even praktisch: Maestrani’s Chocolarium vind je in Flawil (Toggenburgerstrasse 41
9230 Flawil). Vanuit Thalwil een klein uurtje rijden. Voor een gezinsticket (2 volwassenen en maximum 3 kinderen) betaalden wij CHF 34. Wie wat meer info wil rond openingstijden en andere kan hier een kijkje nemen. Nog een belangrijke noot: tijdens het weekend werken de lijnen in de fabriek niet. Je kan de fabriek vanachter een glazen wand bekijken maar je ziet geen arbeiders aan het werk. Tijdens weekdagen kan dat wel.

Wij spendeerden een kleine 2 uur in het chocolademuseum en de shop achteraf. Een dagvullend programma is het dus niet. Omdat we in de buurt van Sankt Gallen waren en deze hoofdstad van het gelijknamige kanton nog niet hadden bezocht, reden we nog een 20-tal minuutjes door. Sankt Gallen heeft een heel gezellig oud dorpscentrum waar wij nog even de beentjes strekten na onze chocoladeoverload 😉

Tips and tricks 51: Thurgauer Rundwanderweg (Altnau – Uttwil)

We kennen wellicht allemaal de uitdrukking ‘zijn neus achterna gaan’. Wel, gisteren gingen we niet alleen onze neus achterna maar ook de zon. Het voorjaar is dit jaar bijlange niet zo zonnig en droog als dat van 2020. Mijn facebookherinneringen doen me terugdenken aan de talrijke zwempartijtjes in het meer, picknicken langs de oever van het meer en kajaktochtjes op het meer. Dit voorjaar hebben we ‘ons’ meer vooral vanuit het grote livingraam, met naar beneden bengelende regendruppels, mogen aanschouwen.

Opnieuw een lang weekend voor de deur, Pinksteren. Terwijl we vorig jaar een weekendje dicht bij de Jungfrau doorbrachten, durfden we het dit jaar er niet op wagen om een 3-daagse te boeken om daarna teleurgesteld te zijn dat onze centjes letterlijk en figuurlijk in het water vielen. Ik besloot gewoon de weerkaart af te lopen op zoek naar het plekje in Zwitserland met het droogste en warmste weer. Ik zocht en ik vond. Vanaf Zürich tot aan de Bodensee (meer van Konstanz of lake Constance hieronder op de kaart) gaven ze zon en minstens 18 graden. Voldoende voor ons om er een leuke dag van te maken.

Een paar weken geleden (zie tips en tricks 44) wandelden we een stukje van de Thurgauer Rundwanderweg. Het oorspronkelijke plan was toen om Etappe 15 (Romanshorn – Altnau 12,5 km) af te stappen maar we geraakten uiteindelijk ‘maar’ tot in Kesswil (zo’n 8 km) . We vonden de omgeving zo mooi dat we toen al besloten om ooit nog het 2de deel van de etappe af te werken. Deze keer besloten we in omgekeerde richting te lopen met zicht op de bergen in plaats van zicht op Konstanz.

We parkeerden de wagen aan het station van Altnau. Daar kan je een dagticket kopen voor CHF4 per dag. De vorige keer hadden we gezien dat er naast het mooie wandelpad langs de Bodensee ook een fiets- en rolschaatspad is voorzien. Julia had toen al hardop gedroomd van rolschaatsen langs dit vlakke en schijnbaar oneindige pad maar toen hadden we de rolschaatsen natuurlijk niet mee. Deze keer waren we voorzien en namen we de wieltjesschoenen + toebehoren mee. Van aan het station vertrekt dan ook het rolschaats- of fietspad wat ideaal was. Julia’s gewone schoenen namen we mee in de rugzak.

Tijdens het rolschaatsen zong ze zomaar uit zichzelf ‘I believe I can fly, I believe I can touch the sky…’ . Geen idee van waar ze het liedje kent maar zalig om haar zo vrij en gelukkig te zien bewegen. Hopla, de eerste bonuspunten voor mama en papa waren binnen. Geen ‘saaie’ wandeling voor haar vandaag maar heerlijk vrij rollen in de natuur. Zowel Pieter als ikzelf waren stiekem een beetje jaloers dat wij geen rolschaatsen bijhadden.

Op zich vind ik het wandelpad langs het meer zelf mooier dan het fiets- en rolschaatspad evenwijdig maar enkele meters verder weg van het meer maar we maakten een compromis. We zouden Julia een stuk laten rolschaatsen en afwisselend ook langs het meer wandelen. In Güttingen, het eerste dorpje na Altnau kwamen we na zo’n 3,5 kilometer kinderboerderij Sunnehüsli tegen. Het is eigenlijk een soort bio-boerderij, tea-room, kinderboerderij en speelplaats in 1. Zeker met kleinere kinderen een absolute aanrader. Tussen de speeltoestellen staan oude, echte tractoren die de kleintjes maar al te graag beklimmen.

Aangezien het net iets na de middag was toen we Sunnehüsli bereikten, besloten we er te stoppen en iets te drinken te kopen. Onze homemade belegde broodjes aten we samen met onze gekochte drankjes aan 1 van de tafeltjes onder de fruitbomen op. Het is een heerlijke zen-plaats en eventjes voelde ik me ergens in Limburg tussen de fruitbomen (toch misschien best dat ik op dat moment niet echt in Limburg zat aangezien militair Jürgen de streek momenteel ietwat onveilig maakt). Na het eten speelden Gust en Julia nog wat op de speeltuigen en genoten Pieter en ikzelf nog van een koffietje. Daarna bezochten we samen de kinderboerderij. Er zijn geiten, konijntjes, ezels, een paard, varkentjes, kippen en eenden,…

Vanaf Sunnehüsli besloten we verder te stappen langs het meer. Eerst wandel je door en tussen de bomen tot je het dorpje Kesswil bereikt. In Kesswil namen we bij onze vorige trip de trein terug tot in Romanshorn waar onze wagen geparkeerd stond. We besloten dat we wel nog even verder konden stappen en vooral genieten van die prachtige vissershuisjes langs het water. We liepen door tot in Uttwil waar we bij tea-room en restaurant Pier langs de haven nog even een stop maakten voor een fris drankje.

Het stuk van Kesswil tot Uttwil is met stip mijn favoriete deel van de wandeling en opnieuw voelde ik me ergens aan een caraïbisch strand. In Uttwil besloten we de trein te nemen richting Altnau. De trein tussen Romanshorn en Altnau rijdt elk halfuur dus ideaal. Heel erg lang zal je nooit moeten wachten. Het station van Uttwil was 5 minuutjes van restaurant Pier verwijderd. Alleen hoorden we plots iets mopperen op de achtergrond. ‘Ik had graag nog wat langer kunnen rolschaatsen. En nu is het hier zo’n goed rolschaatspad.’ Ze heeft ergens wel gelijk. Op de meeste plaatsen in Zwitserland is rolschaatsen niet aangewezen tenzij je er met plezier een paar arm- of beenbreuken bijneemt. Enkel op de vlakke stukken langs meren is het haalbaar. Moederken kreeg medelijden met de puppy oogjes van dochterlief en instant kreeg ik een lumineus idee. ‘Wat als we nu de trein terugnemen van Uttwil tot aan het dorpje net voor Altnau, Güttingen? Daar stappen we af en mag Julia het laatste stuk (zo’n 3 km) rolschaatsen tot aan het station van Altnau.’ De puppy ogen werden stralende ogen en alle familieleden konden zich vinden in de deal. Oef! Brandjes blussen, waar moeders goed in zijn! Vader bluste ook een brandje gisteren op het terras van Sunnehüsli. Maar dan eentje om te drinken wel te verstaan 😉

Tips and tricks 50: Heiditrail + Heididorf

Meimaand, Mariamaand…

Het doet me terugdenken aan mijn lagere schoolperiode toen we elke vrijdag, in de maand mei, op de speelplaats, voor het Mariabeeld (dat trouwens boven de toiletten hing) moesten zingen met de hele school: Ave, ave, ave Maria, ave, ave, ave Maria… Als een trauma heb ik het niet ervaren maar ik kan het ook geen warme herinnering noemen eigenlijk. Maar meimaand dus, dat is de maand waarin er hier bij ons door de vrouwelijke huisgenoten gevierd mag worden. Na mijn verjaardag begin mei is het half mei aan Julia. En dit jaar niet zomaar een verjaardag. 10 jaar werd deze lieve, zorgzame en fijngevoelige meid.

Vol zenuwen kroop ze donderdagavond in haar bedje wetende dat we haar vrijdagmorgen om 7 uur zouden wekken en aan de ‘verjaardag’ zouden beginnen. De traditionele liedjesserenade werd afgespeeld en de jarige mocht de versierde woonkamer verkennen. Geen cadeautjes op tafel dit jaar? Hoe kan dat nu? Enkel een brief vol raadsels. Het ene raadsel na het andere moest ontrafeld worden om de cadeautjes te kunnen vinden in en rond ons huis. Aan haar blik te zien heeft ze duidelijk genoten. Oef, missie geslaagd!

Het laatste raadsel was een knappe tekening van broerlief. Al snel had de jarige uitgedokterd wat we die dag zouden doen. ‘Heidi!!! We gaan naar het Heidihuis!!!’

Na het verjaardagsontbijt maakten we ons snel klaar om op tocht te vertrekken. De Heidiweg die ik vond vertrekt aan het station van Maienfeld wat ongeveer een klein uurtje rijden is van Thalwil. De rit alleen al is mooi en verrassend. Je rijdt vanuit Thalwil het Glarusgebergte tegemoet en wordt bijna de hele rit geflankeerd door Zwitserse meren (Zürichsee + Walensee).

We parkeerden de wagen aan het station van Maienfeld waar we CHF4 betaalden om 24 uur te kunnen parkeren. Recht tegenover het station vind je het eerste Heidi uithangbord en de eerste wegwijzer (rode pijlen) van de Heidiweg.

Na een 5 minuutjes stappen bereik je het charmante dorpscentrum waar de mooie en verrassende tocht eigenlijk echt begint. Eerst stap je door het dorpje, daarna langsheen de wijnvelden, daarna door een bosje om uiteindelijk het Heididorp na een 45 minuutjes klimmen (!!!) te bereiken. De totale rondwandeling is zo’n 6,5 km.

Vooraf had ik in reviews gelezen dat gezinnen wat teleurgesteld waren in het Heididorp. Je betaalt CHF 13,90 voor een volwassene en CHF 5,90 voor kinderen tussen 5 en 14 jaar. Voor ons gezin dus een CHF40. Maar als je inderdaad met je wagen tot aan de parking van het Heididorp rijdt, door de 4 oude huisjes vliegt en daarna nog even de shop bezoekt kan je 1 uurtje later al terug aan de auto staan. En nee, het is geen pretpark. Maar wij vonden de CHF40 voor een dagvullend (van 10.30 uur tot 16.30 uur) programma en de goed onderhouden huisjes en omgeving eigenlijk wel een faire prijs.

Je koopt je ticketjes in de Heidishop waarmee je elk afzonderlijk huisje (het winterhuis, het zomerhuis, de school en de schuur) kan betreden.

Het voelt een beetje Bokrijk, in het Vlaamse Limburg, aan maar dan veel kleiner uiteraard. De tour start bij de schuur. Daarna ga je naar het winterhuis van grootvader (in het Zwitsers Alpöhi) waar je de verschillende traditioneel ingerichte vertrekken kan bezichtigen. Daarna ga je door naar het hoger gelegen zomeralpenhuis waar Heidi en grootvader tijdens de warmere maanden verbleven tussen de koeien, geiten en schapen. In een review las ik dat het voelt alsof Heidi en Peter net vertrokken zijn uit het huis en dat gevoel klopt ook echt. Heidi haar schoentjes staan nog naast het bed en de keukentafel staat heerlijk gedekt. Het (namaak)brood ligt dan weer af te koelen op een rek op zolder. Na het alpenhuis daal je weer wat waar je het schoolgebouw nog kan bezoeken. Oude schoolbanken, een lei en vergeelde landkaarten toveren je zo terug in de tijd. Buiten kan je nog even naar het geitenpark en om af te sluiten kan je de shop nog eens bezoeken of een postkaartje met Heidistempel van daaruit versturen naar een Heidifan.

Alles samen waren wij toch een anderhalf uur in en rond het Heididorp. Daarna zetten we onze rondwandeling verder om na een 500m opnieuw te stoppen bij het Heidihof hotel en restaurant met prachtig zonneterras. Omdat je dochter maar 1 keer 10 jaar wordt lieten we ons goed verwennen met een bordje Rösti Alpöhi, een fris biertje en voor de jarige een heerlijke ijscoupe. Het terras is zeker aan te raden en sinds lang voelden we ons precies nog eens op één of ander Vlaams terras.

De rest van de rondwandeling was bijzonder aangenaam en mooi, en vooral… dalend. Je komt in een bos, een natuurdomein, je kan vanop een toren genieten van het fantastische bergzicht, je komt voorbij de Heidibron,… en om af te sluiten stap je opnieuw door het charmante dorpje Maienfeld tot aan het station.

Jong of oud, kinderen of geen kinderen, Heidifan of niet… ik kan de wandeling aan iedereen aanraden. Je beslist zelf volgens eigen goesting of budget of je de huisjes wil bezoeken maar ook al koop je geen ticketje toch wandel je tijdens deze trail sowieso door het Heididorp. Hondjes aan de leiband zijn ook welkom in het Heididorp.

Ik vond het een absolute meevaller en misschien is het soms goed om vooraf wat mindere reviews te lezen (idem bij de Blausee vorige week) zo kan je misschien wel positief en aangenaam verrast worden.

Terwijl ik dit blogje schrijf, ligt er naast mij (in het grote bed uiteraard) een lief slapend tienertje met een gelukzalige glimlach op haar mooie gezichtje. Misschien wel de 2de verjaardag tijdens deze pandemie maar absoluut niet de saaiste of triestigste verjaardag. De dikke dankjewel knuffel daarnet voor het slapen gaan en het inieminie traantje in haar ooghoeken omdat deze dag er al op zit, zeggen genoeg. En daar doe je het voor. Tsjakaa, moederhartje ook weer gevuld en misschien wel weer zorgen gemaakt om niks. Ahja, ’t hoort bij het moeder zijn zeker? Maria zal het wel kunnen beamen.

Trapped in paradise

Het zou zo een titel van een film kunnen zijn. Ohja, juist, het is een titel van een film. Maar over deze film wil ik het eigenlijk niet hebben. Ik beschrijf mijn eigen film wel. Ik weet dat het voor iedereen lastig is op zijn of haar eigen manier. De ene mist collega’s, de andere zou liever van thuis uit kunnen werken, nog een andere vindt het oneerlijk om al maanden blootgesteld te worden aan het virus (ik denk aan zorgkundigen, leerkrachten, verkopers,…) en ga zo maar verder.

Waarom trapped in paradise? Zwitserland is mooi, heel mooi. Elk weekend voelt (nu nog steeds) als vakantie. De coronaregels zijn matig streng en we kunnen best mooie uitstapjes maken ondanks de beperkingen. De bergen en meren zijn ongelooflijk prachtig en al zeker als het zonnetje schijnt. Dan is zelfs ontbijten of lunchen op ons terras precies congé!

Maar er is een keerzijde. Het voelt momenteel alsof ik in een machtig paradijs sta vol goud, pracht en praal. Ik kan en mag er bijna alles en er is voldoende eten, er vloeit azuurblauw water en overal staan palmbomen. Kunnen jullie zich er iets bij voorstellen?

Maar er is 1 groot probleem. Je kan het paradijs niet verlaten. Er is een majestueuze houten poort en daar kan je niet voorbij. Je moet in het paradijs blijven. Achter de poort zijn je sociale contacten: familie, vrienden, vriendjes van de kinderen, oud-collega’s,…

En dat is zo verschrikkelijk hard. Zeker na al die maanden. In het voorbije anderhalf jaar was ik zelf 2 keer in België. 1 weekje in de zomervakantie en 1 weekend eind september. We waren net op tijd terug voor Zwitserland België terug op hun rode lijst plaatste. De kinderen hebben hun schoolleven nog en Pieter het minimale sociale contact met collega’s vanachter een scherm. Maar dat is het dan ook voor ons beide. We leven al anderhalf jaar afgesloten van anderen en komen met quasi niemand in contact. En net wij mogen dan niet naar België om gewoon maar eens een wandeling te maken met oma en opa in het park. Of bij nonkel en tante een aperitiefje te drinken in de tuin. Ik heb zo het gevoel dat expats in dit hele verhaal vergeten worden. Pieter omschrijft het dan weer heel kalm en droog als: ‘Waarom zouden ze met ons rekening houden, wij hebben zelf besloten hierheen te komen.’ Euheu, dat is waar maar toen ik vertrok hield ik voor ogen dat ik om de 2 maand wel eens in België zou belanden voor één of ander communiefeest, paasfeest of een andere aangelegenheid. En als ik niet naar België zou gaan, zou er zeker wel iemand klaar staan met de koffers in de hand om mij hier een een bezoekje te brengen. Dus ja, ik heb ervoor gekozen maar nee, niet op deze manier.

Het liefst zou ik nu mijn koffers pakken en naar België rijden en aan de douaniers eerlijk uitleggen dat ik er genoeg van heb en dat ik niet langer overleef zonder sociaal contact. Dankzij een lief Vlaams vriendinnetje besefte ik vandaag nog maar eens dat ook dat een basisbehoefte is. En of ik behoefte heb! Maar ik vrees dat de douaniers me eens goed zot zouden bekijken en die 10 000 Zwitserse frank boete mooi zouden incasseren. Doeme toch! Of misschien helpt het als ik hen vertel dat onze dochter komende vrijdag haar 10de verjaardag viert. ’10de meneer, hebt u het goed gehoord?’ Die wil ze graag met haar nichtjes of Vlaamse vriendinnetjes vieren want in België lijkt dat allemaal te kunnen maar wij mogen niet meevieren. Al 2 jaar viert ze haar verjaardag zonder (deur)bezoekjes. Uitsluiting? Mensenrechten? Zou hij me nog steeds niet doorlaten?

Ik ga mijn paradijs dan maar nog eens stofzuigen zeker? Of misschien is een cocktail drinken onder een palmboom een beter idee…